Geen enkel plot is onlogisch

Ober van Alex van Warmerdam

Filmrecensie / Jan Pieter Ekker

  • cinema ober

    cinema ober

Edgar is ober - al vijfentwintig jaar in hetzelfde, treurige schnitzelrestaurant. Edgar (een rol van regisseur Alex van Warmerdam) doet halfhartig zijn best het de klanten naar de zin te maken: hij draagt een mooi zwart pak en een strikje, maar als hij een fles wijn ontkurkt, klemt hij de fles nog steeds onhandig tussen zijn knieën en klinkt er een harde 'plop'.

Veel klanten komen er doorgaans niet, behalve een groepje hufterige zakenmannen die er genoegen in scheppen Edgar een avond lang af te zeiken, en Edgars minnares die doorlopend om aandacht jengelt (Ariane Schluter). Edgars vrouw is chronisch ziek; ze komt haar bed niet uit. De buren (onder anderen Waldemar Kobus, op dit moment ook te zien als Duitse soldaat in Zwartboek) zetten de stereo bij voorkeur op standje tien. Kort en goed: het leven van Edgar is geen pretje, zo wordt duidelijk in het eerste kwartier van Ober, die eerder deze maand in première ging op het festival van Toronto en gisteravond het Nederlands Film Festival opende.

Dan verschijnt plotseling een schrijver (Mark Rietman) in beeld, achter zijn computer, die probeert te bedenken hoe de scène verder moet. 'Bij jou wordt de seks altijd zo treurig', bemoeit zijn jonge, ambitieuze vriendin Suzie (Thekla Reuten) zich er tegenaan. Terwijl de twee kibbelen, komt Edgar het appartement binnenlopen. 'Waarom laat ik alles gebeuren?', vraagt hij de schrijver. 'Ik wil heel graag wat actiever zijn. En de buren, mogen die verhuizen?' 'Jij hoort hier helemaal niet te komen. Jij bent fictief', reageert de schrijver half verbaasd, half boos.

In thematisch verwante films als The Truman Show (Peter Weir, 1998) en Adaptation (Spike Jonze, 2002) zorgt het verzet van de hoofdfiguur tegen zijn schepper voor plotse wisselingen in toon en zelfs genre en abrupte plotwendingen die onderdeel uitmaken van een schrander spel met verschillende werkelijkheidsniveaus; met echt en onecht. Maar in Ober wordt het leven van Edgar niet alleen bepaald door de monomane schrijver Herman en zijn vriendin die meer actie wil; een groot aantal losse scènes en personages kan alleen maar uit de koker van Alex van Warmerdam zelf komen.

Edgar heeft wel wat van Abel uit Van Warmerdams gelijknamige speelfilmdebuut uit 1986; een onaangepaste man die met behulp van de daartoe geëigende instanties, ondanks zichzelf werk heeft gevonden. Ober is voor alles een tragikomedie, een portret van een getergd mens, die even zo goed zijn beklag had kunnen doen bij de visboer.

De schepper fungeert in Ober - de eerste productie die tot stand is gekomen in het kader van een door het Filmfonds bedacht project met als motto 'Ten To Watch' - vooral als deus ex machina. Sterker: de plot kan nooit vastlopen, want met twee (of drie) totaal verschillende scenaristen is geen enkele gebeurtenis onwaarschijnlijk of onlogisch. Een zwijgzame Japanse huurmoordenaar, een stokoud krom vrouwtje (een mooie rol van René van 't Hof) en een stel archetypische bosjesmannen; twee mooie meisjes in een wiebelend roeibootje en een ober in een enorm aquarium; moord en zelfmoord - niets is te gek in Van Warmerdams Ober. Dat is tegelijk de kracht en de zwakte. De vorm biedt ruimte aan een reeks grappen en grollen die herinneren aan Van Warmerdams beste werk, maar de constructie heeft ook iets vrijblijvends.

ADVERTENTIE