Alledaagse machtsspelletjes verbeeld

Involuntary van Ruben Östlund

Filmrecensie / Bor Beekman

In een scène van Involuntary speelt een schooljuf een bekend sociologisch spelletje. Ze trekt twee strepen op het schoolbord en vraagt de klas welke van de twee langer is. Voor de les heeft ze de hele klas – op één meisje na, dat van niets weet – opgedragen te antwoorden dat het kortste streepje het langst is. Na drie keer fout te hebben geantwoord, besluit het meisje toch maar zich bij de meerderheid aan te sluiten.

  • Involuntary

    Involuntary

Groepsdruk is het onderliggende thema van de Zweedse film, en dat wordt door de debuterend regisseur Ruben Östlund gevat in vijf langs elkaar vertelde verhalen. Herkenbare situaties zijn het, soms geestig uitvergroot, maar niet zo ver dat ze niet zouden kunnen voorvallen. Over een pubermeisje dat zich bedrinkt, en door haar vrienden alleen wordt achtergelaten. Over een man die tijdens een met drank overgoten mannenuitje geconfronteerd wordt met ongewenste seksuele handelingen. Of de buschauffeur die weigert verder te rijden, tot degene die het gordijntje in het bustoilet heeft losgetrokken zich bekend maakt.

Involuntary is uitermate afstandelijk gefilmd, waarbij soms alleen nog wat achterhoofden of voeten zijn te zien. Ook op de gevoelige momenten zoemt de camera nergens in op de gezichtsuitdrukkingen van personages. Juist door afstand te scheppen, dwingt regisseur Östlund de kijker zich te verhouden tot wat er allemaal gebeurd. Zo’n expliciete stijlvorm kan kijkers afstoten, maar komt hier niet gekunsteld over.

Östlund biedt geen veroordeling van al die alledaagse machtspelletjes, of een pasklaar antwoord er op. Ook de schooljuf die het groepsproces eerder zo glashelder verduidelijkte voor haar klas, raakt al snel verstrikt in de complexe realiteit, wanneer ze even later zelf door haar collega’s buiten de groep wordt geplaatst. Zo makkelijk is groepsdruk niet te doorzien, lijkt de Zweedse regisseur maar te willen zeggen.

ADVERTENTIE