De geslaagde verfilming van Joe Speedboot blijft dicht bij het boek
Interview met regisseur Sam de Jong en schrijver Tommy Wieringa
Twintig jaar na verschijning is er eindelijk een verfilming van Tommy Wieringa’s wervelende roman Joe Speedboot. Filmmaker Sam de Jong tekende voor de regie. In een dubbelinterview sprak VPRO Cinema de twee makers over de geslaagde adaptatie. De Jong: ‘Mijn vader zei me: “Waarom verfilm je niet een roman, dan heb je in ieder geval een goed verhaal.”’
‘Na al die jaren ben ik er wonderlijk genoeg nog steeds erg tevreden over,’ zegt Tommy Wieringa over zijn boek Joe Speedboot. ‘Het is een ontroerend verhaal over opgroeiende jongeren, verwachtingen, hoop en dromen. Een boek over grandioze verbeelding, dat vol zit met leven. En dat straalt er nog altijd van af.’
Het leeuwendeel van lezend Nederland zal het waarschijnlijk eens zijn met de 58-jarige schrijver, die we midden februari spreken in een lunchcafé in Amsterdam naar aanleiding van de eerste verfilming van het boek. Niet alleen ging Joe Speedboot meer dan 450 duizend keer over de toonbank sinds het verschijnen ervan in 2005, ook wordt de avontuurlijke roman vaak genoemd als een van de beste Nederlandstalige boeken van de 21ste eeuw.
‘Er staan zo veel mooie teksten in,’ beaamt Sam de Jong (39, Met mes, Prins), regisseur van de film, die ook is aangeschoven. ‘Het was echt een feest om daarmee te mogen werken.’
Het boek verhaalt over Fransje Hermans, de zelfbenoemde chroniqueur van het landelijke en fictieve dorpje Lomark. Bij een bizar ongeluk loopt Fransje een dwarslaesie op, waardoor hij op één functionele arm na niet meer kan bewegen, zijn spraakvermogen verliest en in een rolstoel belandt. Het leven van de dan nog jonge middelbare scholier lijkt uitzichtloos, maar alles verandert als de charismatische avonturier Joe Speedboot zijn wereld binnendendert, en die volledig op zijn kop zet.
Rechtszaak
Het is niet de eerste keer dat geprobeerd is Joe Speedboot te vertalen naar het witte doek. In 2008 stond zelfs een heel productieteam in de startblokken voor een verfilming, onder leiding van producent IJswater Films. Maar daar stak Wieringa toen via de rechter een stokje voor. Want, zo zegt hij nu: ‘In dat scenario werd het personage Joe Speedboot afgeschilderd als een soort sympathieke verpleger van een jongen in een rolstoel, terwijl hij in het boek ook heel opportunistisch is, en Fransje voor zijn doelen gebruikt. Dat element werd helemaal weggemoffeld, wat voelde als bedrog. Mijn bezwaren destijds had ik al bij de eerste versie van het script, helemaal aan het begin. Maar de producent is gewoon blijven doorontwikkelen, wat betekende dat er uiteindelijk een duur project sneuvelde.’
Het meningsverschil leidde tot een rechtszaak van een aantal jaar, waarbij zich, in de woorden van Wieringa, ‘een aantal onsmakelijke scènes hebben voorgedaan’. Uiteindelijk werd hij ook na een hoger beroep in het gelijk gesteld en kreeg hij de rechten terug. ‘Godzijdank, want daardoor is er nu deze film.’
Een van de redenen dat hij ditmaal wel zijn zegen gaf was dat De Jong de film zou gaan regisseren. ‘Sam is een hele wonderlijke snuiter, die heel leuk en maf werk maakt,’ zegt Wieringa. ‘Acteur Roeland Fernhout [met wie De Jong samenwerkte voor zijn absurdistische film Met mes (2022) red.] vertelde me ooit dat hij van Sam de regieaanwijzing kreeg om, terwijl hij zich achterwaarts in een stoel manoeuvreerde, het geluid na te doen van een achteruitrijdende vrachtauto. Dat soort rare en bijzondere dingen, die gaven me gek genoeg vertrouwen in hem.’
