My Favorite War: een van de beste films op het Kaboom Festival
Interview met Ilze Burkovska Jacobsen over haar film
Vanaf 31 maart tot en met 5 april vindt het Kaboom Animation Festival plaats. Een van de beste films is dit jaar My Favorite War van de Letse filmmaker Ilze Burkovska Jacobsen. Ze combineert hierin animatie met liveaction. ‘Door deze mix kon ik de werkelijkheid van twee kanten benaderen.’
De Letse filmmaker Ilze Burkovska Jacobsen (1971) woont in Noorwegen en maakt al jaren fraaie, persoonlijke documentaires. Onlangs waagde zich onlangs voor het eerst aan animatie. In het eveneens fraaie en persoonlijke My Favorite War kijkt ze terug op haar verscheurde jeugd in Letland, dat toen nog onderdeel was van de Sovjet-Unie. My Favorite War – de titel is een ironische en provocatieve toespeling op de vele oorlogsfilms die de Letse jeugd destijds moest bekijken van het Sovjetregime – speelt zich af in drie periodes.
Tijdens de ‘glorieuze overwinning’ van het Sovjetleger op de nazi’s, in Ilzes jonge jaren (in de jaren zeventig en tachtig) en in het nu, waarin we de filmmaker zelf zien terwijl ze het graf van haar jong overleden vader aanharkt of aan het praten is met schoolvriendin Ilga, die bekent dat ze als tiener bijna zelfmoord heeft gepleegd. Ondanks de animatie en de persoonlijke herinneringen, vertelt Burkovska Jacobsen begin maart aan de telefoon vanuit Noorwegen, was het altijd de bedoeling dat My Favorite War een documentaire zou worden. ‘Geanimeerd, ja, maar wel een documentaire. Wat je ziet moest ook echt gebeurd zijn, waarbij we altijd zijn uitgegaan van 75 procent animatie en 25 procent liveaction, maar uiteindelijk werd het ruim 80 procent animatie. De animatie drukte steeds meer liveaction weg.’
Waarom?
Burkovska Jacobsen, lachend: ‘De animatie was beter! Het liet beter zien wat ik wilde zeggen dan de liveactionmomenten.’
Waarom überhaupt de mix? Wat kan liveaction beter laten zien dan animatie, en andersom?
‘In onze film versterkt de liveaction alles wat we in de animatie zien: het benadrukt dat wat we daar zien echt gebeurd is. Dat het geen fantasie is, maar geworteld en gedocumenteerd in de werkelijkheid. Daarom laat ik in de geanimeerde stukken op mijn school ook beelden zien uit de oorlogsfilms die we destijds – we waren een jaar of acht – moesten bekijken. Heel bloederige films waar ik nachtmerries van kreeg. De juf die ons destijds lesgaf was een echte hardliner. En erg autoritair. Ze sloeg ons in de klas en kinderen piesten letterlijk in hun broek van angst wanneer ze tegen hen tekeer ging. Die juf wordt met naam en toenaam genoemd in de film, maar daar voel ik me niet slecht over, want zij was veel slechter. Zij heeft ons destijds echt getraumatiseerd. En om de kijker emotioneel te laten beleven wat ik toen gevoeld heb, had ik de animatie nodig. Want daar zijn geen beelden van. Ook niet van hoe het leven toen echt was in de Sovjet-Unie, want dat mocht nooit getoond worden. Alles wat niet in het propagandaplaatje paste werd verzwegen. Door de mix van liveaction en animatie kon ik de werkelijkheid van twee kanten benaderen.’
Onze lichamen voelden als kooien, we konden aan de buitenkant nooit laten zien hoe we ons vanbinnen voelden.
In uw film gebruikt u cut-outanimatie, waarbij uitgeknipte modellen worden geanimeerd. Waarom koos u voor die techniek?
