Spugen in het oog van de maatschappij

Schandaalfilms in Cannes

Special / Bor Beekman

Het filmfestival van Cannes kent een rijke traditie aan schandaalfilms. Maar zo gemakkelijk te maken zijn ze niet.

‘U moet uitleggen en rechtvaardigen waarom u deze film heeft gemaakt!’

De journalist die de vraag stelt, spreekt met verbeten stem in de microfoon. Lars von Trier kijkt toe vanachter een tafel,  in de afgeladen zaal in het festivalpaleis van Cannes. De mensenschuwe filmer, zelfverklaard autist, oogt zowel geamuseerd als nerveus, en stottert een antwoord: ‘Ik geloof niet dat ik hoef te rechtvaardigen dat ik...’

‘Ja, dat moet u wél’, onderbreekt dezelfde man hem fel. ‘Dit is het Filmfestival Cannes , en u heeft deze film hier gebracht. U moet uitleggen waarom.’

Von Trier blikt wat heen en weer, mompelt wat halve zinnen, en stelt na enige tijd dat hij geen keuze had, als filmmaker. ‘Het is de hand van God, denk ik.’ Na een korte stilte: ‘Ik ben de beste filmregisseur van de wereld. Ik weet niet of God de beste God van de wereld is.’

Zijn nieuwe film maken zónder pontificaal in beeld gebrachte mutilatie van bloed spuitende genitaliën, dat ging gewoon niet, stelt Von Trier. ‘Dat zou voelen als liegen.’


Beeld uit Antichrist

Het 62ste Filmfestival Cannes  kon de eerste dagen nog gecategoriseerd worden als een degelijke, wat tamme editie. Tot de voor de hoofdcompetitie geselecteerde film Antichrist in première ging, waarmee de Deense filmer Von Trier (Dancer in the Dark, Dogville) zijn positie als voornaamste hedendaagse cineast-provocateur met enkele doffe dreunen bevestigde. Dat Von Trier met zijn als ‘horror’ aangekondigde speelfilm, die voor de hoofdcompetitie is geselecteerd, in staat moest zijn om de festivalbezoekers te verdelen, daaraan twijfelde vooraf niemand. Maar hij slaagde er ook in een deel van zijn bewonderaars van zich te vervreemden. Antichrist, de therapeutische helletocht van een om de dood van hun zoontje rouwend echtpaar (Willem Dafoe en Charlotte Gainsbourg), dat elkaar in een boshut gruwelijk te lijf gaat, werd door een fors deel van het geoefende Cannes-publiek met afgrijzen én honend gelach ontvangen.

René Mioch, die met zijn vanuit Cannes gemaakte interviews behalve Nederland ook tv-stations over de halve wereld bedient, is een dag later nog van slag. ‘Boos en misselijk was ik, toen ik de zaal uitkwam. Ik kan best tegen een shockerende film, en ik houd van het werk van Von Trier, maar dit is niet leuk. Ik zou nog naar een filmfeestje gaan, maar ik had die avond helemaal geen zin meer om nog mensen te ontmoeten.’

De Amerikaan Roger Ebert, een van de meest invloedrijke filmcritici in de wereld, die ook aanwezig was bij de eerste vertoning, schrijft op zijn weblog dat de vraag of Antichrist nu een ‘slechte, goede, of grootse’ film is, ‘het punt volkomen mist’. Hij roemt de wijze waarop de Deense regisseur ‘spuugt in het oog van de maatschappij’. Geen film liet Ebert ooit ‘met zo weinig hoop achter’.

Zo beleefde Antichrist precies de vooraf beoogde festivalgeboorte, met de benodigde voortekenen om op termijn de annalen in te gaan als authentieke ‘schandaalfilm’. Hooguit het aantal weglopers viel wat tegen. In 2002 liepen bij een vertoning van Gaspar Noés Irréversible in Cannes meer dan tweehonderd bezoekers de zaal uit, deels bij de scène waarin een man met een brandblusser tot pulp wordt geslagen, en deels bij de (tien minuten lange) anale verkrachting van de hoofdrolspeelster, actrice Monica Bellucci. Dat de bezoekers van Antichrist, op een enkeling na, wel allemaal bleven zitten, ligt vermoedelijk aan de stijl van filmen. Von Trier stompt niet enkel af, hij overvoert eerst met visueel spektakel, en zet zijn gruwelporno vervolgens in  korte flitsen vast op het netvlies; opstaan is zinloos, dan ben je al te laat.

