25 jaar later is de virtuele horror van Pulse nog altijd huiveringwekkend

Pulse maakt deel uit van de tentoonstelling 2001-A Time Capsule van het Eye Filmmuseum

Still Pulse
  • Joël Desabandu

25 jaar geleden maakte Kiyoshi Kurosawa met zijn horrorfilm Pulse een opvallend goede voorbode van onze huidige zorgen rondom het internet. De film is momenteel te zien in Eye Filmmuseum.

Doomscrolling betekent het eindeloos consumeren van een stroom negatieve en betekenisloze berichten en video’s, waardoor gebruikers zich steeds verder terugtrekken uit het echte leven. Deze verontrustende vorm van escapisme zag de Japanse regisseur Kiyoshi Kurosawa (geen familie van Akira) in 2001 al voor zich met zijn horrorfilm Pulse.

In deze trage maar briljante film volgen we drie verschillende jongeren uit Tokio die kennismaken met de obscure uithoeken van het opkomende internet. Via korrelige webcambeelden, verspreid als een virus, worden ze gelokt met één vraag: Wil je een spook zien?

In tegenstelling tot veel Hollywoodhorror komt de spanning in Pulse niet voort uit jumpscares of expliciet geweld, maar uit de manier waarop de film omgaat met aanwezigheid en afwezigheid. Hoewel de film zich afspeelt in Tokio, een metropool met toen al meer dan dertig miljoen inwoners, krijgen we zelden het idee dat we in een levende stad zijn. Personages dwalen door karige studentenkamers, verlaten kantoren en anonieme ruimtes. Wanneer de film zich buiten afspeelt, zien we de wolkenkrabbers roerloos in de verte staan, lege straten en balkons. Voorbijgangers ontbreken. Achtergrondgeluid is schaars, op onheilspellende strijkinstrumenten na. De enige momenten waarop de stad tekenen van leven vertoont is wanneer iemand van een gebouw springt en er mensen op af komen om het lijk te zien. Maar zelfs dan blijven ze op de achtergrond. In Kurosawa’s Tokio leeft niets meer, behalve eenzame mensen die door de schermen richting hun ondergang worden geleid.

Still Pulse
© Still Pulse (Kiyoshi Kurosawa, JP 2001)

De net iets te trage shots maken de verschijning van de spoken des te indringender. Er zijn nauwelijks close-ups van de hoofdpersonages, waardoor we niet alleen gedesoriënteerd raken, maar ook op emotionele afstand blijven in het verhaal. Als kijker weet je weinig over de jongeren, behalve dat ze geïntrigeerd zijn door de spoken in het scherm. Ze hebben nauwelijks hobby’s of karakterkenmerken. Normaal gesproken is deze passiviteit bij personages uit horrorfilms een kritiekpunt, maar bij Pulse is het juist wat de kijkervaring zo bijzonder en beklemmend maakt.

Wat Kurosawa toen filmde, is moeiteloos te vertalen naar angsten die samenhangen met de sociale media van nu. Net zoals de spoken uit Pulse volgen TikTok- en YouTube-algoritmes een vast patroon: verleiden, vasthouden en vervolgens onderdompelen in een stroom van content die gebruikers steeds vaker binnenshuis houdt.