Het Chinese arbeiders-familiedrama Last Train Home van debuterend regisseur Lixin Fan is vrijdagavond bekroond met de VPRO IDFA award voor beste lange documentaire. Dat is de belangrijkste prijs van het International Documentary Film Festival Amsterdam, die voorheen naar cineast Joris Ivens was vernoemd.
Regisseur Fan observeert in een serene stijl een meer en meer ontwricht geraakt gezin, dat rond het Chinees Nieuwjaar bijeen tracht te komen, en daarbij wordt gehinderd door een slechte economie en een sneeuwstorm. De jury zag een ‘eerlijke en opmerkelijke film over een onderwerp dat de hele wereld aangaat’.
De NPS IDFA Award voor beste middellange documentaire (voorheen De Zilveren Wolf) ging naar Iron Crows van Bong-Nam Park, die een portret maakte van de werkers van ’s werelds grootste scheepssloperij in Bangladesh. Net als in Last Train Home vormt hier de afstand tussen werk en geboortedorp de motor achter de tragiek; ouders en kinderen leven om economische redenen gescheiden, wat tot hartverscheurende taferelen leidt. Er is wel een verschil in stijl: maker Park is niet vies van emotieversterkende effecten, en wanneer de tranen vloeien, zoemt de camera in.
Beste korte documentaire is Six Weeks , dat de eerste weken van een Poolse adoptiebaby vastlegt, en alle emoties eromheen.
John Appel, die zijn nominatie voor beste lange documentaire niet verzilverd zag, won wel in de nieuwe categorie beste Nederlandse documentaire, met The Player, over zijn vader en diens gokverslaving.
Tijdens de uitreiking in het Tuschinski- theater werden in totaal 9 prijzen uitgereikt. De bijenfilm Colony won de prijs voor beste debuut. De publieksprijs ging naar The Cove , dat met verborgen camera’s de dolfijnenslachting in Japan vastlegde. Ook reikte de jury een speciale juryprijs uit voor The Most Dangerous Man in America, over een klokkenluider die geheime rapporten van het Pentagon lekte aan de pers.
Vooraf bejubelde IDFA-directeur Ally Derks in haar openingsspeech de selectie van de 22 editie van het festival: zo ongeveer de beste ooit. Dat was al te sterk uitgedrukt, maar dat het algehele niveau van de films de afgelopen tien dagen hoog lag, is zonder meer waar.
De jury legde met het toekennen van de voornaamste prijzen de nadruk op het slag treurigstemmende, geëngageerde films over armoede, dat traditioneel sterk verbonden is met het IDFA . Tegelijk leek het festival zich dit jaar ook te ontworstelen aan dat imago: tussen de ellende was veel opgewekts geprogrammeerd, en maatschappijkritiek werd zichtbaar speelser verpakt, met het in Amsterdam niet in een competitie opgenomen, maar wel vertoonde Videocracy als meest geslaagde voorbeeld. Huiveringwekkend in het verslaan van de Italiaanse televisiecultuur, maar niet prekerig.
Het festival loopt nog tot en met zondag, maar zal naar verwachting ook dit jaar weer meer bezoekers trekken: van 157.000 in 2008 naar 165.000.