NFF 2007

Gast van het jaar Burny Bos doet liever geen concessies. Hij vindt alleen het beste goed genoeg voor kinderen.
Een raar idee: als producent, schrijver, radio- of televisiemaker heeft Burny Bos (1944) invloed gehad op de opvoeding van talloze Nederlanders van - pak 'm beet - onder de veertig. De kinderen van nu gaan en masse naar door hem geproduceerde films als Minoes, op de twintigplussers heeft zijn zondagochtendprogrammering voor de VPRO diepe indruk gemaakt, en de dertigers kennen hem van zijn eerste kinderprogramma's op de radio, zoals Ko, de Boswachtershow. Bos heeft sinds de jaren zeventig laten zien dat kwaliteit en (commercieel) succes best samen kunnen gaan. Dochter en scenarioschrijver Tamara Bos: 'Voor hem is het simpel: het is idioot dat er zoveel rommel wordt gemaakt voor kinderen, terwijl juist zij zo ontvankelijk zijn.'
Oud-klasgenoot van de kweekschool, Boudewijn Klap, introduceerde Bos - een jonge vader met een korte loopbaan als leraar en jongerenwerker - in 1974 bij de AVRO. Klap: 'Ik zag hem in een televisieprogramma dat gepresenteerd werd door amateurs. Hij was de enige die daarbij niet op zijn bek ging. Omdat hij op een normale manier met mensen omging, niet verheven.'
Bos' ideeën bleken precies aan te sluiten bij wat de net als hoofd jeugd aangestelde Klap met kinderradio wilde. Een nieuwe richting. Kinderen serieus nemen. Ze in onorthodoxe gesprekken zélf eens aan het woord laten. 'Voorheen werden in kleuterprogramma's vooral sprookjes verteld. Burny begon in Radio Lawaaipapegaai over echtscheiding. 'Zo, dus jouw ouders zijn uit elkaar. Hoe is dat?' Met sprookjes is niets mis, maar er moesten nieuwe sprookjes gemaakt worden. Over nu.'
Moderne sprookjes, en kinderen serieus nemen: het zijn altijd twee belangrijke pijlers gebleven. Bos bleek een feilloos gevoel te hebben voor wat kinderen grappig of spannend vinden. Mensen om hem heen roemen zijn humor, zijn onophoudelijke ideeënstroom en de vrijheid die hij zijn medewerkers geeft.
Zo stimuleerde hij als hoofd van de VPRO-jeugdtelevisie in de jaren tachtig de creatieve atmosfeer bij de omroep. Hij had ook een fiks budget en een flinke hoeveelheid zendtijd bedongen. Logisch, vond hij. Als de bevolking voor een kwart bestaat uit kinderen, moet een kwart van het budget naar kindertelevisie gaan. Voor talentvolle programmamakers was het 'een speeltuin', volgens regisseur Ben Sombogaarts, die toen voor hem werkte. 'Burny vertrouwt op mensen om zich heen. Dat heeft te gekke dingen opgeleverd.' Onder Bos' leiding is de VPRO zondagochtendprogrammering bedacht en hij stond aan de wieg van programma's als Achterwerk in de Kast en Theo en Thea.
Tegelijkertijd botste zijn perfectionisme en zijn alles-of-niets-houding met die van de VPRO. Na vijf jaar vertrok hij met een conflict en zette met zijn broer een eigen productiehuis op, BosBros. De Omroepman van het jaar 1998 maakte zich in Hilversum niet overal even geliefd. Van zijn kritiek op de omroepen en hun jeugdprogrammering heeft hij nooit een geheim gemaakt. Ze nemen jeugdtelevisie niet serieus genoeg, vindt hij. 'Soms kan hij de realiteitszin wat verliezen', zegt Klap. 'Hij lijkt niet te beseffen dat bezuinigingen soms noodzakelijk zijn. Natuurlijk kan het niet altijd perfect zijn; Hij zou iets meer relativeringsvermogen mogen hebben.'
Bos bleef een vernieuwer. Met Sombogaarts maakte hij in 1989 Mijn vader woont in Rio, een eerste serieuze poging om naar Scandinavisch voorbeeld kwalititeitsdrama te maken voor kinderen. Bos, schrijver van het gelijknamige boek, bewerkte het tot een scenario én trad voor de eerste keer op als producent. Sombogaarts over de jarenlange samenwerking die volgde: 'Hij komt met gekke invallen en bewaakt het verhaal. Regisseurs, acteurs, ontwerpers krijgen de ruimte om iets toe te voegen. Ogenschijnlijk is het misschien een rommelig procedé, maar het stimuleert wel. Je wordt gedwongen om het uiterste uit jezelf te halen.'
Het grootste risico dat het duo nam, was de film Abeltje in 1998. Na jarenlange onderhandelingen met de schrijfster Annie M. G. Schmidt en haar uitgeverij mocht Bos het gelijknamige boek verfilmen. Zijn droom: de hegemonie van Disney rond de kerstperiode doorbreken en laten zien dat een Nederlandse jeugdfilm kon meetellen. Abeltje werd de duurste Nederlandse familiefilm uit de geschiedenis en er werd een grootschalige publiciteitscampagne bedacht.
Tegelijkertijd ging het slecht met BosBros. Door hervormingen van de omroepen verloor het bedrijf zijn opdrachtgevers en moest Bos zijn medewerkers ontslaan. De druk om van Abeltje een succes te maken, liep op. Sombogaarts: 'Mensen werden zenuwachtig. Burny ook. Hij had een tweede hypotheek op zijn huis genomen om de film überhaupt af te kunnen maken. Hij kwam vaker in de montage kijken dan normaal.'
De film werd een succes - wat bioscoopbezoek betreft, versloeg hij de twee grote animatiefilms van de kerst van 1998, Mulan en The Prince of Egypt. BosBros kon weer groeien. 'Toch heeft die periode tot verbittering geleid', denkt Michiel de Rooij, de directeur van BosBros en destijds de enige overgebleven werknemer. 'Dat succes bij de publieke omroep niet direct vertaald werd in nieuwe opdrachten, vond hij onbegrijpelijk.'
Hoewel de toon van Abeltje achteraf misschien niet helemaal juist was - uit angst een ouderwetse film te maken is Abeltje wellicht te snel en modern geworden, geeft ook Bos toe - is Bos de enige die toestemming kreeg Annie M. G. Schmidt-boeken te verfilmen. In films als Minoes en Pluk van de Petteflat ging het razende tempo omlaag. 'Niemand weet de sfeer van Annie zo te raken als hij', stelt Kees van Twist, die tot 2002 in het bestuur van de stichting zat die toezicht houdt op de Schmidt-verfilmingen. 'Met zijn subtiele aanpak is hij daar meester in.'
Bos is inmiddels officieel gepensioneerd, maar hij blijft ambitieus. Er is nog een droom. Hoewel hij de belangrijkste internationale prijzen wel zo'n beetje gewonnen heeft, maakt BosBros met de Engelstalige verfilming van het Zigzagkind de overstap naar de internationale markt. Ergens jammer dat hij zich zo op productie richt, volgens zijn oud-collega Klap. 'Het is al even geleden dat hij helemaal zelf iets verzonnen heeft. Hij zou meer een Annie M. G. Schmidt van deze tijd moeten worden.'