A Family: aangrijpend scheidingsdrama waarin de kinderen centraal staan

Interview met regisseur Mees Peijnenburg

  • Rick de Gier

Het Nederlandse scheidingsdrama A Family raakt bij veel kijkers een gevoelige snaar. Precies zoals regisseur Mees Peijnenburg vooraf had gehoopt. ‘Na alle screenings die ik heb bijgewoond vonden steeds weer prachtige persoonlijke gesprekken plaats.’

Toen het Nederlandse scheidingsdrama A Family onlangs op de Berlinale werd beloond met een Special Mention sloeg de jury een welhaast therapeutische toon aan: ‘In deze film kun je elke emotie en iedere traan door het scherm heen voelen. De film wist veel van ons het gevoel te geven dat we werden gezien. De thematiek raakt een op de drie kinderen hier in Berlijn, maar toch wordt de impact ervan nog vaak onderschat. Het verhaal is enorm goed geschreven en meeslepend tot leven gebracht. Een meesterwerk dat echt een eervolle vermelding verdient.’

In A Family staan de tieners Nina en Eli centraal (fantastisch gespeeld door Celeste Holsheimer en Finn Vogels), die afwisselend bij hun vader en moeder wonen. Deze Jacob en Maria (Pieter Embrechts en Carice van Houten) zijn verwikkeld in een vechtscheiding en lijken niet goed te beseffen hoezeer hun ruzies de kinderen raken. Door de gebeurtenissen eerst te tonen vanuit Nina’s perspectief, en daarna nog eens vanuit dat van Eli, schetst de film een gelaagd portret van het uiteenvallende gezin.

De ene kijker herkent zich in de kinderen, de andere juist in de ouders

Mees Peijnenburg
A Family
© Cinéart Nederland

Voor regisseur Mees Peijnenburg (1989) was dit niet het eerste professionele bezoek aan de Berlinale: zijn korte film Cowboys janken ook (2013) en speelfilmdebuut Paradise Drifters (2020) waren ook al voor het festival geselecteerd. Toch was de première van A Family een unieke ervaring, vertelt hij in een Utrechts café. ‘De stemming in de zaal en de vele emotionele reacties na afloop waren echt overweldigend. Tijdens het maken van de film merkten we meteen al dat dit onderwerp bij heel veel mensen iets losmaakt. We droomden dan ook van een film die mensen echt zou raken en die veel herkenning zou oproepen. De première, en dat bijzondere juryrapport, waren in die zin het grootste compliment dat we ons konden wensen. Een bevestiging van die droom. En ook na alle andere screenings die ik heb bijgewoond, vonden steeds weer prachtige persoonlijke gesprekken plaats. De ene kijker herkent zich in de kinderen, de andere juist in de ouders, weer een ander heeft zoiets in de omgeving meegemaakt.’

In hoeverre is het voor jouzelf een persoonlijk verhaal?
Mees Peijnenburg: ‘Ik ben opgegroeid met gescheiden ouders en heb dus veel uit eigen ervaringen kunnen putten. Ik had al heel lang de wens om deze film te maken, maar het is ook weer geen reconstructie van mijn eigen leven. Uiteindelijk hebben behoorlijk veel mensen aan het verhaal bijgedragen. Allereerst coscenarist Bastiaan Kroeger, die ook uit een gebroken gezin komt. Maar bijvoorbeeld ook producenten en acteurs, die eigen herinneringen en ervaringen deelden, die we ook weer meenamen.

Mees Peijnenburg op de set van A Family
Mees Peijnenburg (rechts) op de set van A Family
© Cinéart

Die brede herkenbaarheid is natuurlijk mooi, maar het zou ook een obstakel kunnen zijn. Was je ooit bezorgd dat het verhaal te universeel, te algemeen zou worden?
‘Om dat te voorkomen hebben we geprobeerd het juist heel particulier te maken. We leggen de personages echt onder een vergrootglas en tonen allerlei kleine, specifieke, menselijke details. De conflicten in het gezin gaan vaak over heel banale dingen: iemand die tien minuten te laat is, gedoe over de was. Maar al die kleine bouwsteentjes vormen samen het grote drama. Ik vond het ook belangrijk dat het verhaal zich nadrukkelijk in het heden zou afspelen. Sinds Bastiaan en ik jong waren is er natuurlijk veel veranderd, dus hebben we ook aan deskundigen gevraagd hoe een scheiding nu verloopt. Dat leverde bijvoorbeeld de openingsscène op, waarin de kinderen hun visie en wensen mogen uitspreken tegen de rechter.’

Heb je overwogen ook de perspectieven van de ouders nog in de film te verwerken?
‘Ja, het was aanvankelijk het plan dat we vier versies van het verhaal zouden vertellen, maar daarmee dreigde het inderdaad te algemeen te worden. Er zou te weinig ruimte overblijven om echt de diepte in te gaan. Bovendien zijn er al veel prachtige films over scheidingen gemaakt waarin je vooral de ouders volgt: Kramer vs. Kramer, A Marriage Story, A Separation. Dat perspectief vanuit de kinderen had ik nog niet vaak gezien. In ons verhaal zijn de rollen in zekere zin omgedraaid: de volwassen gedragen zich vaak als kinderen, terwijl de kinderen steeds heel volwassen keuzes moeten maken. Wat ik wel belangrijk vond, is dat de ouders niet om hun onvolkomenheden veroordeeld zouden worden. Ik heb begrip voor hun hardheid, hun ongeduld. Dat gedrag komt voort uit wanhoop en paniek, niet uit wreedheid. Bovenal voel ik met hen mee – met hun pijn en angst; het willen vasthouden aan iets dat tussen je vingers door glipt.’

Was het moeilijk om steeds zo genuanceerd te blijven? Ik stel me voor dat jij je als verteller toch vooral in de pijn van de kinderen herkent.
‘Nee, dat viel alles mee. Als de grond onder je voeten beweegt zijn we allemaal op zoek naar emotionele veiligheid – dat geldt in dit verhaal net zo goed voor de ouders als voor de kinderen. Ik zou ook nooit aanraden om een liefdeloos huwelijk “omwille van de kinderen” in stand te houden. De scheiding zelf zie ik niet als het probleem. Mensen veranderen, de wereld verandert, en we zullen altijd wel veerkrachtig genoeg zijn om ons aan te passen. Voor mij gaat het er niet om waarom je uit elkaar gaat, maar helemaal om hóé je dit doet.’