Mensen zijn dol op dolfijnen. Of die liefde wederzijds is, is de vraag. De dieren voeren in dolfinaria schijnbaar tevreden hun kunstjes uit, maar volgens de oud-dolfijnentrainer Ric O’Barry is hun glimlach bedrieglijk. Gevangenschap, zoals in een dolfinarium, bevalt de dolfijnen zo slecht dat ze er bij bosjes ziek worden en sterven.
O’Barry, een van de hoofdrolspelers in de spannende dolfijnendocumentaire The Cove, is een bijzondere man. Hij werd bekend als trainer van de dolfijnen die om de beurt Flipper speelden in de populaire televisieserie uit de jaren zestig. Door het succes van Flipper steeg het aantal dolfinaria in de wereld explosief. O’Barry, die met schuldgevoelens kampt, heeft zich in de loop der jaren ontpopt tot een gedreven dierenactivist. Regelmatig belandt hij in de gevangenis omdat hij weer een paar dolfijnen heeft vrijgelaten.
In de Japanse kustplaats Taiji is O’Barry een dolfijnendrama op het spoor gekomen. Jaarlijks worden daar duizenden dolfijnen bijeengedreven in een baai. Een aantal wordt verkocht aan dolfinaria (een geschikte dolfijn kost ongeveer 150 duizend dollar), de rest wordt op brute wijze afgeslacht.
De baai is goed afgeschermd. Zodra O’Barry er zijn gezicht laat zien, wordt hij door de politie opgepakt. Naast het doden van dolfijnen gebeuren er in Taiji meer zaken die het daglicht niet verdragen: het door kwik vergiftigde dolfijnenvlees wordt op de zwarte markt als walvisvlees verkocht en zelfs op scholen gedistribueerd.
The Cove is geen traditionele documentaire. De makers registreren niet alleen, maar komen resoluut in actie, met als doel de gebeurtenissen in de baai openbaar te maken. Langzaam maar zeker krijgt de film de trekken van een thriller. Regisseur Louie Psihoyos, een natuurfotograaf die met The Cove zijn filmdebuut maakt, komt prominent in beeld; trots vertelt hij hoe hij beslag wist te leggen op de meest geavanceerde apparatuur en een team samenstelde met onbevreesde duikers, oud-militairen en andere avonturiers.
Psihoyos komt zelfgenoegzaam over, maar zijn methode werkt. Ondanks de hoge hekken, agenten, boze vissers en andere achtervolgers weet het team de baai te voorzien van verborgen camera’s – soms gecamoufleerd als rotsblokken – en geluidsapparatuur.
Het resultaat van al die jongensachtige bravoure is schokkend. The Cove, winnaar van de publieksprijs op IDFA, is niet alleen slim gemaakt en onderhoudend, maar ook ongekend effectief. De boodschap van de film is hard en helder, en de gruwelijke finale laat niemand onberoerd.