Verschillende toestanden van geluk

Happy-Go-Lucky van Mike Leigh

Filmrecensie / Bor Beekman

De eerste scènes uit Happy-Go-Lucky lijken op te roepen tot een soort mild verzet. Als kijker mogen we van regisseur Mike Leigh heel even proberen de hoofdpersoon uit zijn nieuwe film níet leuk te vinden. Dit uiteraard in de wetenschap dat onze poging hopeloos zal falen.

  • Sally Hawkins in Happy-Go-Lucky

    Sally Hawkins in Happy-Go-Lucky

Poppy, een alleenstaande basisschoollerares van een jaar of dertig, fietst vrolijk lachend door Londen, stalt haar fiets en gaat een boekhandel binnen. En in haar pogingen tot contact met de in zichzelf gekeerde boekenverkoper, toont Poppy meteen haar voornaamste karaktertrek: alles wat ze zegt, begint of eindigt met een dubbelzinnig, vaak wat flauw, grapje.

Regisseur Leigh maakt het je met de opening van zijn film makkelijk om al te snel een oordeel over Poppy te vellen: ze is een beetje een aandachtsziek type, dwangmatig goed gehumeurd. Zelfs wanneer Poppy – weer uit de boekhandel – ontdekt dat haar fiets is gestolen, blijft ze blij. Zo blij dat je denkt: dadelijk komen we er natuurlijk achter dat Poppy eigenlijk heel erg ongelukkig is. Maar de Britse filmer Leigh, die zijn aanzetten tot scenario’s altijd pas tijdens maandenlange oefen- en improviseersessies uitwerkt, wordt zelden betrapt op een voor de hand liggend schema.

Happy-Go-Lucky lijkt gespiegeld aan Leighs meesterwerk Naked uit 1993, waarin de op drift geraakte Johnny (David Thewlis) zijn donkere visie op de mensheid ontvouwde. Zo vilein en zwartgallig als Johnny was, zo goedmoedig en optimistisch is Poppy. Net als in Naked kiest Leigh, die doorgaans ensemblefilms maakt, in Happy-Go-Lucky voor één hoofdpersonage. En ook nu is er van een plot nauwelijks sprake. We volgen wat dagen uit het leven van Poppy die, nu haar fiets is gejat, van de gelegenheid gebruik maakt om eindelijk eens rijles te nemen. Rijleraar Scott, gefrustreerd, racistisch en complotdenkend, weet zich geen raad met de vrolijke Poppy, die weigert haar hooggehakte laarzen thuis te laten en zo – volgens Scott – het verkeer in gevaar brengt.

Leigh vertaalt hun botsende wereldbeelden in hilarische én grimmige autoscènes, met een fenomenaal acterende Eddie Marsan als de even aandoenlijke als doodenge Scott. Net als Marsan speelde Sally Hawkins een bijrol in Leighs vorige film, het abortusdrama Vera Drake uit 2004. Hawkins glorieert als Poppy, haar eerste dragende filmrol. Met haar verre van naïeve oogopslag brengt ze al vlug, en subtiel, wat extra lagen aan onder al die opgewektheid van Poppy. En met haar energieke spel, en de nodige uitzinnige kledingcombinaties, houdt ze continu de aandacht vast, ook wanneer regisseur Leigh Poppy soms net iets te veel laat mijmeren over de verschillende toestanden van geluk waarin een mens zich kan bevinden.

Leigh, die onlangs 65 werd, bezit als geen ander het vermogen om te laveren tussen karikatuur en realisme. In Happy-Go-Lucky rijgt hij dolkomische slapstick (Poppy met panterlaarzen op flamencoles) moeiteloos aan verontrustende, minder eenduidige scènes (Poppy zoekt ’s nachts toenadering tot een raaskallende zwerver). Zo voorziet hij Happy-Go-Lucky van een ondertoon die minder luchtig is dan de titel van de film doet vermoeden.

ADVERTENTIE