Geen weg terug
In de openingsscène van Comme un homme zitten twee jongens in een peperdure Audi, die door een regenachtige nacht over de lege, naargeestige wegen buiten Bordeaux rijdt. Ze zeggen geen woord. De blik van de bestuurder – met een blauwe hoodie en een vlassnorretje – is vooruit gericht. Strak. De jongen op de passagiersstoel – rode hoodie, gladde wangetjes – kijkt achterom – schielijk, alsof hij eigenlijk niet wil zien wat er op de achterbank ligt. Er klinkt zacht gekreun.