In een bruinachtig grand café – tafeltjes met volle asbakken en glazen verschraald bier, tegen het plafond hangen cherubijntjes – spreken dezelfde man en vrouw avond aan avond met elkaar af. In eindeloze variaties veinzen ze een blind date.
Hij vraagt of ze het makkelijk kon vinden, zij zegt dat hij op haar vader lijkt. Ze drinken wat en foeteren op de ober. Maar keer op keer ontsporen de ontmoetingen. De twee blijken elkaar te kennen, maar onuitspreekbaar verdriet heeft ze van elkaar vervreemd. Van hun huwelijk resten nog slechts de ruïnes.
Blind Date van Stanley Tucci is na Steve Buscemi’s uitermate geslaagde Interview de tweede Amerikaanse remake van een film van Theo van Gogh.
Net als Van Goghs laatste films werd Blind Date met drie camera’s tegelijk gefilmd door de Nederlandse cameraman Thomas Kist. In zeven dagen, in een krakkemikkig patronaatsgebouw in Gent; Van Gogh had een dagje meer nodig voor zijn film.
Opnieuw neemt de regisseur zelf de hoofdrol voor zijn rekening, en ook in dit geval is dat niet zo vreemd: net als Steve Buscemi geniet Tucci vooral bekendheid als acteur. Van de drie films die hij regisseerde, haalde alleen Big Night de Nederlandse bioscopen.
Tucci veranderde niet al te veel aan Van Goghs Blind Date, die in 1996 werd bekroond met drie Gouden Kalveren. Zijn versie is wat kaler, de figuranten zijn op de vingers van een hand te tellen. Daardoor komt de nadruk nog meer op de beide hoofdrolspelers te liggen en dat pakt niet goed uit. Het maakt Blind Date tot een ijdele vertoning; een masterclass acteren, waarbij opvalt dat Tucci lang niet zo aandoenlijk is als Peer Mascini (die net als producent Gijs van de Westelaken een cameo heeft als barvlieg), en Patricia Clarkson niet zo kwetsbaar als Renée Fokker (die op de aftiteling wordt bedankt).
De tussenstand tussen de originelen en de remakes is 1-1. Het wachten is op de Amerikaanse adaptie van 06.