Verborgen leven van ontslagen zakenman

Tokyo Sonata van Kiyoshi Kurosawa

Filmrecensie / Bor Beekman

Aan het begin van het familiedrama Tokyo Sonata wordt meneer Sasaki (Teruyuki Kagawa) bij zijn baas geroepen. De automatiseringsafdeling waarvan hij chef is, wordt per direct opgeheven en uitbesteed aan de Chinezen. Even later staat hij op straat in Tokio, met zijn bureauspullen in twee plastic tasjes. Dat een ontslag op staande voet in een land met zo’n complexe schaamtecultuur als Japan ingrijpende consequenties heeft voor iemands zelfbeeld, behoeft geen uitleg – het valt allemaal te lezen in Sasaki’s blik.

  • Tokyo Sonata

    Tokyo Sonata

Vervolgens duwt de Japanse regisseur Kiyoshi Kurosawa (1955) zijn film een licht vervreemdende, maar zeker niet ondenkbare kant op: Sasaki besluit thuis niks over het ontslag te zeggen, en laat zijn vrouw en kinderen in de waan dat hij gewoon doorwerkt op kantoor. Zijn dagen vult hij voortaan in de rij voor de banenwinkel en – in pak en met koffertje – in de rij tussen de daklozen voor een warme lunch. Al vlug ontdekt Sasaki dat hij niet de enige ontslagen kantoormedewerker is die zijn gevallen status verbergt: er lummelen op straat en in publieke gebouwen verdacht veel mannen in zakenoutfit rond. Zo treft hij een ontslagen oud-klasgenoot die hem thuis te eten uitnodigt, waar Sasaki geacht wordt hoog op te geven van hun beider non-existente banen. Tijdens het avondeten laat de man zijn voorgeprogrammeerde mobiele telefoon steeds afgaan, zodat zijn vrouw kan zien dat hij nog altijd druk is.

Het zijn vondsten die in Tokyo Sonata volkomen natuurlijk op hun plaats vallen. En gaandeweg de vraag oproepen hoever al die façades zich uitstrekken. Zo vermoeden de echtgenotes van de mannen dat er iets mis is, maar kiezen ze ervoor geen lastige vragen te stellen en zich te storten op het huishouden. En leiden de kinderen van Sasaki elk weer een eigen verborgen leven: de oudste overweegt te tekenen voor het leger, de jongste betaalt stiekem pianolessen van zijn lunchgeld.

Regisseur Kurosawa (geen familie van de oude meester Akira Kurosawa) heeft een compleet oeuvre opgebouwd, maar zijn films worden zelden in Nederland uitgebracht. Ook in Tokyo Sonata, dat een prijs won in een van de bijcompetities van het festival van Cannes, is Kurosawa’s achtergrond als maker van horror- en yakuzafilms goed zichtbaar. Hij weet met zijn verfijnde mise-en-scène op bijna terloopse wijze een sfeer van dreiging en beklemming op te roepen. Steeds wordt er een tandje bijgezet in de verwilderde blik van het gezinshoofd, die zijn frustratie afreageert op zijn jongste zoon. In de nasleep van het huiselijk geweld en de climax die zich – net als goed horrorbeeld – vastpint op het netvlies, laat Kurosawa de gezinsleden elk een andere kant op vluchten. De een wordt aangereden, de ander gearresteerd of gegijzeld door een inbreker. Het is wat veel van het goede. Het traag uitgesponnen einde van Tokyo Sonata zit vol symboliek en prachtige muziek, maar mist de eerdere compacte zeggingskracht.

ADVERTENTIE