‘We hebben vooraf verschillende technieken geprobeerd. Ook dat we alles met de hand zouden tekenen. Maar dat bleek veel te duur. My Favorite War is een animatiefilm, maar wel gemaakt met het budget van een documentaire. Haha. Achteraf ben ik heel blij met onze animatie, want het benadrukt hoe we ons destijds in de Sovjet-Unie hebben gevoeld. Net als die uitgeknipte poppetjes konden wij ons nauwelijks bewegen. Onze lichamen voelden als kooien, want we konden aan de buitenkant nooit laten zien hoe we ons vanbinnen voelden. Het cliché dat tijdens de Sovjettijd niemand lachte op straat klopt helemaal. Je keek wel uit! Om te beginnen zou iedereen denken dat je gek was, maar je trok er ook de aandacht mee, en dat was wel het laatste wat je wilde. Hoe we in de film getekend zijn past ook goed bij hoe we ons toen voelden. Sven Nyhus, de concept artist van de film, is een bekende kinderboekenillustrator in Noorwegen en de manier waarop hij kinderen tekent ziet er op het eerste gezicht onschuldig uit: vol plezier, energie en creativiteit. Maar omdat hij zijn personages tekent zonder pupillen hebben ze ook iets engs, wat prima past bij hoe opgroeien in de Sovjet-Unie voelde. Natuurlijk ben je ook kind, maar je voelde voortdurend de dreiging van buitenaf.’
De film is gebaseerd op uw eigen herinneringen. Deed u ook nog research?
‘Heel veel. Vooral naar grote historische gebeurtenissen. Het oorspronkelijke plan was dat we zouden laten zien waarom de Sovjet-Unie zo haar best deed om ons – de bevolking van Letland – van de Tweede Wereldoorlog te laten houden. Zij dachten natuurlijk: als wij zouden zien dat we allemaal verbonden waren door die oorlog dan zouden we ook het idee krijgen dat we verbonden waren door iets goeds. Als je van de Tweede Wereldoorlog houdt, hoor je bij ons. Zoiets. En kinderen willen graag het goede doen. Willen zich nuttig voelen. In My Favorite War wilde ik onderzoeken hoe we ons destijds zo hebben kunnen laten manipuleren.’
Het was een probleem dat de film steeds autobiografischer werd. Als een goede ex-Sovjetburger sta ik niet graag in het middelpunt
In de film horen we dat mensen destijds tomaat of radijs werden genoemd. Waarbij de tomaat vanbuiten én vanbinnen rood is, dus overtuigd communist, en de radijs alleen rood vanbuiten. Als kind was u een tomaat, u veranderde pas later in een radijs. Hoe denkt u terug aan die periode?
‘Met schaamte. Het was sowieso een groot probleem voor me dat de film steeds autobiografischer werd. Want als een goede ex-Sovjetburger sta ik niet graag in het middelpunt van de belangstelling. Daarom wilde ik aanvankelijk veel meer archiefmateriaal en verhalen van anderen gebruiken, maar dat werkte niet. Mijn persoonlijke reis kwam voorop te staan, en dat was een zware reis die me nog steeds vervult met schaamte. Maar het was belangrijk dat ik dit liet zien, zodat mensen het grotere plaatje zouden kunnen begrijpen.’
U verliet Letland toen u negentien was en ging naar Noorwegen. Waarom? Had u uw buik vol van Letland?
‘Nee, nee. Beslist niet. Letland had zich in 1990 al wel onafhankelijk verklaard en daar stond ik ook helemaal achter, maar we hoorden toen officieel nog bij de Sovjet-Unie. En ik had een Sovjetpas. Dat ik naar Noorwegen kon, was dan ook een groot geluk. Er was een uitwisselproject met een club in Noorwegen die vriendschapsbanden had met Letland. Twintig jongeren mochten een jaar lang studeren in Noorwegen en daar was ik er een van. In januari 1991, ik zat nog steeds in Noorwegen, werd Letland plotseling aangevallen door het Sovjetleger, omdat ze niet wilden dat we ons zouden losmaken. Die tijd heet bij ons in het Baltische gebied De Barricades. Rond alle overheidsgebouwen werden barricades opgeworpen. Met tractors, blokken steen of houten balken, want wapens hadden we niet. Van mijn mentor bij de Letse televisie kreeg ik toen te horen dat ik beter in Noorwegen kon blijven, omdat het wel eens uit de hand zou kunnen lopen thuis. Ik moest maar kijken hoe ik in Noorwegen een nieuw leven kon opbouwen. Dat heb ik toen gedaan. Ik ging bij de Noorse televisie werken, werd verliefd, trouwde en ben daarna ook altijd in Noorwegen gebleven.’
En nu maakt u met My Favorite War kans op een Oscar...
‘Ach, eerst maar eens kijken of we bij de beste vijf genomineerden zitten. Ik kom uit een klein land en ken mijn plaats in de voedselketen. Volgens mij zijn we kansloos, wat mijn man trouwens onzin vindt. Hij zegt dat ik mezelf nu alvast verzoen met een eventuele teleurstelling. Hij denkt dat we wel degelijk kans maken, maar ik ben gewoon blij dat we al zover zijn gekomen.’