Wie de feiten uit Rumba opsomt, schetst een uiterst sombere film. Fiona en Dom, twee leraren die een relatie hebben, zijn gehaast op weg naar een danswedstrijd. Onderweg moeten ze een man ontwijken die zich voor hun auto werpt om zelfmoord te plegen, en daarbij knallen ze tegen een muur. Fiona verliest haar been, Dom zijn geheugen. Vervolgens brandt ook nog hun huis af, en verliezen ze elkaar uit het oog.
Maar die samenvatting doet geen recht aan de optimistische, naïef–vrolijk geacteerde liefdesgeschiedenis. Rumba, een samenwerkingproject van een drietal theatermakers uit Brussel, is geïnspireerd door de stille burleske cinema, waarin karikaturen continu op de lach spelen. Zo ondergaan Fiona en Dom hun ellende in een opeenvolging van strak gekadreerde visuele grappen. Die zijn soms kunstig gechoreografeerd, waarbij de lichaamsbewegingen van de hoofdrolspelers (die tevens co–regisseerden) bijdragen aan de clowneske humor.
Maar hoe inventief soms ook, Rumba kan de (krappe) speelfilmlengte van 77 minuten niet volmaken. Wat aanvankelijk leuk is, wordt na drie keer al wat flauw en voorspelbaar. En dan heeft de kijker nog heel wat visuele grappen te gaan.