Stemmen aan het woord in de fascinerende documentaire Mijn woord tegen het mijne
Maasja Ooms over haar documentaire over vijf stemmenhoorders

Hoe is het om stemmen te horen? En wat moet je ermee? Zijn ze gevaarlijk? In de intieme documentaire Mijn woord tegen het mijne leren we vijf stemmenhoorders van heel dichtbij kennen tijdens de therapiesessies met hun psychiater. Regisseur Maasja Ooms : ‘De meeste mensen hebben wel een innerlijke criticus die hen streng toespreekt, ik ook.’
De 62-jarige Brigitte moet lachen als psychiater Dirk Corstens haar in de documentaire Mijn woord tegen het mijne vraagt wat een van de stemmen in haar hoofd haar net verteld heeft. ‘Hij zegt: dat lollige psychiatertje moet weg!’ Corstens, zoals altijd de rust zelve, antwoordt: ‘Nou, dit lollige psychiatertje blijft gewoon hier zitten.’
Het is een van de vele bijzondere en bevreemdende gesprekken die we Corstens in Mijn woord tegen het mijne horen voeren met stemmenhoorders. In deze documentaire van Maasja Ooms leren we vijf stemmenhoorders beter kennen en krijgen we toegang tot hun sessies in de behandelkamer van Dirk Corstens en zijn collega’s.
De psychiaters werken op zogeheten stemmenpoli’s, waar zij mensen die stemmen horen op een nieuwe manier behandelen: niet door de stemmen te ontkennen of te onderdrukken, maar door ze de ruimte te geven en met hen in gesprek te gaan. Het doel van die aanpak: de reden ontdekken waarom iemand stemmen hoort – vaak een trauma – en hem of haar laten ervaren dat niet de stem de macht heeft, maar de stemmenhoorder zelf. Het paradoxale hierbij is dat het bestaan van de stem enerzijds serieus genomen wordt, terwijl de stemmenhoorder zich ook stukje bij beetje realiseert dat hij of zij de stem onbewust zelf gecreëerd heeft – en er daarom niet meer bang voor hoeft te zijn.
Mijn woord tegen het mijne ging op IDFA 2025 in première, was een van de publieksfavorieten op het festival en won er de prijs voor de beste documentaire. In de bioscoop trok de film bovengemiddeld veel kijkers voor een documentaire: Ooms mocht in april 2026 de Kristallen Film in ontvangst nemen, wat staat voor minstens tienduizend bezoekers. Ook is de docu inmiddels genomineerd voor een Prix Europa.
‘Dat de film zo goed werd ontvangen, is heel fijn. Ik weet tenslotte nooit of mijn eigen fascinatie ook de fascinatie is van anderen,’ zegt Maasja Ooms (1968) in een café vlak bij haar huis, in hartje Amsterdam. ‘Maar ik vind het nog fijner voor mijn hoofdpersonen, voor hen was het veel spannender: zij laten zich in deze documentaire in het diepst van hun ziel kijken. Zo’n warme ontvangst is dan heel steunend. Via de therapie is er al een transformatieproces bij hen in gang gezet, en dat wordt dan nog eens versterkt door het enthousiasme van het publiek voor hun verhaal. Een verhaal dat ze meestal al hun hele leven verstoppen, uit angst om voor gek verklaard te worden. En dan staan ze daar op het podium en krijgen ze zo’n groot applaus… Niet één keer, maar een heleboel keer. Maar vooral de eerste vertoning in Carré was waanzinnig, met meer dan duizend man publiek.’
Mensen die stemmen horen verstoppen ze vaak hun hele leven, uit angst om voor gek verklaard te worden.

Een op de tien Nederlanders hoort stemmen, een fors percentage. Veel van hen kunnen daar goed mee leven, maar een derde van de stemmenhoorders heeft er zo veel last van dat ze hulp nodig hebben. De aanpak van psychiater Dirk Corstens borduurt voort op het werk van sociaal psychiater Marius Romme: hij pleitte in de jaren negentig voor een meer accepterende behandeling van stemmenhoorders en deed in de talkshow van Sonja Barend een oproep aan kijkers die stemmen hoorden om zich bij hem te melden.
Toch is het stigma dertig jaar later nog te groot, vindt Ooms: studenten psychiatrie leren nog steeds dat patiënten met stemmen daar zo snel mogelijk vanaf moeten worden geholpen met medicijnen. ‘Binnen de ggz is er veel angst voor dit fenomeen, stemmenhoorders worden vooral gezien als gevaarlijk. En ze krijgen al snel een diagnose voor het leven: schizofrenie. Er zijn mensen met die diagnose die uit het leven stappen, terwijl ze misschien meer perspectief hebben dan ze op basis van die diagnose denken. In mijn film zie je een ander, meer genuanceerd verhaal. Wanneer je als behandelaar de tijd neemt om echt contact te maken en te onderzoeken wanneer en waarom de stemmen in iemands leven zijn gekomen, kun je heel ver komen. Over de angst dat stemmen horen kan aanzetten tot moord zei Marius Romme: “Als je in gesprek gaat met de stemmen heb je nog de kans om het in goede banen te leiden. Als je niet praat heb je er helemaal geen invloed op, dan wordt het juist eng.”’
Het gevaar van stemmen horen wordt ook terloops, maar pijnlijk duidelijk in Mijn woord tegen het mijne. Tamira, een werkende moeder die ernstig beschadigd is in haar vroege jeugd, heeft last van een ‘straffende stem’, die haar vaak vertelt dat ze naar de hoge sluis in de buurt van haar huis moet gaan om er vanaf te springen. En Brigittes gemeenste stem heeft haar in het ziekenhuis doen belanden doordat hij haar aanzette tot levensgevaarlijk gedrag in het verkeer. Dus ja: stemmen horen kan heel eng zijn en nare gevolgen hebben. Maar, zo stelt Dirk Corstens, en dat betoogt Maasja Ooms ook met haar documentaire: het negeren, ontkennen of weg wensen van de stemmen werkt averechts. Juist door de stemmen de ruimte te geven en met hen in gesprek te gaan, kunnen ze beheersbaar en minder schadelijk worden – en kan het leven van de stemmenhoorder verbeteren. We zien dit proces ook daadwerkelijk plaatsvinden in de fascinerende, ongelofelijk intieme therapiescènes die vastgelegd werden.

