Een authentieke Honigmann is makkelijk te herkennen. Vanaf haar eerste documentaire Metaal en Melancholie in 1992 heeft Heddy Honigmann consistent gewerkt aan haar eigen verteltechniek. Ze schaafde, stuurde bij, liep in haar eigen valkuilen en perfectioneerde.
Een analyse van de Honigmann-methode.
Wet 1: Vergeten mensen zijn het interessantst
In Forever, de film over de beroemde begraafplaats Père-Lachaise slaat Heddy Honigmann één graf wel heel nadrukkelijk over: dat van Jim Morrisson. De laatste rustplaats van de zanger van de Doors wordt dagelijks nog door talloze mensen bezocht, maar niet door haar.
Bij popsterren ligt haar interesse niet: Honigmanns films worden bij voorkeur bevolkt door stemlozen. Taxichauffeurs (Metaal en melancholie). Barmannen en schoenpoetsers (El Olvido). Straatmuzikanten (Het ondergronds orkest). Bejaarden (O amor natural).
Ze maakt filosofen van ze. ‘De oude pannen zijn het beste’, zegt een 61-jarige kokkin heupwiegend in Dame la Mano. ‘die geven het eten smaak.’
Het lijkt alsof zij al deze bijzondere mensen toevallig tegen het lijf loopt. Maar uiteraard selecteert Honigmann haar belangrijkste personages al tijdens haar research. Soms ‘droomt’ ze een karakter, nog voordat ze hem ontmoet heeft, vertelde ze in een interview in De Avonden. Zo miste ze in Forever, toch een film over een begraafplaats, direct contact met de dood. ‘Er moet iemand zijn die met de dood te maken heeft, dacht ik. Iemand die doden opmaakt bijvoorbeeld. En van een kunstenaar houdt die hier op Père-Lachaise ligt. Waarschijnlijk een schilder.’ Ze had gelijk, die bestond.
Wet 2: Geen interview, maar een gesprek
Een vragenvuur naar de bekende weg, daar gruwt Honigmann van. Ze weet door uitgebreide voorgesprekken met haar belangrijkste personages wel wat ze wil horen, maar volgt haar intuïtie. ‘Ik interview niet, ik voer een gesprek’, zegt ze zelf vaak. Zo voorkomt ze dat de spontaniteit eraf gaat. ‘Het is je taak als filmmaker om ervoor te zorgen dat de geïnterviewden vergeten waar je heen wilt’, zei ze bij een paneldiscussie tijdens het Canadese documentairefestival Hot Docs. Dus als ze bij een gevluchte muzikant over de vloer komt, vraagt ze niet naar zijn vluchtverhaal, maar waarom hij zo weinig muziekboeken heeft.
Bovendien ontstaat er juist door die voorgesprekken een intimiteit waardoor Honigmann soms meer krijgt dan ze had verwacht – in Forever vertelde een vrouw een aangrijpend verhaal over de Franco-tijd wat Honigmann in geen enkel voorgesprek gehoord had.
Wet 3: Het onderwerp is niet het onderwerp
Bejaarden die gedichten declameren over kontjes. In O amor natural laat Honigmann de erotische poezie van Carlos Drummond de Andrade voorlezen door oude Brazilianen, die vervolgens hun hart uitstorten over hun liefdesleven. Inclusief alle smeuïge details.
Dat soort katalysators gebruikt ze vaak. In Crazy maakt muziek herinneringen los bij VN-soldaten. Al die persoonlijke verhalen bij elkaar opgeteld maken een groot verhaal. Hoe divers ook de onderwerpen: alle films van Heddy Honigmann gaan stiekem over hetzelfde, over overleven en herinnering, over melancholie en liefde, over troost.
Wet 4: Geen violen
In de gevangenis gezeten? Wel een speciale rumba geleerd. Een brakke auto als taxi? Die wordt tenminste niet gestolen. Het beste aan vijftig jaar huwelijk? Hij heeft me nooit geslagen.
‘Ik geloof heilig in wat Billy Wilder zei,’ vertelde Honigmann ooit in een interview. ‘Als je mensen de waarheid wilt vertellen, moet je ze laten lachen. Anders vermoorden ze je.’
Dus als het tragisch wordt laat ze geen violen aanzwellen, maar maakt ze een grapje. Voor de film Goede man, lieve zoon verzocht ze een vrouw niet zo te huilen bij het vertellen van het verhaal, vertelde ze in NRC. ‘Dan zappen de mensen weg, en we willen uw man juist tot leven wekken. U moet mooie dingen over hem vertellen.’
Honigmann zoomt in op vindingrijkheid – vaak letterlijk. En hoe cru het ook klinkt: de luchtige aanpak werkt het beste als er grote problemen onder verscholen zijn. Als haar politieke engagement er stiekem doorheen schemert. Zoals in El Olvido.
Wet 5: Als de waarheid zich niet direct laat vangen, dan moet je die ensceneren
Honigmann – en daar maakt ze buiten haar films geen geheim van – is niet vies van wat dingen in scène zetten. De half uur durende apotheose van Dame la Mano? Die zinderende dansavond? Die is in vier avonden opgenomen. Honigmann belde alle figuranten wekelijks op om hen te helpen herinneren en hen op het hart te drukken dezelfde kleding te dragen.
En natuurlijk vraagt ze mensen soms om iets te zingen. Even te dansen achter de stoof. Of, zoals ongetwijfeld is gebeurd in El Olvido, een jonge man een monoloog te laten houden over zijn kersverse huwelijk. Maar niets krijgt haar kwader dan recensenten die beweren dat het meeste in scène is gezet.
Toch lijkt ze dat zelf ook in de hand te werken: wie haar werkwijze kent, kijkt kritischer naar de ‘cadeautjes’ die ze krijgt van haar personages. Uitspraken zijn soms zo mooi, zo oprecht, zo spontaan, dat het niet echt lijkt.
‘Sorry’, zegt een taxichauffeur in Metaal en melancholie. ‘Vergeef me, ik wilde u iets vragen. U weet: de economische situatie is slecht…’ Vervolgens buigt hij naar zijn dashboardkastje. En wijst op een doosje pennen. Of Honigmann die wil kopen. Het klinkt spontaan. Maar is het toeval dat de camera – die vrijwel de hele film vanaf de voorbank filmt – nu achterin is? En zo precies die draai naar het kastje kan maken?
In Forever spartelt een Iraanse man bij het graf van Sadegh Hedayat tegen. Nee, hij gaat niet zingen. Echt niet. Honigmann zegt niets. Last van zijn keel. Echt. Honigmann zegt niets. Oke dan, zegt de man. Wat wil je horen?
Soms is Honigmanns wereld echt te mooi om waar te zijn, soms lijkt dat alleen maar zo.