IDFA 2009

Archiefmateriaal is een schat voor de documentairemaker. Het biedt een blik op de tijd waaruit het komt, maar ook een blik van die tijd. En hoewel de kijker het ervaart als ‘de waarheid’ plooit het zich naar de wensen van de regisseur.
Een verwoeste stad is een verwoeste stad. Neem nou Berlijn in de lente van 1945. Onderscheidende gebouwen zijn veranderd in een hoop bakstenen. Wat restanten van muren, bergen puin. Het had elke andere platgebombardeerde plaats kunnen zijn.
Maar in The Girls of the Ruins ga je steeds anders kijken naar die eindeloze beelden van destructie die Xavier Villetard gebruikt. Via dagboekfragmenten en interviews vertellen Berlijnse vrouwen wat er gebeurde na de bombardementen. Bijvoorbeeld over de Russische soldaten die ze verkrachtten om wraak te nemen voor de verschrikkingen van de nazi’s.
De ramen waren kapotgeschoten, vertelt een vrouw. Je kon het geschreeuw horen.
En zo worden de gebroken vensters opeens aan oorlogsmisdaden gelinkt. De gezichten van de achtergebleven inwoners van Berlijn – inderdaad vooral vrouwen, mannen moesten nog terugkeren van het front – verbergen een taboe.
Archiefmateriaal is een schat voor de documentairemaker. Je kunt het zo gek niet bedenken of er stond wel een camera bij. Het wordt door digitalisering steeds makkelijker om het materiaal te gebruiken en te bewerken. En dat wordt veelvuldig gedaan om een eigen verhaal te vertellen.
Dat heeft een interessant neveneffect, vooral als het materiaal uit nieuwsrubrieken komt. Immers: wat zo sec geregistreerd is, beschouwen we als waar. Dus een documentaire die (bijna) helemaal uit archiefbeeld bestaat, moet de waarheid wel benaderen. Michael Winterbottom en Matt Whitecross illustreren in The Shock Doctrine elk historisch omslagpunt dat ze noemen, met beeld – van rollende tanks tot proeven met electroshocks in psychiatrische ziekenhuizen. Maar dat beeld wordt wel ingezet om een eigen verhaal te vertellen: hun documentaire is een betoog dat gebaseerd is op die van anti-globaliste Naomi Klein.

The Shock Doctrine
Ook Ditteke Mensink onderzoekt in hoeverre archiefmateriaal zich plooit naar haar wensen. ‘Ik wilde het filmisch toepassen, de beelden een eigen verhaal laten vertellen.’
In Farewell, dat in de hoofdcompetitie wordt vertoond, is dat het verhaal van de journaliste Lady Grace Drummond-Hay die als enige vrouwelijke journalist met de eerste zeppelinvlucht rond de wereld meeging, in 1929. De film bestaat volledig uit prachtig archiefbeeld, gevonden door reseacher Gerard Nijssen. Het wordt ondersteund door een voice-over waarin Drummond-Hay in haar reisverslag schrijft over de opwinding om de reis en de relatieperikelen tussen haar en de getrouwde reisgenoot Karl von Wiegand. Politiek, liefde, avontuur, vooruitgang, emancipatie, het optimisme van roaring twenties vlak voor de grote beurskrach – alles komt samen in Drummond-Hays ideale reisverslag.
Of liever Mensinks ‘reisverslag’. De documentairemaakster schreef het zelf. ‘Ik weet niet precies wat er tussen hen gebeurd is tijdens die reis, maar ik heb wel alle voice-over-teksten gebaseerd op krantenartikelen en liefdesbrieven. Ik begon in eerste instantie met veel letterlijke citaten. Tot ik merkte dat ik het veel meer naar het beeld toe moest schrijven om het te laten werken.’
Daardoor bevestigt het archiefmateriaal Drummond-Hays blik voortdurend. Het schetst een prachtig tijdsbeeld, maar het is geen anonieme cameraman meer die de zwaaiende mensen filmt, of het New York van de jaren twintig – zij is het. Romantici gaan zelfs spanning zien tussen die vrolijke jonge vrouw en die oudere tobber.
Farewell
En dat levert een interessante gedachte op over de werkelijke mens achter de camera. Archiefmateriaal zelf, hoe registrerend het er ook uitziet, is natuurlijk niet voor niets bewaard gebleven of te vinden. Zo Mensink merkte dat veel nieuw materiaal over de beurskrach in 1929 opeens opdook nadat de economie dit jaar instortte.
Maar meer dan dat is archiefmateriaal niet alleen een blik óp die tijd, het is ook de blik ván die tijd. Dat ligt voor de hand bij reclamefilmpjes of kapitalistische cartoons die als knipoog worden gebruikt bij bijvoorbeeld We Live In Public of Yes Men Fix The World. Dat het bedrieglijker kan zijn, blijkt uit een prachtige zwartwit foto die wordt getoond in de documentaire 1929, over het ineenstorten van de beurs in dat jaar. Het is een hongerige vrouw met groeven in het gezicht, kinderen hangen aan haar schouders.
Het is een propagandafoto, zeggen de sprekers, in scène gezet. Ten faveure van de regering en The New Deal-maatregelen die ze wilde doorvoeren. Amerikanen werden zo voor het eerst aangesproken op hun solidariteit. Sommige archiefbeelden die in dezelfde documentaire gebruikt worden om een tijdsbeeld te schetsen, lijken met hetzelfde doel gemaakt.
Maar zoiets kan juist een meerwaarde hebben. Niet alleen de tijd, maar de emoties van die tijd moeten in het hoofd gaan werken. De chaos wordt overgebracht in The Shock Doctrine door heftig archiefmateriaal. De liefde tussen Drummond-Hay en Von Wiegend wordt zichtbaar door een voice-over. De verschrikkingen van de oorlog blijven vastgeklonken aan het opgebouwde Berlijn.
En zo heeft ook het meest veelzeggende beeld uit 1929 niets met de economische depressie te maken, althans, de link wordt niet expliciet gelegd. Het archiefmateriaal laat een danswedstrijd zien – een manier waarop veel Amerikanen destijds probeerden geld te verdienen. De muziek is treurig.
Dit zijn Amerikanen die moe gedanst zijn, die zich aan elkaar vastklampen in opperste wanhoop, om maar te blijven staan en door te kunnen gaan.
Een mooiere metafoor voor wanhoop is er niet.