De persconferentie van Antichrist verliep volgens Von Triers boekje. Hij – in zijn beste werk een meester-manipulator – weet als geen ander dat hij kort na de première juist moet mystificeren in plaats van uitleggen. Het succes van deze film hangt af van een schare verafschuwers én verdedigers, die twee partijen bij elkaar brengen heeft geen zin. Ook wanneer hij bijval kreeg van toehoorders, reageerde hij ongeïnteresseerd, bijna minachtend. De man die zijn film roemde vanwege ‘die prachtige beeldtaal’, had er kennelijk óók niks van begrepen.

In de directors confession in het bij de première van Antichrist uitgegeven boekje, stelt de regisseur zijn film te hebben gemaakt om uit een diepe depressie te komen: ‘Het script is gefilmd zonder veel enthousiasme, en gemaakt met ongeveer de helft van mijn fysieke en intellectuele capaciteit.’ En om de verwarring groter te maken noemt hij Antichrist vervolgens wel ‘de belangrijkste film uit mijn hele carrière’.

Het Filmfestival Cannes kent een rijke traditie aan schandaalfilms, en de selectiecommissie wordt wel eens verweten daar al te zeer naar op zoek te zijn. Een van de beruchtste was La grande bouffe, die in 1973 op het festival in première ging. In de film van de Italiaanse regisseur Marco Ferreri schranst een clubje rijke bourgeoisvrienden zich al neukend, boerend en scheten latend, letterlijk dood. De maatschappelijke verontwaardiging die de film opriep – woedende politici, filmverboden – is nu nog maar moeilijk voor te stellen. Wat het ene jaar nog als shockerend wordt ervaren,  is soms al korte tijd later geaccepteerd. Von Trier liet zijn acteurs in de Dogma-film The Idiots uit 1998 echte seks met elkaar hebben, een trend die werd nagevolgd in de vrouwenwraakfilm Baise-Moi uit 2001 en Vincent Gallo’s in 2003 in Cannes met veel boe-geroep ontvangen The Brown Bunny. Exploitatie van de acteurs heette dat toen nog, een schande. Maar toen de Filippijnse filmer Brillante Mendoza vorig jaar in Cannes zijn film Servis presenteerde, viel niemand meer over het feit dat een van de acteurs zich daadwerkelijk in beeld liet afzuigen. Mendoza, die met zijn in beeld en geluid zeer indringende films het leven in Manilla portretteert, gooide er dit jaar een schepje bovenop. In zijn naar de Gouden Palm meedingende film Kinatay (slachting) wordt een prostituee (ze heet Madonna) eerst langdurig verkracht, en vervolgens in stukken gesneden, en Jezus ziet daar vanaf een poster op de muur op toe.

Deze week wacht het festivalpubliek nog enkele premières van erkende provocateurs, onder wie Michael Haneke met Das Weisse Band, een periodefilm over een reeks moorden op een school. Met zijn vorige film, de Amerikaanse remake van zijn meest sadistische werk Funny Games, wilde de regisseur de bioscoopbezoekers straffen voor hun fascinatie voor makkelijk te consumeren geweld. De Oostenrijkse regisseur is een groot bewonderaar van de moeder aller schandaalfilms; Pier Paolo Pasolini’s Salo (naar het boek van Markies de Sade, oervader van de martelporno). Haneke was na het zien van die film letterlijk drie weken ziek.

Ook Irréversible-regisseur Gaspar Noé presenteert in de tweede week van Cannes een nieuwe film in de hoofdcompetitie: Enter the Void, aangekondigd als een nachtmerrie-achtige grotestadsfilm (in Tokio). Maar om zijn eerdere werk, of dat van Von Trier, nog te overtreffen in controverse, zal Noé met meer moeten komen dan monotoon seksueel geweld. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is het niet makkelijk om een goede schandaalfilm te maken. Een teveel aan pretentie, of een tekort, is binnen dit genre al heel snel dodelijk. Veel van de films, ook de klassieke, raken snel gedateerd. Na de première van de film van Lars von Trier was de algemene reactie in het festivalpaleis: erger dan dit kan het niet. Toch blijkt er altijd weer ruimte voor meer, nieuw schandaal. Ook Antichrist had nog best wat grenzen kunnen oprekken. Zo is bij de expliciete seksscènes tussen Charlotte Gainsbourg en Willem Dafoe gewoon gebruik gemaakt van body doubles – de goedgevormde, langdurig en ritmisch tussen Gainsbourgs dijen bewegende billen, zijn helemaal niet die van de 53 jaar oude Amerikaanse acteur. Shockeren met hangbillen, dat ging de makers van Antichrist dan weer net te ver.