Mickey Rourke intrigeert

The Wrestler van Darren Aronofsky

Filmrecensie / Bor Beekman

De beste reden om de film The Wrestler te bezoeken is Mickey Rourke. Ook voor wie volkomen is ontgaan hoe die in de jaren negentig zijn acteercarrière (en uiterlijk) aan gort hielp met drankgelagen, ruzies en bokswedstrijden. Het is hier niet de gevallen ster die intrigeert, maar de acteur.

  • The Wrestler

    The Wrestler

Rourke bezit anno 2009 nog maar een beperkt palet aan gezichtsuitdrukkingen. Een ramp, voor de gemiddelde acteur. Bij Rourke pakt het anders uit. Zijn zelf gecreëerde masker (botox, zegt men) kan zijn talent niet verhullen; het lijkt het in The Wrestler zelfs te accentueren.

De verwrongen glimlach, de doffe oogjes die soms prachtig oplichten – daarmee geeft Rourke zijn karakter innemend vorm. Als Randy ‘The Ram’ Robinson, de Amerikaanse showworstelaar met blond permanent en strakke gifgroene broek, die maar geen afscheid kan nemen van de ring.

De openingsbeelden van The Wrestler refereren aan het onbetwiste hoogtepunt in Randy’s leven; zijn worstelpartij uit 1989 in de uitverkochte arena van Madison Square Garden, tegen de Ayatollah (‘het beest uit het Midden-Oosten!’). Flyers zijn te zien, en krantenartikelen – Randy the Ram is een beroemdheid.

En vervolgens zien we hem terug, twintig jaar later. Randy rijdt naar huis, na een worstelpartij in een aftands gymzaaltje. En komt er achter dat hij uit zijn trailer is gezet; huurachterstand. En als hij aanklopt voor wat extra werk in het supermarktmagazijn, bekt zijn chef hem genadeloos af: ‘Is de prijs van maillots soms omhoog gegaan?’. Toch gloort er, bij alle ellende, nog een reepje licht: men wil een rematch organiseren voor Randy en de Ayatollah.

Regisseur Darren Aronofsky, die naam maakte met ambitieuze en zeer gestileerde films als Pi en Requiem for a Dream, houdt zich met het meer naturalistisch gefilmde The Wrestler goeddeels aan het cliché van de sportfilm. Het genre waarin de held met een comeback zijn eer en goede naam mag herstellen, en onderwijl ook nog een stukgelopen relatie probeert te lijmen (in dit geval met zijn dochter). Maar onder het oppervlakte steekt Aranofsky’s film uiterst geraffineerd in elkaar. Hij schetst de showworstelwereld tot in elk bloederig, vooraf doorgesproken detail; van de onderlinge kameraadschap tot de steroïden die worden verhandeld in de kleedkamer.

Tegelijk is The Wrestler ook een nietsontziend portret van een volkomen door zijn imago geobsedeerde, naar applaus hunkerende eenling. Iemand die zich in de ring vrijwillig laat mangelen met nietpistolen en prikkeldraad – alles voor het publiek. Randy koestert gevoelens voor zijn favoriete stripdanseres, Cassidy (Marisa Tomei, evenals Rourke genomineerd voor een Oscar). Maar anders dan hij, droomt zij nu juist van een leven naast het podium.

ADVERTENTIE