‘Bij ons geen blanke expert’

Interview regisseurs Ilse en Femke van Velzen

Interview / Rob Gollin

De regisseurs Femke en Ilse van Velzen (29) gingen op zoek naar de motieven van de verkrachters tijdens de oorlogen in het oosten van Congo. Het resultaat moet het publiek raken en tegelijkertijd als educatiemiddel ter plekke kunnen dienen – ‘we stoppen niet met het onderwerp als de film af is.'

Het lijkt al bij voorbaat een kansloze missie. Met een mapje onder de arm stapt kapitein Pierre Basima op enkele rebellen af die wellicht binnenkort tot het nationale leger van Congo behoren. Ze verblijven daartoe in een zogeheten reïntegratiekamp. Nadat hij zich beleefd heeft voorgesteld aan iemand die kennelijk ooit een leider was (‘mijn kolonel, mijn respect’) vertelt hij het doel van zijn komst: voorlichting over seksueel geweld. Dat een soldaat zich in het veld moet gedragen tegenover de bevolking. Dat er straks één leger zal zijn dat heel Congo beschermt.

Wantrouwen en weerzin schemeren in de ogen onder de cowboyhoeden van de aangesprokenen. Dit is niet het juiste moment om ze ontsporingen in het recente verleden voor te houden. En verenigd zijn ze nog lang niet. ‘We zijn nu niet rustig. Pak jullie spullen en verdwijn.’ Met een bezorgde blik verlaat Basima onverrichter zake het kamp.

‘Er is nog een lange weg te gaan.’ De Amsterdamse filmmakers-tweeling Femke en Ilse van Velzen (29) gaven eerst in Fighting the Silence (2007) gezicht en stem aan de naar schatting 150 duizend vrouwen die tijdens de oorlogen in het oosten van Congo zijn verkracht door militairen en opstandelingen. In het vervolg Weapon of War (2009) voeren daders het woord. De omvang van het geweld, en het grote zwijgen daarover in de samenleving, liet de Van Velzens niet los. ‘We wilden het gewoon weten: waarom hebben ze het gedaan? Weten ze wel wat ze hebben aangericht? Dat kun je alleen maar aan hen zelf vragen.’


Fighting the Silence

Ze volgden naast Basima ook enige tijd de gewezen Mai-Mai Alain (de naam is gefingeerd), die met het medicijn Haldol de herinneringen aan zijn gruweldaden probeert te verdrijven. Zijn groep vergreep zich onder meer aan vrouwen die in een rivier aan het wassen waren. In woord en gebaar legt hij uit hoe ze te werk gingen. Onder bedreiging van een geweer grepen ze het slachtoffer vast en stopten haar een prop in de mond. Voor de camera wipt hij nog even enkele keren op – hier was het om te doen. ‘Ik handelde als een wild beest.’

De filmmakers hebben zich afgevraagd of ze misdadigers wel een podium moesten geven. ‘Ze hebben vreselijke dingen gedaan. Maar het rechtsysteem functioneert niet in Congo. Soldaten en rebellen zijn zwaar getraumatiseerd teruggekeerd in de maatschappij. Er wordt nauwelijks over gesproken. Je moet dan wel beginnen met aandacht, bewustwording.’ Dat zoiets in Congo nogal ingewikkeld kan liggen, blijkt verderop in de documentaire: de beminnelijk ogende voorlichter tegen seksueel geweld Basima biecht zes verkrachtingen op, zijn vrouw vertelt dat hij haar geregeld mishandelde.


Weapon of War

Waarom kwamen ze eigenlijk tot die bekentenissen aan twee frêle ogende zussen, voorbijgangers uit een ver land? ‘Kapitein Basima had er belang bij. Hij is bekeerd, hij voert campagne. Bij Alain kregen we het gevoel dat hij opgelucht was dat hij het verhaal een keer kwijt kon. Dat we blank zijn en jong, werkte in ons voordeel. Onze aanwezigheid is niet intimiderend, er is een zekere afstand. Dat voelt juist veiliger.’

Ze legden contacten via lokale organisaties, waarmee ze al tijdens het maken van Fighting the Silence hadden samengewerkt. Van de autoriteiten ondervonden ze geen tegenwerking: de film zou het bewijs kunnen vormen dat de schande bespreekbaar wordt. Uiteindelijk hebben ze in twee periodes van vijf weken in Congo vijftien soldaten en rebellen voor de lens gekregen; naast die van Alain en Basima hebben alleen de getuigenissen van commander Taylor van Laurent Nkunda’s CNDP en Mai Mai Kasareka de documentaire gehaald. ‘Nog meer zou te veel van hetzelfde zijn geweest.’

