You may ask yourself: hoeveel publiek zou een veertig jaar oude liveregistratie van een al lang en breed opgedoekte new-waveband nog trekken? Het antwoord: verrassend veel. En niet alleen fans van het eerste uur. De digitaal opgepoetste rerelease van Stop Making Sense, de Talking Heads-film uit 1984, kwam dit najaar al uit in de VS, en daar bleek de interesse vooral groot onder millennials.
Het is dan ook wel een film met een reputatie: volgens talloze lijstjes is Stop Making Sense de beste concertfilm ooit. Bovendien zijn weinig bands zo bepalend geweest voor de alternatieve popmuziek als Talking Heads. Die manische zang van frontman David Byrne, de ironische teksten, het opzwepende samenspel: je hoort er iets van terug bij The Pixies, Arcade Fire, LCD Soundsystem, Franz Ferdinand en vele andere artiesten – die dat meestal ook met alle liefde erkennen.
Vier optredens
Stop Making Sense werd geregisseerd door Jonathan Demme, die later kaskrakers als The Silence of the Lambs en Philadelphia maakte. Demme bezocht in 1983 een Talking Heads-concert en was toen zo onder de indruk dat hij de band nog diezelfde avond voorstelde er een film van te maken. Een paar maanden later was het zover: Demme filmde vier optredens in Los Angeles en bewerkte die tot één vloeiende registratie.
Wat maakt die registratie dan zo bijzonder? Misschien vooral dat wat er ontbreekt: er zijn geen shots van een uitzinnig publiek, geen blikken achter de schermen, geen snelle montages. Alles is opvallend rustig gefilmd, met een perfecte mix van close-ups en totaalshots. Demme begreep dat de show al zo goed was uitgedacht (door Byrne zelf) dat hij nauwelijks meer iets hoefde toe te voegen.
Het openingsshot is even bescheiden als pregnant: we zien alleen Byrne’s afgetrapte gympen terwijl hij in z’n eentje het podium oploopt, dat is vormgegeven als een grote, lege loods. Solo speelt hij Psycho Killer, de eerste Talking Heads-hit uit ’77. Zijn verwilderde blik en schichtige moves sluiten naadloos aan bij de tekst: ‘I’m tense and nervous, can’t relax.’
Met elk volgend nummer verandert er iets: het decor wordt aangepast, er komen steeds een paar bandleden bij. Ten slotte staan er negen muzikanten op het podium – een heerlijk bont gezelschap: zwart, wit, mannen, vrouwen – en is de sfeer totaal omgeslagen, van eenzaam en vervreemdend naar warm en energiek.
Slapstickdansje
Bij tijden heeft de show meer weg van performancekunst dan een typisch popconcert. Voor elk liedje bedenkt Byrne weer iets nieuws – en de rest volgt vrolijk zijn voorbeeld. Zo voert het hele gezelschap in Life During Wartime maffe aerobicsoefeningen uit, speelt de zanger in Swamp een soort dronken Dracula, en doet hij in This Must Be the Place een slapstickdansje met een schemerlamp. En dan is er nog het iconische reuzenpak waar hij in verzuipt in Girlfriend is Better.
Maar aan de basis staat natuurlijk de fantastische muziek. Toegegeven: de ene song heeft de tand des tijds iets beter doorstaan dan de andere. De synth-riffjes in een nummer als Making Flippy Floppy hebben een akelig hoog Level 42-gehalte, om maar wat te noemen. Maar er wordt steeds zo aanstekelijk gespeeld – beter nog dan op de plaat – dat dat niet echt stoort. En zeker de hits staan nog steeds als een (al dan niet afgebrand) huis.
Aangrijpen dus, deze kans om Stop Making Sense op het grote scherm te zien, of je nu een nostalgische newwaver of een nieuwsgierige millennial bent.
Filmtips in je mailbox?
Elke week tippen we films die je raken, verrassen of aan het denken zetten. Van arthouse tot actueel, gekeurd door de VPRO.
Je bent er bijna...
Om de nieuwsbrief te ontvangen doe je het volgende:
- Open je e-mail en zoek naar een bericht van ons
- Bevestig je e-mailadres
- Je ontvangt nu regelmatig onze nieuwsbrief 🥳