Goed scenario is als een fijne voetbalwedstrijd

Sfeer van optimisme op NFF

Special / Bor Beekman

De speelfilm schept zichzelf, doceert de regisseur. Daar denkt de scenarioschrijfster van de nieuwe film van Frans Weisz waarschijnlijk anders over.

‘Oh, ik dacht dat jullie huisvrouwen zouden zijn’, verwelkomt Jean van de Velde zijn publiek. De filmer tuurt even de propvolle festivaltent in, en praat verder in zijn microfoon: ‘Er komen beginnend schrijvers en huisvrouwen, dat hadden ze me gezegd.’

Van de Velde, wiens The Silent Army en Wit Licht in Utrecht te zien zijn, staat opgesteld naast een flip-over. De mensen in de tent zijn afgekomen op de jaarlijkse masterclass van het Nederlands Film Festival (‘voor iedereen met een scenarioambitie’), en hebben pen en papier in de aanslag, om alle tips te kunnen noteren. Er zitten ook collega-filmers in de zaal; Robert Jan Westdijk (Zusje), Paul Ruven (Filmpje). Speciaal voor de verwachte huisvrouwen heeft Van de Velde een exemplaar van het tijdschrift Libelle meegenomen, om aan te tonen dat een ingezonden brief uit het vrouwenblad voldoende kan zijn voor een puik scenario. Hij leest een brief voor van ene Marijke, 63, die ooit haar baby afstond (‘drama!’), en die haar verloren zoon nu wil opzoeken, als is hij dan wel junk geworden (‘nog meer drama!’). De speelfilm schept zichzelf, als het ware, doceert Van de Velde, aan de hand van zijn zelfbedachte en met aanstekelijk enthousiasme uiteengezette voetbaltheorie. Volgens de maker van het voetbalfilmsucces All Stars vertoont een geslaagd scenario opvallend veel overeenkomsten met een spannend potje voetbal. Een doel, tegenstanders, gelimiteerde tijdsduur, en ga zo maar door. ‘Elke film kan langs de voetballat.’

Een van de toehoorders zegt moeite te hebben met de methode, die film zou reduceren tot een formule. ‘Waar is je engagement?’ ‘Dit is slechts lesmateriaal’, zegt Van de Velde. Hij raadt de schrijvers aan in de ruwe scenariomaterie ‘wel altijd jezelf te zoeken’.

Voor wie zich afvraagt hoe je zo’n filmscenario moet verkopen, volgt aansluitend een college van Paul Ruven. Die belooft het publiek een heuse ‘Oscar-pitch’. Uit te voeren door een aspirant-scenariste, die een verleden heeft als balletdanseres. ‘Roma-meisje wil naar het balletconservatorium, tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog’, vat Ruven samen. ‘Briljant idee.’

De regisseur, die hier vorig jaar nog de Publieksprijs won met het niet in de bioscoop uitgebrachte Mafrika, slijt vandaag ook zijn nieuwe boekje, dat in stapels op een tafel ligt. De titel: Rijk door 1 zin – het gouden filmidee. ‘Iedereen kan het!’ schreeuwt de omslag de aarzelende koper tegemoet.

Het past allemaal in de sfeer van optimisme die de festivaldagen in Utrecht de laatste jaren kenmerkt. Waar voorheen nog weleens venijn klonk, is ophemelen nu het devies, in een tiendaagse eredienst aan onze bloeiende filmcultuur – eigenlijk gaat het elk jaar nóg beter met de Nederlandse film. Natuurlijk dringt soms de realiteit even door. Vorig jaar klaagde de jury over het ontstellend lage niveau van de films. Dit jaar concludeert de Filmkrant dat de Nederlandse film ‘gewoon niet goed genoeg’ is om zich met het buitenland te kunnen meten.

En ook het bestaan van een scenarist is niet doorlopend goudomrand. Dat blijkt tijdens de zaterdagavondpremière die dit jaar werd gegund aan Happy End, het sluitstuk van Frans Weisz’ drieluik over een Joodse familie, en de emotionele nasleep van de Holocaust. Scenarist Judith Herzberg schreef alle drie de films, maar heeft geen contact meer met Weisz, en is ook niet aanwezig. Producent Hans de Weers stapt na het daverende applaus het podium van de Schouwburg op, en memoreert fijntjes hoe Herzbergs scenario voor Happy End door het Filmfonds werd afgekeurd; ‘best wel pijnlijk ja’. Gelukkig, laat hij weten, was acteur/scenarist Edwin de Vries bereid de boel te redden. Ook acteur Rijk de Gooijer, voor het eerst in jaren weer eens in een film te zien, kon niet bij de première aanwezig zijn. Hij wordt geëerd met een applaus.

Bovenaan de lijst van publieksfavorieten staat vooralsnog het invoelende drama Alles stroomt, waarin actrice Anneke Blok een moeder speelt, die het contact met haar zoon verliest. Het is het speelfilmdebuut van regisseur Danyael Sugawara, die tussen de Utrechtse premièredagen door nog in een broodjeszaak moet werken om de huur te kunnen betalen. Maar dat gaat natuurlijk veranderen.

ADVERTENTIE