Filmjaaroverzicht 2003

De keuze van de filmredactie van de VPRO Gids

Dogma mag dan ten grave gedragen zijn, in 2003 bewees oprichter Lars von Trier opnieuw dé vernieuwer van de internationale cinema te zijn. In Dogville gooit hij alle decorstukken overboord en resteert slechts een plattegrond van krijtlijnen. Publiekslieveling Quentin Tarantino stelde teleur: in Kill Bill geen gevatte dialogen. Gelukkig stonden daar een aantal verrassingen uit kleine filmlanden tegenover, plus een ontluikende Latijns-Amerikaanse cinema. Een greep uit het speelfilmaanbod van 2003.

Dogville van Lars von Trier

Bittere pil
Er moest lang gewacht worden. Maar liefst vier jaar. En in die periode werden de verwachtingen steeds verder opgeschroefd. The Matrix Reloaded - het vervolg op het grensverleggende The Matrix (1999) van de broers Andy en Larry Wachowski - moest dus wel tegenvallen. Maar dat het zo'n bittere pil zou worden: een potsierlijke orgie in Zion, enorm uitgesponnen actiescènes, en veel pseudo-intellectuele prietpraat van The Architect. Revolutions, het slotdeel van de trilogie, was iets beter, omdat het niet meer wilde zijn - net als Aliens destijds, een film waaruit flink geleend werd - dan een superieure actiefilm. Dat is gelukt, maar dat mag ook wel met een budget van $110.000.000. Andere tegenvallende big budget-producties van 2003 waren: Pinocchio, Roberto Benigni's ego-document; Lara Croft and the Cradle of Life, en volgens sommigen ook Gangs of New York van Martin Scorsese en Tarantino's Kill Bill. Van die twee laatste kun je inderdaad zeggen dat ze niet helemaal gelukt zijn. Toch is een zwalkende Scorsese, of een oppervlakkige Tarantino altijd nog beter dan 90% van het reguliere filmaanbod.

Mediahype van het jaar
Het aardige aan Quentin Tarantino is dat hij op basis van een bloemlezing uit de geschiedenis van de Aziatische B-film een smeuig maar wel substantieloos mengsel heeft weten te brouwen, dat vervolgens op de covers van zo'n beetje alle filmbladen ter wereld terecht kwam. Hij kreeg het flinterdunne plotlijntje - vrouw neemt bloedig wraak op die snoodaards die haar mishandeld hebben - aangereikt door actrice Uma Thurman, die ook de hoofdrol speelt. In het eerste deel van Kill Bill zweven de personages door de lucht en bevechten ze elkaar urenlang met grote zwaarden. Daarbij spartelen afgehakte armen en voeten over de vloer, rollen hoofden over tafel en wordt van een verkrachter de tong uit de mond gebeten. Fraai verpakt, volgens de fans. Loze esthetiek, vol gemaniëreerde kraanshots, kitschkleuren en gelikte montageovergangen, volgens de criticasters. Eén ding is zeker: geen gevatte dialoog te bekennen. Het slotdeel van Kill Bill wordt overigens verwacht op 4 maart 2004.

Hyperactief
Liefst drie films gingen er in 2003 van de 42-jarige Britse regisseur Michael Winterbottom in première. Waarvan we de meest recente productie Code 46, een romantische sciencefiction film, nog te goed hebben. Tegen de tijd dat we die mogen aanschouwen heeft Winterbottom, als we hem mogen geloven, alweer een klassiek Engels drama in India gesitueerd, een 'kleinschalig sociaal pamflet' vervaardigd, en zich aan een kostbare boekverfilming gewaagd.
Michael Winterbottom lijkt over een mysterieus vermogen te beschikken om zichzelf van film tot film opnieuw te definiëren, waarbij hij dit jaar gracieus heen en weer switchte tussen een hilarisch docudrama over de Manchester muziekscene in de jaren'80 (24 Hour Party People) en een documentair gedraaide speelfilm over het asielzoekersprobleem (In this World). Wat hem er voor behoedt dat hij in al die genres verdwaalt, is zijn dynamiek en gevoel voor improvisatie, twee verdiensten die commercieel gezien ook tegen hem werken. Met In this World lijkt hij eindelijk de juiste balans gevonden te hebben, wat hem terecht een Gouden Beer op het festival van Berlijn opleverde en bij ons goed gevulde zalen.