Omdat zoveel mensen het boek hebben gelezen, en het voor velen heel dierbaar is, was het mijn missie om die mensen te bedienen
Herkenbaar
De Jong, die sinds zijn debuutfilm Prins (2015) geldt als een van de eigenzinnigste filmmakers van ons land, waagde zich met Joe Speedboot voor het eerst aan een boekverfilming. ‘Een tijd geleden had ik het met mijn vader over mijn werk,’ vertelt hij. ‘En die zei me: “Waarom verfilm je niet gewoon een keer een roman, dan heb je in ieder geval al een goed verhaal.” Dat idee trok me wel aan, dus ging ik denken: welk boek herinner ik me nog uit mijn jeugd? En dat was Joe Speedboot. Het toeval wilde dat ik niet veel later benaderd werd door producent Frank Hoeve, die bezig was met de rechten van het boek, en me vroeg of ik het project wilde regisseren.’
‘Ik heb toen eerst weer eens het boek herlezen,’ vervolgt De Jong. ‘En wat ik naast de kleurrijke personages, de onvergetelijke scènes en de ruige wereld zo mooi vind aan het verhaal, is dat je het je als lezer heel gemakkelijk kunt toe-eigenen. Iedereen met wie ik het boek besprak tijdens de filmopnames, of die nu uit Friesland kwam of uit Brabant, herkende iets uit zijn eigen omgeving in het fictieve dorpje dat beschreven wordt in het boek, wat voor mij laat zien hoe krachtig het verhaal bij iedereen tot de verbeelding spreekt Zo zag ik er bijvoorbeeld Holysloot in [een plaatsje naast De Jongs geboortedorp Durgerdam, bij Amsterdam, red.] en alle beekjes en boerderijen die ik daar in mijn jeugd tegenkwam. Dat maakt het verhaal heel persoonlijk. En omdat zoveel mensen het boek hebben gelezen, en het voor velen heel dierbaar is, was het mijn missie om die mensen te bedienen. Met een emotioneel toegankelijke film, die niet al te ver af zou staan van het boek.’
Rolstoel
In juni 2024, toen de opnames in volle gang waren, bezocht Wieringa de set in het Noord-Brabantse Lith. Bij aankomst was hij opgetogen over de geslaagde nabootsing van de omgeving in het boek. Ook was hij zeer te spreken over hoofdrolspeler Daan Buringa, die Fransje Hermans vertolkt. ‘Het zien van de eerste beelden met hem ontroerde me enorm,’ vertelt Wieringa. ‘En om uit te leggen waarom hij me zo raakte, moet ik iets vertellen over de genese van het boek. Toen ik begon met schrijven was Joe Speedboot de verteller van zijn eigen verhaal. Dat heb ik vijf hoofdstukken lang volgehouden voordat ik besefte: dit werkt niet, ik heb een andere verteller nodig.’
Die andere verteller vond Wieringa in Rutger Boots, een oude klasgenoot uit zijn tijd op de vrije school in Zutphen, die vanwege een ongeluk in een rolstoel zat, en waarop hij het personage van Fransje baseerde. ‘Ik dacht: ik moet zo iemand hebben als verteller. Iemand die niet kan spreken, die niet kan deelnemen, maar wel een gevoelige natuur bezit en intelligent is. En wat me zo ontroerde aan die eerste beelden, was dat ik Rutger terugzag in Daan. Op de momenten in de film dat hij kreunt van geluk bijvoorbeeld, dat is precies zoals Rutger dat deed. Daan heeft hem in zekere zin weer tot leven gebracht. En dat terwijl hij Rutger natuurlijk nooit heeft gekend, hij kreeg euthanasie wegens ondraaglijk lijden.’
Ook De Jong bleef niet onberoerd bij het zien van de uiteindelijke film. ‘Het was een pittige draaiperiode, die halverwege ook nog eens uitgesteld werd doordat Daan zijn arm brak op de set. Ook duurde het even voordat de film in de montage op zijn plek viel. Maar toen die uiteindelijk af was, en ik hem voor het eerst zag met een klein publiek, kreeg ik kippenvel. Wat nieuw is voor mij, omdat ik meestal juist erg gemengde gevoelens krijg van het kijken naar iets dat ik zelf heb gemaakt. De druk die bij deze film kwam kijken vanwege de bekendheid van het boek viel bij die eerste vertoningen langzaam van m’n schouders af. Omdat ik echt geloof dat we iets hebben gemaakt dat mooi is en goed werkt.’