Is er iets van begrip ontstaan? ‘Je wordt volgens ons niet als verkrachter geboren. Maar oorlog haalt het slechtste in iemand naar boven. In elke oorlog wordt verkracht. In Congo misschien wel op grotere schaal: de vrouw is er al zeer ondergeschikt aan de man. Maar er is geen eensluidend motief. Er zijn zestig gewapende groepen in Congo. Velen zien het als hun récht, na wekenlang verblijf in het bos. Basima zegt: als je tegenstander je kapot wil maken, zal hij jouw vrouw verkrachten. Kasareka kent er magische krachten aan toe. Na de verkrachting sneden ze borsten en geslachtsdelen af en staken die in brand om zich vervolgens met de as te laten tatoeëren. Nkunda zag er echt een strategie in: als je veel vrouwen verkracht, provoceer je de overheid en ondermijn je het gezag.’

Weapon of War

Weapon of War is de vierde documentaire van IFproducties. Eerder maakten Ilse en Femke – toen nog studenten Culturele en Maatschappelijke Vorming – Bushkids over een radiostation voor jongeren in de townships van Kaapstad en, met Noa Lodeizen, Terug naar Angola over de uitzetting van drie jonge asielzoekers.

‘Intiem en integer’ zijn naar eigen zeggen de sleutelbegrippen in het oeuvre. ‘Wij zijn nu eenmaal snel begaan met het lot van anderen. En er zijn zoveel vergeten verhalen te vertellen. We proberen het altijd klein te houden: we blijven bij de betrokkenen zelf. Bij ons zul je nooit de blanke expert aantreffen die het allemaal beter weet. Er is geen voice over. We komen er ook niet zelf in voor. Dat zou een ontoelaatbare inbreuk zijn.’

Ze hebben bij het maken altijd een dubbel motief voor ogen: de film moet een publiek raken en tegelijkertijd als educatiemiddel ter plekke kunnen dienen – ‘we stoppen niet met het onderwerp als de film af is’. Fighting the Silence trekt inmiddels in een mobiele bioscoop door Congo, organisaties gebruiken de documentaire als voorlichtingsmateriaal, er zijn workshops. ‘We krijgen het vaak te horen: dit materiaal is veel te zwaar en te beladen voor de bevolking daar. Het is onzin. De mensen daar snappen heel goed wat er speelt. Het zijn hun buren die het verhaal vertellen, hun naasten. Daarom kunnen deze producties terugkeren naar het land waar ze gemaakt zijn. Film is in dit soort gevallen zo’n ongelooflijk krachtig medium.’

Dat ze afgezien van enkele fotocursussen nooit een opleiding voor beeldregistratie hebben gevolgd, zien ze niet als bezwaar. Regietips kregen ze van andere documentairemakers. ‘Produceren en organiseren is in deze discipline zeker zo belangrijk. Dat hebben we wel op onze studie geleerd, dat vinden we ontzettend leuk om te doen. We houden dan ook alles in eigen hand. We zoeken soms minder gebruikelijke oplossingen. Wij stapten tot nu toe niet naar omroepen voor financiering, wij benaderen ngo’s, mensenrechtenorganisaties bijvoorbeeld. Films kunnen ook in hun belang zijn. Dan vertel je natuurlijk dat ze wel eerst moeten worden gemaakt. Daar zijn ze best ontvankelijk voor.’

Bevat Fighting the Silence een sprankje hoop – een man neemt zijn door rebellen verkrachte vrouw weer aan –, ook Weapon of War toont dat er een weg terug is, zij het in westers perspectief een niet erg voor de hand liggende. Het komt tot een wat houterig verlopend gesprek tussen een om vergiffenis vragende Alain en een van de vrouwen die aan de rivier haar was deed. Haar verkrachting leidde tot isolement, haar verloofde heeft haar verlaten. Alains smeekbede leidt er toch toe dat zij vertelt dat ‘mijn hart aan het helen is’. Het blijft niet bij een schuldbekentenis. Als zij de ontmoetingsplek verlaat, heeft zij een schadevergoeding aan een touwtje: een speels varkentje.