Wonderful Town begint met beelden van water. Rustig golvend water. Een jonge architect uit Bangkok strijkt neer in de badplaats Takua Pa in het uiterste zuiden van Thailand. Het is er troosteloos. De toeristen blijven weg sinds de tsunami er heeft huisgehouden; de plaatselijke jeugd rijdt verveeld rond op scootertjes. De architect moet toezicht houden op een wederopbouwproject, maar zijn interesse geldt vooral de gesloten eigenaresse van zijn spartaanse hotel.
In even lome als indringende beelden schetst de Thaise regisseur Adiya Assarat de langzaam opbloeiende liefde, waarvoor nauwelijks plaats blijkt in het getraumatiseerde toeristenoord. De huizen en de wegen mogen er opgeknapt zijn, de mensen hebben de tragedie nog lang niet verwerkt.
Het met geld van het Hubert Bals Fonds gemaakte Wonderful Town won eind 2007 de New Currents Award op het festival van Pusan en een Tiger Award op het Rotterdamse filmfestival. De jury sprak van ‘een sociale spiegel waarin de schade veroorzaakt door de tsunami in meerdere opzichten weerspiegeld wordt’. Het is terechte lof. Wonderful Town is een prachtige metafoor: een subtiel geconstrueerde, bedrieglijk ingetogen liefdesgeschiedenis die abrupt verandert in een zwaar aangezet noodlotsdrama.