Bastion bedreigde film kan wat urgentie gebruiken

Analyse: IFFR 2010

Nieuws / Bor Beekman

Sterren of geen sterren: de liefhebber van uitdagende cinema weet Rotterdam nog te vinden. Maar het filmfestival zou wat meer premières van belang naar zich moeten toetrekken.

‘We are not alone, we are not alone!’, liet regisseur Pipilotti Rist een volle Pathé-bioscoopzaal zo luid mogelijk scanderen, voor aanvang van haar speelfilmdebuut Pepperminta. Festivaldirecteur Rutger Wolfson haalde het vrijdagavond tijdens de uitreiking van de Tiger-awards aan als een van de meest memorabele momenten van de 39ste editie van het International Film Festival Rotterdam.

Na het tweede festivalweekeinde kon de festivalleiding de opzwepende woorden van de Zwitserse videokunstenares ook staven met keiharde cijfers. Twee weken geleden gaf Wolfson nog te kennen dat de bezoekersaantallen dit jaar, met weer wat minder zaalcapaciteit, best voor een tweede keer op rij iets konden dalen. Maar het festival trok juist 12.000 bezoekers meer, en zag het totale bezoekersaantal stijgen tot 353.000.

Crisis of geen crisis, sterren of geen sterren: de liefhebber van uitdagende cinema weet Rotterdam nog te vinden. Dat is opmerkelijk, daar veel van de op het IFFR vertoonde films het buiten de festivals om juist almaar moeilijker hebben om nog een publiek te vinden. Maar misschien werkt die verschuiving ook wel in het voordeel van het Rotterdamse festival, dat zo mooi een positie als laatste bastion voor die bedreigde films kan claimen. En ook dit jaar was het algehele niveau van de geprogrammeerde films hoog.

Dat viel allereerst op in de Tiger-competitie, het vlaggeschip van het festival, bedoeld voor eerste en tweede films van veelbelovende makers. Vorig jaar leek de toegangsdrempel daar naar beneden te zijn bijgesteld, maar nu kon zeker de helft van de vijftien geselecteerde films een serieuze kans worden toegedicht op een van de drie prijzen. Van de talige Franse meisjesfilm La vie au Ranch tot de gestileerde zwart-wit kitsch-nachtmerrie The Temptation of St. Tony uit Estland. Beiden niet bekroond, maar wel opgevallen.

Vlnr de Thaise Anocha Suwichakornpong (Mundane History), de Mexicaan Pedro Gonzalez-Rubio (Alamar) en de Costa Ricaanse filmmaker Paz Fábrega (Agua fría de mar)

Uit de keuze van de jury sprak een voorkeur voor naturel gefilmde, pure cinema. In de Tiger-winnaars Agua fría de mar (Paz Fábrega, Costa Rica) en Alamar (Pedro Gonzalez-Rubio, Mexico), allebei opgenomen in een tropisch paradijs, zijn het de beelden die voor zich spreken, en is sfeer van meer belang dan het gesproken woord. De derde Tiger-winnaar, Mundane History (Anocha Suwichikornpong, Thailand) was van de drie het meest experimenteel; hier gaat een ingetogen vertelling over een verlamde jongen en diens verzorger plotseling over in een beeldenreeks van hemellichamen, en sluit de filmmaker af met een uit een keizersnee floepende Thaise meisjesbaby. Alamar eindigde als hoogste Tiger in de lijst van publieksfavorieten, die wordt aangevoerd door het Spaanse syndroom van Down-liefdesdrama Yo, tambien.

Op uiterlijk vertoon werd in 2010 bezuinigd door het IFFR, wat nog het meest sprak uit de wat treurige houten hutjes op het Schouwburgplein, die als kunstwerk werden geacht een ‘dialoog’ met passanten aan te gaan. Het aantal uitgenodigde filmmakers en kunstenaars werd royaal uitgebreid; van 295 tot 393. Aan interessante gasten was dit jaar ook geen gebrek; Samuel Maoz met zijn tankfilm Lebanon, Hirokazu Kore-eda met zijn opblaaspop-sprookje Air Doll. Maar juist de wat bekendere filmauteurs (François Ozon, Tsai Ming-Liang en Harmony Korine) brachten werk mee dat vermoedelijk niet als hoogtepunt in hun oeuvre zal worden herinnerd.

Vooraf klonk dit jaar veel kritiek op het festival, dat zich met de keuze voor de hoofdgasten (de obscure Japanners Sai Yoichi en Yoshida Kiju) en het hoofdthema (het vergeten filmcontinent Afrika) al te zeer positioneert als festival voor elders over het hoofd geziene films en filmers. Die avontuurlijke ambitie valt te waarderen, maar een internationaal filmfestival als Rotterdam zou toch ook wat meer premières van belang naar zich moeten toetrekken. Dat zou de aanstaande 40ste editie meer urgentie geven.

ADVERTENTIE