Jaarlijks worden op het filmfestival drie VPRO Tiger Awards uitgereikt aan beginnende regisseurs. Cinema.nl sprak met alle deelnemers aan de competitie en legde ze vijf vragen voor.
.
Nathalie liegt. En niet zo’n beetje ook. Alles wat ze over zichzelf vertelt, is volledig uit de lucht gegrepen. Maar de beelden verraden meer over het jongvolwassen meisje dan ze zelf loslaat. De Franse regisseur Juliette Garcias (1970) heeft dan ook een goed oog voor symboliek en detail.
De Indonesische filmmaker Edwin (1978) heeft geen haast. Twee jaar deed hij over zijn eerste lange speelfilm. Zijn zoektocht naar zijn Chinees-Indonesische identiteit resulteerde in het absurdistische Blind Pig Who Wants to Fly: een puzzel van een film, met rotjes, tandheelkunde en heel veel Stevie Wonder.
Als acteur behoeft Michael Imperioli (Tony Soprano's explosieve neefje in The Sopranos) weinig introductie. Maar in Rotterdam is hij als regisseur. Van de openingsfilm The Hungry Ghosts, een mozaïekfilm over een groep dolende New-Yorkers, die ook werd geselecteerd voor de Tigercompetitie.
Henry Bernadet en Myriam Verreault bleven voor hun eerste film dicht bij huis. De meeste scènes van À l'ouest de Pluton draaiden ze gewoon op hun oude middelbare school. Zes maanden lang improviseerden ze met de jonge acteurs om de nieuwe generatie tieners in Québec zo realistisch mogelijk te portretteren.
In haar debuut toont de Nieuw-Zeelandse filmmaakster Armagan Ballantyne (1974) wat er met een geïsoleerde Maorigemeenschap gebeurt als een jong meisje door een bizar ongeluk om het leven komt. Vooral Kimi, de tweelingbroer van het meisje, kan niet met haar dood omgaan. In zijn verbeelding zijn ze nog steeds samen en hij begint voor twee te eten om haar in leven te houden.
De Zuid-Koreaan Yang Ik-June regisseerde, schreef, produceerde en speelde de hoofdrol in het keiharde drama Breathless. Hij speelt in zijn regiedebuut een man die zijn emoties enkel kan uiten door er op los te slaan.
De Spaanse titel van deze Taiwanese film betekent ‘I kan niet leven zonder jou’. Regisseur Leon Dai (1966) kwam er in zijn zoektocht naar een goede Engelse titel achter dat de Latijns-Amerikaanse passie veel geschikter was om het verlangen van de hoofdpersoon in No puedo vivir verwoorden.
Floating in Memory geeft volgens de Chinese regisseur Peng Tao (1974) een realistisch beeld van de sociale problemen die jongeren uit de lagere klassen tegenkomen als ze in de grote stad op zoek gaan naar een beter leven.
Schottentor, van de Oostenrijker Caspar Pfoundler (geboren in 1959 en met afstand de oudste Tigerkandidaat), is een estafettefilm waarin de maker zes verschillende personen volgt die in het Weense tramstation Schottentor dromen over wie ze zouden willen zijn.
Wrong Rosary van Mahmut Fazil Coskun is een fraai gefotografeerd en ingetogen portret van de onmogelijke liefde tussen de muezzin Musa en Clara, een katholieke zuster. De film speelt zich af in Istanboel, waar alle geloven vredig naast elkaar leven, maar wel in gescheiden werelden.
Turistas, de tweede film van de Chileense Alicia Scherson is een tragikomisch inkijkje in de ervaringen van grote-stadsdame Clara in de uitgestrekte Chileense natuur.
Dogging: Mannen van meestal middelbare leeftijd die gaan kijken hoe anderen, meestal jonge stelletjes, op de achterbank van hun auto’s sex hebben. Het bestaat echt. In Engeland. En de jonge Britse filmmaker Simon Ellis maakte er een film over: Dogging: A Love Story.
Het speelfilmdebuut van regisseur Ramtin Lavafipour gaat over mensen op de zuidelijke eilanden van Iran, die leven van het smokkelen van allerlei goederen. Gedraaid in dynamische, realistische stijl die doet denken aan vroegere Iraanse meesters.
The Dark Harbour is een beetje naïeve tragikomedie van de jonge Japanse regisseur Naito Takatsugu, waarin de maker veel compassie toont met zijn klungelende medemens.