Pure cinema
In de openingsscène van Faust daalt de camera door het wolkendek neer op een middeleeuws kuststadje – groen, bruin, grauw. Het beeld gaat langzaam over in een piemel, een beeldvullend piemeltje. Erop ligt een dikke klodder bloed. De camera pant een stukje omhoog: een bebloede hand verdwijnt in de opengereten onderbuik en haalt een nier tevoorschijn. Alles is groen, grauw en troebel, als een slecht schoongemaakt aquarium, alleen de rode bloedspatten en de lillende organen steken er sterk bij af.