Altijd de droom achterna

Jeroen Krabbé over de documentaireserie Allemaal Film

Interview / Ronald Ockhuysen

  • cinema nff 2007 allemaal film jeroen krabbé

    Beeld uit Allemaal film

  • cinema nff 2007 allemaal film

    Robert Jan Westdijk en Jeroen Krabbé (Foto: Leo Erken)

  • cinema nff 2007 allemaal film

    Krabbé met Kees Brusse

Na de serie over het theater presenteert Jeroen Krabbé nu een serie over de Nederlandse film. 'Hoewel ik vrijwel iedereen persoonlijk ken, moest ik bij elk interview opnieuw aftasten. Er heerst veel argwaan.'

'Een filmer in Nederland beweegt zich per definitie op een krap terrein. Er is te weinig geld. Daardoor is er een cultuur van aftroeven en afschermen ontstaan. Niemand durft het achterste van zijn tong te laten zien. In het theater is dat anders. Een theaterregisseur kan niet zonder zijn acteurs. Dat betekent dat de theatermensen elkaar nodig hebben. In die sector heerst een grote loyaliteit ten opzichte van elkaar. De filmregisseur behandelt zijn cast als materiaal. Sterker: een filmregisseur kan een film maken zonder zijn acteurs echt te zien.'

Jeroen Krabbé heeft het afgelopen jaar elke hoek van de Nederlandse film gezien. Voor de documentaireserie Allemaal Film, net als Allemaal Theater (2004) een initiatief van de VandenEnde Foundation, heeft Krabbé de naoorlogse geschiedenis van de Nederlandse film vastgezet. 'Een lastige, verantwoordelijke taak', vindt hij. Waarbij lastig vooral slaat op het karakter van de Nederlandse filmwereld. 'Hoewel ik vrijwel iedereen persoonlijk ken, moest ik bij elk interview opnieuw aftasten. Er heerst veel argwaan. Dat past misschien bij een cultuur die zo broos is. Want dat mag je toch zeggen? Dat de Nederlandse filmcultuur nogal broos is?'

Op het Nederlands Film Festival is de geschiedenis dit jaar nadrukkelijk aanwezig. De serie Allemaal Film is er in zijn geheel te zien, en op het festival zal ook uitgebreid worden gedebatteerd over de op 11 september gepresenteerde Filmcanon, een lijst met zestien gezichtsbepalende films die de veelzijdigheid van de Nederlandse filmgeschiedenis weerspiegelen.

'Het was hoogste tijd eens goed terug te kijken', vindt Krabbé. 'Al die films. Allemaal weerspiegelingen van een tijd die al bijna verzonken is in het verleden. En er was zo weinig op historisch gebied. Een paar boeken. Onderzoek op de diverse instituten. Maar geen groot overzicht waarin verbanden worden gelegd. Terwijl juist die zo veelzeggend zijn. Over het verleden én het heden.'

Allemaal Film is een chique project. Krabbé vloog de hele wereld over om zicht te krijgen op de geschiedenis van de film vanaf 1945, die in thematische uitzendingen aan bod komt. In een open cabriolet rijdt hij door Los Angeles, met Frans Weisz wandelt Krabbé langs het Collosseum in Rome (waar Weisz Het gangstermeisje opnam), in een linnen pak bezoekt hij Pim de la Parra in Suriname, en met een rugzakje over de schouder meldt hij zich bij Kees Brusse in Perth, Australië - 'dan hebben we het wel over een man die echt een gigantische filmster is geweest'.

Vanaf het allereerste begin was Krabbé betrokken bij de serie. En steeds meer groeide het besef dat hij 'echt helemaal op zijn plek' was. 'Doordat mijn moeder films vertaalde, zat ik er altijd met mijn neus bovenop. Ik ben opgevoed met werken als Sterren stralen overal. Met de films van vlak na de oorlog. Ik heb de opkomst van mensen als Bert Haanstra en Paul Verhoeven van dichtbij meegemaakt.'

Nee - een journalist is hij natuurlijk niet, en evenmin een type dat eens flink in stinkende zaken roert. 'Omdat ik onderdeel van de filmwereld ben, kwam ik anders bij de makers binnen. Ik wist veel van ze en kon ze als collega makkelijker met kwesties confronteren. Als een journalist op bezoek komt, is er helemaal zo'n sfeer van: dicht houden, die mond.'

Tegenover Krabbé toont zelfs een media-schuwe regisseur als Dick Maas zich een fanatiek spreker. Maas scharrelt voor Krabbé enthousiast tussen oude rekwisieten, waar hij een hoofd uit De lift opduikt, en hij vertelt zonder omhaal dat de scheiding van zakenpartner Laurens Geels hem financieel kielhaalde - Maas heeft over de rechten van zijn films niets meer te zeggen.

'De hoogtepunten, de dieptepunten, de afwijzingen. Alles zit erin. Dat Willeke van Ammelrooy op het laatste moment gepasseerd werd voor de hoofdrol van Turks Fruit is een verhaal dat naar buiten moest. Dat is geschiedenis. Zij werd daardoor een andere actrice. En Monique van de Ven was anders ook een heel ander iemand geworden.'

De serie is een buiteling door anekdotes en petits histoires over de miljoenen van Wim en Pim, de faillissementen van Pim en Wim, de boekverfilmingen, de harde recensies, de boevenstreken, de heldendaden en de dromen. Daar bovenop komt ook nog een imponerende reeks fragmenten uit films die dood werden gewaand, of die in elk geval waren verdwenen uit het blikveld van de hedendaagse Nederlander. Dat is het lot van film: door de economische belangen is de tiende muze gevoelig voor modieuze zaken waardoor zij op termijn al snel verouderd lijkt. Na twintig of vijftig jaar is de artistieke sensatie er vaak vanaf. Wat overblijft is op z'n mooist de passie van de socioloog of de historicus. Voor Sweelinck zwichten we nog altijd spontaan. Voor Henk Kleinman niet meer.

Krabbé: 'Waar ik me aan heb opgetrokken, is de vastberadendheid waarmee Nederlandse filmmakers hun werk doen. Tegen de stroom in. Hoe ze door roeien en ruiten gaan.' In een van de afleveringen vertelt Frans Weisz dat hij tijdens de opnamen van Heb meelij, Jet! zo wanhopig was dat hij zichzelf soms dood wenste. 'Alles gaat door je hoofd op zo'n radeloos moment. En dan toch doorgaan. Naar de set. Het werk afmaken. Altijd die droom achterna.'

Het is een troostende gedachte, vindt Krabbé, dat de geschiedenis van 'deze gekte' nu is vastgelegd. 'Ik ben me ervan bewust dat dit belangrijk werk is. Ik dacht vanochtend: ik word nog de Lou de Jong van de culturele geschiedschrijving. Wie had dat nou gedacht?'

Allemaal Film. Te zien op het NFF, en t/m 18 november elke zondag om 20.30 uur op Nederland 2.