De Amerikaanse filmmaker Marshall Curry zag in de 32-jarige Yale-student Cory Booker de toekomstige president van de Verenigde Staten. Dat was ook zijn sterkste argument om Booker zo ver te krijgen hem in 2002 te mogen volgen bij diens eerste echte politieke horde, de strijd om het burgemeesterschap van de Amerikaanse stad Newark. 'Hoe goed zou het zijn als we de allereerste politieke campagne van Booker op film hadden? Het zou een historisch document zijn. Goed voor hem... en goed voor mij.' Dat niet alles volgens plan verliep is te zien in Street Fight, Curry's spannende verslag van die 'historische' campagne.
Booker wordt zwart gemaakt, geïntimideerd, en ook ik voelde me tijdens de opnamen regelmatig onveilig. Dat duurde zelfs tot na de film af was. Ik woon zelf in Brooklyn, en de avond dat de film op televisie werd uitgezonden, heb ik het bedje van onze baby voor het raam weggeschoven. Voor het geval iemand een steen naar binnen zou gooien. Wat overigens niet gebeurde. Van Newark helemaal naar Brooklyn, zover reikt de arm van James blijkbaar niet.'
Op een heel ander niveau is ook de jaren zestig- activist Abbie Hoffmann een held. Hij liet zien dat je politiek ook met humor kan bedrijven. En natuurlijk Martin Luther King. Als ik me als kind moest verkleden, ging ik steevast als dominee King. Hij zei dat je in de politiek zo scherp als een slang moest zijn, en toch zo zachtaardig als een duif. Volgens mij zou dat de definitie van iedere politieke filmmaker moeten zijn.'
Street Fight is nog te zien op 2 december, 16. 45 uur, City 2.