Wachten. Deur open, de lange gang in. Langs gevangenen die met bestek tegen hun tralies slaan. De nagalmende klap van weer een deur. Fouilleren. Naam registreren. Volgende gang.
Het zijn clichés uit gevangenisfilms. In Leonera laat de Argentijnse regisseur Pablo Trapero de route naar binnen of naar buiten herhaaldelijk zien, maar de toon verandert telkens. De eerste keer, als Julia (Martina Gusman) al dan niet terecht is opgepakt voor de moord op haar vriend, zijn de roepende gevangenen dreigend. Later maken de lange gangen de beklemming en de afstand tot de buitenwereld invoelbaar. Als Julia na de zoveelste keer onbewogen haar persoonlijke gegevens opdreunt, toont het hoe de studente uit de middenklasse is ingeburgerd in die harde mini-maatschappij.
Het verbeelden van sociale beklemming is inmiddels Trapero’s specialiteit: hij gooit zijn hoofdrolspelers graag in het diepe, zo bleek uit El Bonaereanse (2002) Familia Rodante (2004) en Nacido y Criado (2006). Gedwongen door omstandigheden komen ze terecht in een nieuwe omgeving waar ze hun vertrouwde omgangsvormen tegen het licht moeten houden. De zwangere Julia belandt in ‘de leeuwenkuil’ uit de titel: de afdeling van de gevangenis waar vrouwen met hun kinderen zitten.Trapero heeft de emotie van de kijker strak in de hand. Met zijn afwisseling van lucht en benauwdheid houdt hij Julia’s leven nog net dragelijk. Dwingend legt hij de sympathie bij haar: van dichtbij tast de camera haar gezicht af; de rest is bijzaak. Toch was al die beknelling zonder de geloofwaardigheid van Julia nooit zo sterk geweest. Martina Gusman lijkt gedurende de film echt jaren ouder en wijzer te worden. Met haar zoon verwordt ze een gekooide dier: haar blik is zachter, maar bij dreiging put ze moeiteloos uit oergevoelens en instincten.
Trapero wil met Leonera vragen oproepen over kinderen in gevangenschap en het effect op hun levens. Maar het is de metamorfose van Julia die ontroert en beklijft.