'De echte moordenaar is al lang het zwijgen opgelegd'

Bradley Cox over Who Killed Chea Vichea?

Interview / Cor Speksnijder

Het is een pijnlijke vertoning. De verdachten van de moord op de Cambodjaanse vakbondsleider Chea Vichea worden huilend aan de pers gepresenteerd. Door hun tranen heen maken ze duidelijk dat ze erin zijn geluisd door de politie en niets met de moord te maken hebben. ‘Moeder, ik ben geen moordenaar’, snottert een van de twee. Het helpt niets; ze zullen worden veroordeeld tot twintig jaar.

  • Who Killed Chea Vichea?

    Who Killed Chea Vichea?

De Amerikaanse documentairemaker Bradley Cox (53), aanwezig bij de persconferentie van de politie en bij de minstens even trieste rechtszitting, raakt ervan overtuigd dat de twee onschuldig zijn en slachtoffer zijn geworden van hogere politieke machten. ‘Ik wilde deze zaak onderzoeken en het verhaal aan de wereld vertellen. Het is geen uniek verhaal, het gebeurt vaker in Cambodja.’ Het resultaat van zijn research is de film Who Killed Chea Vichea?.

Chea Vichea leidde een van de grootste vakbonden van Cambodja, een bond voor arbeiders in de kledingindustrie. Die sector is Cambodja’s belangrijkste bron van exportinkomsten. Als verdediger van werknemersrechten en bestrijder van corruptie was hij meer dan eens in botsing gekomen met de politie en was hij een doorn in het vlees van het regime in Phnom Penh. Op een ochtend in januari 2004 werd hij doodgeschoten bij een kiosk in het centrum van de Cambodjaanse hoofdstad.

Niet lang daarna kwam de politie op de proppen met de ‘daders’: Born Samnang en Sok Sam Oeun. Beide wanhopige mannen ontkenden ten stelligste en zeiden dat de politie hen door marteling een valse bekentenis had afgedwongen. Toch kwam de zaak voor de rechter. Ondanks de zwakke bewijsvoering en de verklaringen van bekenden die hen een alibi verschaften, volgde een veroordeling die in hoger beroep werd bevestigd.

Ze zitten inmiddels vier jaar vast.

Cox sprak met getuigen – ook met overheidsfunctionarissen – die bevestigden dat de veroordeelden niet de moordenaars zijn of kunnen zijn.

Het was lastig deze getuigen al of niet herkenbaar voor de camera te krijgen. Angst voor wraak van politie en justitie is – met reden – diepgeworteld in Cambodja.

De eigenaresse van de krantenkiosk, die de moord voor haar ogen gepleegd had zien worden, getuigde pas van de onschuld van het tweetal toen ze wist dat ze het land kon verlaten. Kort na haar voor de camera afgelegde verklaring reisde ze samen met Cox naar Thailand. Ze kreeg asiel in de Verenigde Staten.

Cox maakt zich zorgen over de veiligheid van andere gefilmde getuigen. ‘Sommigen hebben het land verlaten, anderen zijn daar nog.’ Ook zelf vertrok hij uit veiligheidsoverwegingen uit Cambodja, waar hij vijf jaar had gewoond. Hij vestigde zich in Thailand.

Volgens Cox was de opdracht voor de moord afkomstig uit hoge regeringskringen. ‘Op lager niveau zou niemand zo’n beslissing, met zoveel – ook internationale – implicaties, kunnen nemen.’ Degene die de trekker heeft overgehaald, zal nooit worden gevonden, meent Cox. ‘Die is vermoedelijk al lang het zwijgen opgelegd.’

Cox gaat ervan uit dat Who Killed Chea Vichea? in Cambodja zal worden verboden. Dat gebeurde immers ook met The Plastic Killers, een eerdere, kortere versie van de documentaire. ‘Dat er verkiezingen worden gehouden, wil nog niet zeggen dat Cambodja een democratie is.’

ADVERTENTIE