De meest ontroerende scène van The Milk of Sorrow zit meteen aan het begin, en gaat al door merg en been voordat het eerste beeld uit het zwart is opgedoemd. Een dunne, krakende vrouwenstem zingt in surrealistische verzen over de ellende die haar ooit overkwam. Een lied vol geweld en vernedering, dat rechtstreeks uit haar ziel lijkt op te borrelen. Dan toont regisseur Claudia Llosa het breekbare vrouwtje dat met gesloten ogen in haar bed ligt te zingen, hoofd net boven de deken, en hoe haar dochter Fausta zich als een engel over haar heen buigt. Even later sterft de vrouw, en blijft het meisje alleen achter met het verdriet en de angst die haar aan de moederborst werden meegegeven.
Om een fatsoenlijke begrafenis te kunnen betalen gaat Fausta als dienstmeisje werken bij een excentrieke concertpianiste, terwijl ze eigenlijk niet de straat op durft en nauwelijks tot contact met anderen in staat is. De van haar moeder geërfde angst om verkracht te worden, woekert ook letterlijk voort: de aardappel die ze uit vermeende zelfbescherming in haar vagina heeft gestopt, schiet wortel en groeit uit tot een levensbedreigend gezwel. Pijnlijk en op een bizarre manier ook hoopvol, zijn de scènes waar Fausta een schaar ter hand neemt en stukjes aardappelwortel tussen haar benen op de grond vallen.
De film gaat nauwelijks in op de historische achtergrond van dit verhaal; geen begintitels die netjes vertellen hoe de maoïstische guerillabeweging Lichtend Pad in het verleden het land terroriseerde, hoe daarbij talloze mensen vermoord werden of vermist raakten, hoe vele vrouwen de kinderen van hun verkrachters baarden, en hoe we met Fausta een van die getraumatiseerde kinderen leren kennen. Het inmiddels weer actieve Lichtend Pad wordt nooit bij naam genoemd; elke verwijzing naar de geschiedenis van Peru blijft vaag of indirect. Zo tilt regisseur Llosa haar debuut naar een algemener, universeler plan, dat zich nu net net zo goed in een handvol andere Latijns-Amerikaanse landen af kan spelen.
Dat The Milk of Sorrow de Gouden Beer kreeg op het laatste Filmfestival van Berlijn, is ongetwijfeld te danken aan de puntgave mise en scène: veel scènes en shots zijn kunstwerken op zichzelf. Zoals die waarin het afgelegde lijk van Fausta's moeder onder het bed wordt verstopt om de feestvreugde van een bruiloft niet te verstoren, en de bruidsjurk bovenop hetzelfde bed ligt; wanneer Fausta het bed opzij schuift, wordt de moeder weer een stukje zichtbaar en lijkt ze zelf die jurk te dragen. Het trage maar trefzekere The Milk of Sorrow barst van zulke beelden, die veel sneller op het oog en gevoel werken dan dat je ze beschrijven kunt.
Nog indrukwekkender is Magaly Solier als Fausta. Voortdurend torst het meisje zichzelf mee als last, volkomen onbereikbaar voor anderen, tegelijkertijd toch ook verlangend naar toenadering en troost. In die ene scène waar ze iets van haar aangeboren zwaarte heeft verloren, het haar opeens in een staartje dragend, voorzichtig glimlachend, is ze haast onherkenbaar. Dan zie je even het gewone, opgewekte meisje dat ze óók had kunnen zijn.