Maar herstel is voor Brigitte uit Mijn woord tegen het mijne, die slachtoffer was van gruwelijk misbruik in het kindertehuis waar ze in de jaren zeventig woonde, helaas niet mogelijk gebleken. Zij had al vaker in haar leven suïcidepogingen gedaan en is inmiddels overleden. Het was een zware klap voor regisseur Maasja Ooms. ‘Brigitte werd heel bang dat ze onder invloed van die nare stem haar hondjes iets zou aandoen. Samen met mijn producent Willemijn wilde ik de hondjes toen nog ergens anders onderbrengen, we hadden ook een adres gevonden. Maar het mocht niet baten; Brigitte leeft niet meer. Ik denk dat ze heel trots was geweest op de documentaire als ze hem nog had kunnen zien. Wanneer ik haar vroeg waarom ze aan de film meedeed, zei ze altijd: omdat ik niet gek ben! Ze heeft een heel zwaar leven gehad. Toen ik op haar uitvaart kwam, bleken alle aanwezigen hulpverlener te zijn.’
Toch zijn het niet alleen maar mensen met een ernstig jeugdtrauma die stemmen in hun hoofd horen, zo zien we bij de vijf verschillende hoofdpersonen in de documentaire. Dat de film een snaar raakt bij een breed publiek laat, zo denkt Ooms, ook wel zien dat het fenomeen op een bepaalde manier universeel herkenbaar is. ‘De meeste mensen hebben wel ergens in hun hoofd een innerlijke criticus die hen streng toespreekt, ik heb die zelf ook. Op een van de filmvertoningen met nagesprek vroegen we aan het publiek wat hun innerlijke stem het vaakst tegen ze zei. Wat denk je dat het was? “Je bent niet goed genoeg.” Heftig, hè?’
De regisseur denkt even na. ‘Ik heb uiteindelijk gewoon een enorme fascinatie voor de menselijke geest. Daar huist van alles: emoties, creativiteit, wreedheden, wilskracht, dromen… En we hebben het idee dat we er controle over hebben, maar over een groot deel van onze geest hebben we dat niet. Denk maar aan hoe velen van ons ’s nachts wakker gehouden worden door beelden, door herinneringen, door gedachten. Dat ik er bij mijn hoofdpersonen zo dicht op mocht zitten, dat ik hun hele therapieproces tot op de millimeter mocht zien, daar ben ik iedereen heel dankbaar voor. Dat vond ik echt magisch aan dit project.’
Terug in de auto dacht ik: dus zo werkt dat verdedigingsmechanisme van de geest
Niet alleen van haar hoofdpersonen moest Ooms het vertrouwen winnen, ook van hun stemmen – ze bedankt ze dan ook allemaal op de aftiteling van de film. Die samenwerking met de stemmen ging lang niet altijd van een leien dakje. Zo wilde Renés boze stem het liefst Ooms’ camera in de sloot gooien en riep Brigittes gemene stem dat zij de regisseur wel wilde braden in een pannetje. Ooms: ‘Dat was schrikken, maar doordat ik ook in spannende gebieden heb gewerkt als cameravrouw [onder meer in Iran, red.] kon ik vrij ad rem reageren. Ik vroeg: “Brigitte, moet ik nou bang worden?” En toen zei zij meteen: “Nee, nee hoor.” Toen ik terug in de auto zat, dacht ik: o ja, zo werkt het verdedigingsmechanisme van de geest dus. We hadden daarvoor een gesprek over Brigittes traumatische jeugd in het kindertehuis. Dat was iets wat ze graag vertelde, maar wat natuurlijk ook heel pijnlijk en gevoelig was. Ik vermoed dat ik een te directe vraag heb gesteld, waardoor die stem dus in de beschermingsstand ging. Dat is waar dat braadpannetje vandaan kwam, denk ik.’
Ook bij het kijken van de uiteindelijke film samen met alle hoofdpersonen roerden de stemmen zich, legt Ooms uit. ‘Tamira was inmiddels al zo veel verder dat haar in de film nog zo streng straffende stem tegen haar zei: “Zo ben ik nu niet meer.” Je ziet dat de film in die zin ook een momentopname is. En hoofdpersoon Rens merkte dat hij zat te kijken vanuit Jeroen, de stem in zijn hoofd. Later heeft hij de film nogmaals bekeken, toen lukte het hem wel om dat vanuit hemzelf te doen.’
Denkt u of iemand in uw omgeving aan zelfdoding? Praten helpt. Bel 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl.