Dusnie
De beste animatiefilms werden het afgelopen jaar weer uitgebracht door Disney. Niets nieuws onder de zon zou je denken. Behalve dat ze niet door Disney zijn gemaakt. Zo komt Finding Nemo, de kaskraker van het afgelopen seizoen, uit de koker van Pixar, de bedenkers van Toy Story en Monsters, Inc.. Disney bezit alleen het recht de Pixar-films te distribueren. Een vergelijkbare deal werd gesloten met het Japanse Studio Ghibli, thuishaven van anime-regisseur en levende legende Hayao Miyazaki. Disney mag diens films, waaronder het dit jaar met een Oscar onderscheiden Spirited Away, van Engelse stemmen voorzien, maar heeft zich contractueel verplicht verder niets aan het origineel te veranderen. Tot aan de muziek en het geluid toe.
Waar kwam Disney zelf mee? Jungle Book 2 (een slap aftreksel van het origineel), het (nog) niet in Nederland uitgebrachte Brother Bear, en een handvol vervolgen op klassiekers die direct op video werden uitgebracht.

Laatste kans...
Eigenlijk was niet 2003, maar 2002 het jaar van regisseur Steven Soderbergh en acteur George Clooney. Het door hen samen opgerichte productiemaatschappijtje Section Eight bracht - een jaar na het succes van Ocean's Eleven - aan handvol films uit waar geen enkele 'major' zijn reputatie voor op het spel zou zetten (lees: geld in wilde steken). Jammer genoeg is op alle films, die pas in 2003 de Nederlandse bioscopen haalden, wel het een en ander aan te merken: Full Frontal (mislukt), Solaris (te ingehouden), Confessions of a Dangerous Mind (iets te uitbundig) en Welcome to Collingwood (veel te uitbundig). Maar iedere poging de lat in Hollywood hoger te leggen moet worden toegejuicht. Het is te hopen dat het commercieel floppen van bovengenoemd viertal niet het einde betekent van Section Eight. Naar verluidt gaan ze er daar vanuit dat ze het hoofd boven water houden als een op de vijf films een hit wordt. Dan hebben ze dus nog precies één kans. De verwachtingen voor Ocean's Twelve (december 2004) zijn hooggespannen.

Het experiment
Ze zijn er nog, ook in een tijd waarin elke artisticiteit zo snel mogelijk gereduceerd wordt tot een marktdenken, de regisseurs die beschikken over een onstuitbare drang tot vernieuwing. De Rus Alexander Sokoerov had in zijn Russian Ark maar één - briljante - take nodig om een tijdreis door twee eeuwen tsarendom te maken. Maar de meest prominente vernieuwer van 2003 was toch Lars von Trier, die de regels van het filmmaken weer eens op losse schroeven zette. In Dogville gooit hij alle decorstukken overboord om niet meer dan een grote zwarte vloer over te houden waarop met krijtlijnen de plattegrond van het dorpje Dogville is getekend. Het is een soort hinkelbaan waaraan een stuk muur, een winkeletalage en een deel van een kerktoren zijn toegevoegd. En laat het nog werken ook: die minimale theatrale aanpak is een uitgelezen voedingsbodem voor onze fantasie waardoor je drie uur lang aan je stoel gekluisterd zit.

