Wolverine stelt teleur

X-Men Origins: Wolverine van Gavin Hood

Filmrecensie / Bor Beekman

Niet onze Famke Janssen, als de telepathische mutante Phoenix, maar de Australische acteur Hugh Jackman, alias Wolverine, kreeg als eerste X-Men-superheld zijn persoonlijke spin off van de X-Men trilogie (X-Men, X2, X-Men: The Last Stand). Wie het entertainmentnieuws de afgelopen maanden bijhield, kan niet zijn ontgaan dat de blockbuster in aantocht was.

  • Wolverine

    Wolverine

Een onaffe versie van X-Men Origins: Wolverine lekte uit, en leidde tot het ontslag van een te vroeg (doch positief) recenserende Amerikaanse columnist. Ook het feit dat de mondiale, gelijktijdige release in Mexico wordt uitgesteld vanwege de griep, werd als wereldnieuws gebracht.

Een wet van de op de Marvel comic gebaseerde X-Men-verfilmingen is dat het volgende deel altijd meer bezoekers trekt. Dat zal met X-Men Origins: Wolverine wellicht niet anders zijn. Maar wie van een superheldenfilm meer verwacht dan een incoherente opeenvolging van breed uitgesponnen duels en grootse ontploffingen, wacht een lichte teleurstelling.

Wolverine begint adequaat, als gezinsdrama, ergens in de Canadese bossen, 1845. Twee wolvenjongens, die hun geheime krachten (waaronder ver uitgroeiende nagels) voor het eerst testen, onder meer op hun vader. Binnen de levenscyclus van een superheld zijn weinig stadia zo leuk als het begin. Het ontdekken van de krachten, en de nog niet zo stabiele inzet daarvan, biedt voldoende mogelijkheden voor drama. Maar regisseur Gavin Hood (van het zinderende Zuid-Afrikaanse sloppenwijk-drama Tsotsi) en producent/hoofdrolspeler Hugh Jackman, hebben het geduld er niet voor. Binnen enkele minuten moeten de wolvenmannen (met Liev Schreiber als Wolverines boze broer Sabretooth) door een veelheid aan historische oorlogen worden gejaagd, om te eindigen in Vietnam. Daar tekenen ze voor een speciaal commando en hup, ze zitten alweer in het vliegtuig naar Afrika, waar een militieleider een geheime steen heeft gevonden. Die springerige, veel te gehaast vertelde plot, zit ook de karakterontwikkeling dwars.

X-Men Origins: Wolverine is opgezet als een klassieke haatliefde vertelling tussen twee broers, maar het bestudeerd stoïcijnse spel van acteurs Jackman en Schreiber komt te veel overeen om van een geslaagd filmduo te spreken. Ook de humoristisch bedoelde terzijdes van Jackman komen niet over. En ronduit hinderlijk is het gemak waarmee de verschillende mutanten even hun krachten lijken te vergeten, wanneer dat het script beter uitkomt.

ADVERTENTIE