Bob Marley is niet de maker van vakantiemuziek, maar de stem van de vrijheid. Catch a Fire, een film over de Apartheid in Zuid-Afrika, geeft Marley weer nadrukkelijk een politieke betekenis. De combinatie van reggae en activisme typeert de sfeer waarbij Catch a Fire (zoals ook een album van Marley heet) zo goed gedijt.
Het is begin jaren tachtig als Patrick Chamusso dankzij zijn pragmatische instelling een redelijk succesvolle carrière heeft. In eerste instantie houdt hij zich verre van het ANC, dat toentertijd gewapend tegen het Apartheidsregime streed en door dit regime daarom als terroristen beschouwd werd. Nic Vos (Tim Robbins) bestrijdt op zijn beurt in dienst van de overheid de terroristen (lees: de zwarten). Robbins doet dat - balancerend tussen ijzig en gezagsgetrouw - indrukwekkend.
Regisseur Phillip Noyce verfilmde het waargebeurde scenario van Shawn Slovo, dochter van het activistenechtpaar Slovo dat als personages ook in de film voorkomt. Noyce levert na Rabbit-Proof Fence en The Quiet American wederom een film af die in de juiste toon aanslaat bij een gevoelig onderwerp. De vermenging van Chamusso's privéproblemen en zijn strijd tegen de Apartheid maken dat de film gevrijwaard blijft van holle statements.
Ondanks deze kwaliteiten blijft het steken dat de hoofdrollen door Amerikaanse acteurs worden vervuld. Net als in The Last King of Scotland (Forest Withaker) en Hotel Rwanda (Don Cheadle) wordt in Catch a Fire de Afrikaanse heldenrol opgeëist door een Amerikaan: de in New Jersey geboren Derek Luke.
In Amerika zijn Afro-Amerikaanse acteurs veroordeeld tot rollen waarin de nadruk ligt op hun etniciteit en stereotyperingen. In films over Afrika kunnen ze rijpere personages spelen. Maar dit gaat wel ten koste van de vele Afrikaanse talenten.