Opbloei Latijns-Amerikaanse Cinema
De tendens die zich in 2002 voorzichtig aankondigde met films als Amores Perros en La Cienaga heeft zich in 2003 doorgezet: de plotselinge renaissance van een doodgewaande Latijns-Amerikaanse cinema. De meeste Mexicanen zijn al overgelopen naar Hollywood. Zodat de jonge Carlos Reygades de eer van zijn land moest redden met het Tarkovski-achtige Jápon. Voor de Mexicanen kwamen Brazilianen in de plaats; zoals Fernando Meirelles met zijn flitsende favela drama Cidade de Deus en Karim Aïnouz met het even hallucinerende Madame Satã. Beide filmers hebben geen andere verklaring voor de plotselinge interesse voor hun films dan de voor de hand liggende stelling dat het fotogenieke drama in Brazilië nu eenmaal op straat ligt. Dat geldt ook voor het bankroete Argentinië, waar geen geld meer is voor decors en kostuums, sterren of speciale effecten. Wat rest zijn digitale camera's waarmee je een raodmovie kunt maken, het uitgelezen filmgenre voor lowbudgetfilms die over het wel en wee van de mens willen berichten. Carlos Sorin en Diego Lerman begrepen dat uitstekend en leverden respectievelijk het innemende Historias Minimas en het ontwapenende Tan de Repente af.

Eigenzinnig
Ieder filmjaar kent zijn aangename verrassingen. Dit jaar waren dat Noi Albinoi, The Man Without a Past en Hukkle. Films uit respectievelijk IJsland, Finland en Hongarije. Onderling totaal verschillend. De eerste gaat over een wonderkind of total loss, nummer twee over liefde in het Leger des Heils, en nummer drie is een pastorale symfonie annex moordmysterie waarin geen woord gesproken wordt. Ze zijn zo verschillend, van elkaar en van ongeacht welke andere film, dat ze juist dat gemeen hebben: hun unieke, eigenzinnige stem. Van deze films worden er ieder jaar te weinig gemaakt. Begrijpelijk, want het is de moeilijkst denkbare combinatie: eigenzinnig zijn en toch interessant. Het lukte dEUS-zanger Tom Barman net niet met Any Way the Wind Blows. Wel eigenzinnig en uniek, maar nog iets te veel op zoek naar richting.

De documentaire: wel of niet ensceneren?
Naar aanleiding van de weigering van de VPRO-leiding om Ford Transit van Hany Abu Assad op het scherm te brengen, ontstond er een verhitte discussie over het al of niet ensceneren in documentaires. Ook Nicolas Philibert, de maker van de grootste verrassing van dit jaar Être et Avoir, geeft toe dat hij bij het volgen van zijn schoolklasje in de Franse Auvergne situaties heeft gesuggereerd en gebeurtenissen georganiseerd. Maar aan enige vorm van manipulatie zou hij zich nooit bezondigd hebben. Het blijft gissen waarom deze ogenschijnlijk weinig spectaculaire documentaire alleen al in ons land meer dan 150.000 toeschouwers trok, terwijl de doorsnee Docuzonefilm de 1000 niet overstijgt. Is het wellicht de ode die de film brengt aan een idyllische nog authentieke leefwereld? Of zou het die charismatische meester Lopez zijn? Die ineens zijn beminnelijke masker afdeed en van de producent een aandeel in de winst opeiste?

Hand in eigen boezem
Was 2003 nou een goed of een slecht jaar voor de Nederlandse film? We hadden Van God los, Cloaca, De Tweeling en De Passievrucht. Maar ook Phileine zegt sorry, Grimm, Verder dan de Maan, en de gebruikelijke kinderboekverfilmingen. Er was ook Nederlandse bemoeienis met experimentele films als Von Triers Dogville en Peter Greenaway's Tulse Luper Suitcases, maar om dit nou als Nederlandse producties te beschouwen. Het Nederlandse experiment vinden we in 2003 eigenlijk alleen terug in Pieter Kuijpers' Van God los. Filmisch, sfeervol en voor een debuut opvallend zelfverzekerd. Het wachten is op zijn tweede bioscoopfilm. Hoewel de meeste aandacht - zeker tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht - uitging naar Kim van Kooten, was 2003 toch vooral het jaar van actrice Halina Reijn. Naast de films Grimm, Polleke en De Passievrucht ook te zien op toneel, en door het Amerikaanse publiek ontdekt in het dit jaar voor een Oscar genomineerde Zus & Zo (2001). Zou ze al Engelse lessen volgen?


reacties