IDFA 2009

De Australische filmmaker George Gittoes nam een speelfilm op onder de ogen van de Taliban. Zijn Pakistaanse actrices moesten verhuizen.
‘Van de elf Pakistaanse vrouwen die auditie hebben gedaan voor mijn film zijn er inmiddels vijf vermoord door de Taliban, omdat ze actrice zijn.’
Vraag de kunstenaar en filmmaker George Gittoes of hij met zijn shockdocumentary The Miscreants of Taliwood, onder de ogen van de Taliban opgenomen, de lokale bevolking in het tribale noorden van Pakistan niet in gevaar heeft gebracht, en hij somt droog de gruwelijke feiten op. Maar, vervolgt hij: ‘dat waren precies de vijf vrouwen die tijdens de auditie afvielen. Ook vreselijk natuurlijk, maar ik had het nog veel vreselijker gevonden als een van mijn actrices zou zijn vermoord.’
Die actrices zijn inmiddels uitgeweken naar een ander deel van Pakistan, waar ze hun beroep nog wel kunnen uitoefenen. En zijn mannelijke hoofdrolspeler, de plaatselijke actieheld Javed Musazai, werd ontvoerd door de Taliban, maar ook weer bevrijd. ‘Hij heeft veel broers met kalasjnikovs’, legt de filmer uit.
De Australiër Gittoes (1949) filmde enkele jaren in Peshawar en omgeving, met het idee de lokale Pashto-filmindustrie vast te leggen. Die zorgt al sinds de jaren zeventig voor een stroom goedkoop gemaakte films, mateloos populair onder Pakistanen, Afghanen en hun buurvolkeren. Vol actie, melodrama, met kalasjnikovs volgehangen mannen en heupwiegende vrouwen met en zonder hoofddoek. En, zegt Gittoes, de verplicht in de cast op te nemen dwergacteur. ‘Voor de humor.’
Die industrie ligt inmiddels praktisch stil, sinds de Taliban besloot de verkooppunten van Pashto-dvd’s op te blazen en hun eigenaren te vervolgen. Tijdens het verblijf van Gittoes verslechterde de situatie. Dus legde de filmer zelf maar enkele duizenden dollars in, scharrelde een lokale cast bijeen en filmde een actiefilm ‘over een warrior-soefi’, en een komedie met twee dwergen in de hoofdrol ‘die Bush en Musharraf spelen’.
Van beide dvd’s zijn inmiddels ruim 40 duizend exemplaren verkocht. De opbrengst gaat naar de acteurs. Omdat Gittoes ook zelf acteert in de door hem gefinancierde Pashto-films, wordt hij in Pakistan en Afghanistan nu op straat herkend. ‘Ik ben een vreselijk slecht acteur, maar op verzoek speel ik de rol van Amerikaan. Er was niemand anders beschikbaar.’
En dit alles dient dan weer als stof voor Gittoes eigen essayistische documentaire The Miscreants of Taliwood (De onverlaten van Taliwood), die deel uitmaakt van de IDFA-competitie, en in Amerika al enkele lovende recensies kreeg in prominente filmbladen.
Gittoes, begin zestig, met wit hippiebaardje en lang haar, leeft als schilder in Berlijn, en maakt al decennia lang documentaires in oorlogsgebieden. ‘Ik begon als maker van films waarin ik zelf afwezig was, meer journalistiek van toon. Nu niet meer, ik probeer het medium op te rekken. Journalisten hebben soms moeite met mijn losse stijl, maar die is nodig om mijn eigen filmtaal te vinden. Ik weiger om mijn werk op te vullen met die beelden uit vluchtelingenkampen, van zielige mensen in rare kleren – die standaard die je aantreft in de meeste documentaires.’
Gittoes plaatst zichzelf graag op de voorgrond in zijn films, soms met humor, soms prekerig. Hij wandelt veelvuldig door zijn eigen beeld, om de kijker er nadrukkelijk op te wijzen hoe gevaarlijk en bijzonder het allemaal wel niet is wat hij doet. Vaak is dat overbodig: wanneer mannen met tulband en baard de filmset verstoren, hun pistool doorladen en op de camera richten, komt de boodschap wel over.
Maar hoe rommelig gefilmd en verteld ook, The Miscreants of Taliwood biedt behalve een inkijkje in de Pashto-filmcultuur, ook unieke beelden van de complexe situatie in het door de Taliban gecontroleerde gebied. Zo toont Gittoes in zijn film hoe de fundamentalisten – ondanks het door hen zelf verordonneerde filmverbod – een concurrerende dvd-stroom aan propagandafilms uitbrengen, en daartoe winkeltjes openen. En omdat de makers, net als de gemiddelde Hollywood-studio, inzien dat een nieuwe film altijd alle eerdere moet overtreffen, worden de films almaar gruwelijker. Voor ‘gewone’ executies is al lang geen publiek meer te vinden. The Miscreants of Taliwood bevat beelden waarop te zien is hoe de Taliban nu al kinderen vrolijk de hoofden van ‘ongelovigen’ laat afsnijden, als noviteit. ‘Ik heb in zo’n pr-winkeltje ook een dvd gekocht waarop enkel vers afgesneden hoofden te zien zijn, en hoe de ogen en lippen nog enkele minuten na bewegen. Zover zijn ze al met hun entertainment.’
Gittoes werkte in Pakistan met een volledig lokale crew. ‘Het zou fout zijn en te gevaarlijk om westerlingen mee te nemen. Mijn eigen zoon, die ook filmt, wilde mee, maar dat heb ik hem verboden.’
Zelf verkleedt hij zich als lokale bewoner (met zonnebril) om onopvallend rond te kunnen reizen, en hij spreekt de taal. ‘Ik kom er al jaren, dat scheelt. De mooiste beelden kun je helaas niet filmen. Bijvoorbeeld wanneer we langs Taliban-wegversperringen rijden, waar de zwaarbewapende jonge garde hangt. Als die een camera zien, maken ze je meteen dood.’
Gittoes geldt binnen de Australische kunstwereld als gevierd oorlogsschilder, die wereldwijd exposeerde. Als filmer verwierf hij vooral bekendheid met zijn film Soundtrack to War (2005), waarvoor hij militairen in oorlogsgebied interviewde over hun muziekvoorkeur. Filmer Michael Moore gebruikte een groot aantal beeldfragmenten uit die film voor zijn documentaire Fahrenheit 9/11.
Tijdens het IDFA-festival wordt enkel The Miscreants of Taliwood vertoond. Wie de Gittoes Pashto-films wil zien kan terecht op internet, bij youtube. Of, met enig geluk, op de zwarte markt te Beverwijk, waar Afghanen de dvd-stalletjes bemannen en Pashto-films in alle soorten voorradig zijn.
Gittoes: ‘Goeie kans dat je daar mijn hoofd op een hoesje aantreft.’