It Was Just an Accident: absurdistische én woedende Oscarkandidaat uit Iran

Gouden Palm-winnaar van Jafar Panahi

Beeld uit de film It Was Just an Accident
  • Karin Wolfs

De Iraanse Oscarkandidaat It Was Just an Accident onderzoekt of slachtoffers hun daders kunnen vergeven. Maar door het recentelijke dodelijke geweld van het regime twijfelt filmmaker Jafar Panahi openlijk aan de kans op genade.

Als elfjarige jongen liep de Iraanse filmmaker Jafar Panahi terug van school, toen voor het huis van een van zijn schoolvrienden een groep mensen stond. Panahi’s vriend rende naar binnen en kwam totaal overstuur weer naar buiten: zijn vader was overleden. Hij bleef maar rennen en schreeuwen: ‘Ik wil dood!’ Panahi en zijn klasgenoten hielden hem vast, praatten op hem in, maar hij hield voet bij stuk, dreigde zich voor een auto te gooien.

Gevraagd naar de humor in zijn Gouden Palm-winnende film It Was Just an Acccident, kwam Panahi in oktober vorig jaar op het New York Film Festival met dit verhaal.

‘We wilden hem zowel stoppen als zien hoe hij dat dan zou doen, een einde aan zijn leven maken. Er kwam een auto voorbij. Hij zei: “Die is te klein.” Toen een biertruck. Ook niet goed. Zo bleven de wagens komen en gaan. Drie uur later zaten we in de bioscoop.’

‘Wanneer de wanhoop het grootst is,’ zei Panahi erover, ‘kietelen sommige dingen je, die je bijblijven.’ Daarna kwam de filmmaker, wiens grotendeels clandestiene oeuvre onder het islamitisch regime is gestoeld op het creatief ontduiken van censuur en een werkverbod, met nog een voorbeeld.

‘Als je geblinddoekt tegen een gevangenismuur bent gezet, terwijl een geheim agent al ijsberend achter je rug met een spervuur aan vragen komt, raak je gefocust op je gehoor. Je vraagt je af of je je kwelgeest buiten op straat zou herkennen.’ Dat werd het vertrekpunt voor het verhaal van It Was Just an Accident, gebaseerd op Panahi’s eigen ervaringen en verhalen van medegevangenen tijdens zeven maanden gevangenschap. In de film herkent een monteur op een avond zijn voormalige verhoorder aan zijn piepende kunstbeen, als die na een aanrijding met een zwerfhond in zijn garage belandt. In een opwelling neemt hij de man gevangen, stopt hem in een kist in een geleend busje en zint op wraak. Maar net als bij de jongen die dood zei te willen, slaat vervolgens de twijfel toe. Wat volgt is een absurde tocht dwars door de stad langs andere slachtoffers voor een second opinion.

Op 22 januari werd Panahi’s zwartkomische traktaat, dat ervoor pleit de geweldscyclus van kwaad en wraak te doorbreken, genomineerd voor twee Oscars: voor beste scenario en beste internationale film. Maar door de nieuwe slachtpartij die het regime onder demonstranten aanrichtte, begon zelfs Panahi, die op dat moment in Amerika was om zijn film te promoten, hardop aan de kans op genade te twijfelen. Toch gaat Panahi, die tijdens zijn afwezigheid voor zijn verboden film werd veroordeeld tot opnieuw een gevangenisstraf en weer een werkverbod, onder alle omstandigheden terug naar Iran. ‘Want het is daar dat ik besta en mijn films maak.’