Vijftig tragikomische zoekplaatjes

You, the Living van Roy Andersson

Filmrecensie / Jan Pieter Ekker

In een sobere woonkamer ligt een man te slapen op de bank. In het midden van de kamer staat een Ikea-tafel, rechts aan de grauwe muur hangt een ingelijste afbeelding van Don Quichot en Sancho Panza. De gebloemde gordijnen voor het raam zijn te dun om het licht tegen te houden; het troosteloze uitzicht onttrekken ze ook niet aan het zicht. Op de geluidsband wisselen de penetrante klanken van een voortrazende trein en olijke hoempapamuziek elkaar af.

  • You, the Living

    You, the Living

De man – kalend, hij draagt een grijze broek, een overhemd en een stropdas – schrikt wakker. En richt zich tot de camera, die het tafereel op afstand, onbewogen opneemt. Hij had een nachtmerrie, zegt de man. Hij droomde dat de bommenwerpers eraan kwamen.

You, the Living (Du levande) van de Zweedse regisseur Roy Andersson – de titel is ontleend aan Johan Wolfgang von Goethes Romeinse Elegieën (‘Verheug je dus, levende, in je door liefde verwarmde bed, voordat de ijskoude golf van Lethe, je vluchtende voet verraderlijk omvloeit’) – bestaat uit vijftig van dergelijke, droogkomische tableaus.

Sociaal onaangepaste mannen behangen met tatoeages, kantoorklerken, hobbymuzikanten en andere krabbelaars met grote dromen doen halfbakken, dan wel manmoedige pogingen zich door het leven te slaan. ‘Niemand begrijpt me’, klaagt een gezette, alcoholische vrouw in tijgerblouse. ‘Niemand houdt van me.’ ‘Je moet je best doen in het leven. Of het in ieder geval proberen’, antwoordt de man die haar vriend is.

De man die van de bommenwerpers droomde, wordt veroordeeld tot de elektrische stoel, nadat hij zijn truc met een gigantisch tafelkleed heeft zien mislukken, waardoor een kostbaar, eeuwenoud familieservies aan gruzelementen is gegaan. Het vonnis wordt uitgesproken door drie rechters, met ieder een grote pul bier voor zijn neus. ‘Zo is het leven’, zegt de veroordeelde troostend tegen zijn advocaat, die in huilen is uitgebarsten.

Bij de wereldpremière, vorig jaar op het festival van Cannes, luidde de kritiek dat You, the Living meer van hetzelfde is; de film gaat door waar de voorganger Songs from the Second Floor (2000) ophoudt, en het is opnieuw al vrij snel duidelijk uit welke hoek Andersson de wind laat waaien.

Het zou even vreemd zijn Dennis Bergkamp te verwijten dat zijn 500ste goal ongeveer even mooi is als de 499 ervoor. De perfectionistische Andersson bouwde alle sets op een na – ook de zogenaamde buitenopnamen – in zijn enorme studio in Stockholm, en leefde zich uit in de details. Tot wanhoop van zijn meest niet-professionele acteurs; aan sommige shots werd maanden gewerkt.

Het resultaat zijn vijftig tragikomische, schilderachtige zoekplaatjes, in duizend-en-een gesatureerde groentinten – als een slecht schoongemaakt aquarium. Een plot is er niet. Andersson snijdt belangrijke onderwerpen aan via triviale gebeurtenissen. Sommige personages keren terug, net als sommige (Laurel en Hardy-achtige) zinnetjes.

De rode draad wordt gevormd door de muziek van ex-Abba Benny Andersson (geen familie), die de melancholische sfeer dan weer versterkt, maar er soms ook lijnrecht tegenin gaat. Aan het apocalyptische einde, waarin de bommenwerpers dan eindelijk boven de stad verschijnen, zorgt de muziek er toch voor dat er een stevige grijns op je gezicht verschijnt.

ADVERTENTIE