'De bétere boekhandel,' verbetert Gerard F. Zwaen de tv-interviewer als die afsluit met de mededeling dat Zwaens novelle De spin vanaf nu verkrijgbaar is in de boekhandel. Regisseur Max Porcelijn had er duidelijk lol in dit type pretentieuze, slechtverkopende schrijver tot hoofdpersoon te maken van zijn droogkomische krimi.
Zwaen, zoals alle pretentieuze, slechtverkopende schrijvers, wil eigenlijk gewoon roem en geld. De voorschotten van zijn uitgever heeft hij er natuurlijk al doorheen gejast maar door een bizar toeval krijgt hij de kans een enorme zak met geld te stelen. Een moment van helderheid noemt hij die beslissing wanneer hij het verhaal aan zijn maîtresse opbiecht. Daar denken de criminelen van wie het geld is heel anders over. Zwaen ziet zichzelf als de spin in een of ander web, maar het wordt steeds duidelijker dat hij wel in het web zit, maar niet de spin is.
Net als het recente J. Kessels is ook De grote Zwaen een schrijversavontuur waarin droom en werkelijkheid niet altijd van elkaar te scheiden zijn. Maar De grote Zwaen geilt niet op z'n eigen pulpfictie terwijl daar zogenaamd ook de spot mee wordt gedreven, zoals De Bruyns film jammer genoeg wel deed. Juist niet. Max Porcelijn, die zijn liefde voor het genre al bewees met Plan C, slaagt erin het wankele evenwicht tussen thriller en komedie te bewaren, ook al heeft de film thematisch misschien niet zo veel om het lijf.