Futiele personages in de moerasdelta

Delta van Kornél Mundruczó

Filmrecensie / Bor Beekman

Een paar uitgewisselde blikken tussen de hoofdpersonages, het geluid van een snerpende viool. Meer heeft de Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó niet nodig om zijn derde speelfilm in onheil te drenken. De vraag is hier wanneer het noodlot zal toeslaan, niet of.

  • Delta

    Delta

Delta speelt zich af in de Donaudelta van Roemenië, een op de Biesbosch gelijkend, drassig oerlandschap. Daar bevindt zich een kleine, afgelegen en middels bootjes bevoorrade gemeenschap, die zich naast de tijd lijkt te bewegen. Vooruitgang heeft geen vat op dit gehucht: armoe, zwaar werk en alcoholisme tekenen de gezichten van bewoners van de rivieroevers. Woorden worden spaarzaam ingezet, vragen beantwoordt men met een grom, of helemaal niet. Iemand toont oprechte affectie met een nors gemompeld: ‘Wat een hoop rot-kikkers dit jaar’. 

De film waarmee regisseur Mundruczó (1975) tijdens de afgelopen editie van het filmfestival van Cannes de internationale journalistenprijs won, kent een klassieke opzet: de hoofdpersoon keert na jarenlange afwezigheid terug in zijn geboortedorp. Hij is veranderd, het dorp niet – en die patstelling zal zich uiteindelijk wijzigen. Mundruczó laat de namen van zijn personages nergens in zijn film vallen, en beklemtoont daarmee het universele karakter van zijn vertelling. In de openingscène van Delta klopt een jongeman (begin 30, vlassig baardje) aan bij het huisje van zijn moeder. Haar nieuwe man doet open, hij is de uitbater van de plaatselijke kroeg. Moeder is er ook, en stelt haar zoon voor aan zijn (half)zus. De wijze waarop de verschillende personages elkaar bestuderen zegt alles: vol wantrouwen, met een soms bijna lege blik, vijandig maar niet  onverschillig. Moeder schakelt subtiel tussen ontroering en achterdocht, en geeft te kennen dat er geen plaats is voor haar zoon. Die stelt voor het rieten vishutje
van zijn overleden vader te betrekken, langs de rivier. Hoe lang hij wil blijven? ‘Voor altijd.’ 

De zoon koopt een enorme partij hout, timmert een lange steiger en een huis boven de rivier. En hij ontfermt zich over zijn zus, zeer tegen de zin van de gemeenschap.

In Delta behandelt Mundruczó thema’s die ook in zijn eerdere films Pleasant Days (2002) en Johanna (2005) aan bod kwamen: een min of meer incestueuze relatie, en een uitbarsting van (seksueel) geweld. Daarmee slaat hij hier geen nieuwe, interessante wegen in. Maar Mundruczó dankt zijn positie als internationale festival darling ook niet aan zijn narratief talent. Wel aan de altijd sterke acteerprestaties in zijn films. En aan de adembenemend mooie beeldsequenties en geluiden (kikkers, vogels) waarmee hij je de moerasdelta inzuigt. In Delta is de onveranderlijke natuur de werkelijke hoofdrolspeler, de futiele levens van de personages passeren slechts.   

ADVERTENTIE