Pleidooien uit het soldatenhart

Stop-Loss van Kimberly Peirce

Filmrecensie / Floortje Smit

Sergeant King past nergens. Terug naar Irak wil hij niet meer, zijn rol als oorlogsheld in zijn Texaanse geboorteplaats maakt hem ongemakkelijk. Maar als hij door het leger gedwongen wordt om terug te keren naar Irak (‘Stop-lossed’, heet dat, en het is ongeveer 81 duizend soldaten écht overkomen) blijkt er nóg een hele wereld te zijn in de Verenigde Staten. Een donkere wereld die bevolkt wordt door mensen als hij die in motels wonen en ’s nachts leven. Waarin autoriteiten de veteranen die ze eerder omhingen met medailles opjagen. De angst en paranoïde uit Irak komt terug, en daarmee de geluiden.

  • stop-loss vrouw, militair, veteraan

    Stop-Loss van Kimberly Peirce

Regisseur Kimberly Peirce, die eerder met haar eerste grote speelfilm Boys Don’t Cry een pamflettistische film maakte met liefde voor de outsider, rijgt de drie contrasterende werelden met gemak aan elkaar zonder dat het écht botst. Haar persoonlijke betrokkenheid – haar broer is soldaat – geeft Stop-Loss iets extra’s. De leefwereld van deze doodnormale soldaten en hun familie voelt realistisch; de gesprekken die ze voeren, natuurlijk. Eerlijk vooral. Pleidooien uit het hart. Het mag misschien een anti-oorlogsfilm lijken; het is allereerst een film vóór de soldaten die worden afgeschilderd als speelbal van de omstandigheden, hier en in Irak. Het is een lastige spagaat die grote filmmakers als De Palma (Redacted) en Paul Haggis (In the Valley of Elah) niet wisten te maken.

Peirce maakte een steeds deprimerender stemmende roadmovie die de ruimte om te ademen steeds krapper maakt. Het is jammer dat ze geen maat weet te houden en de clichés niet schuwt. Zo komen werkelijk alle typische problemen van geflipte veteranen (zie de eerdere Vietnam-films) langs en ze zet het drama te veel aan. De acteurs kunnen er prima mee overweg. De kijker, al overvoed met dit soort verhalen, minder.

ADVERTENTIE