George Kay: ‘Amerikanen zijn altijd verbaasd wanneer ik zeg dat ik aan meer series tegelijk bezig ben'

Interview met Britse scenarist van o.a. Lupin, Hijack & Gone

David Morrissey als rector Michael Polly in serie Gone
  • Anke Meijer

In de Britse misdaadserie Gone brengen we evenveel tijd door met de politierechercheur als met de verdachte. Het is een van de drie door George Kay geschreven reeksen die dit jaar verschijnen. ‘Het vroeg erom bewust misleidend te schrijven. Dat was een erg leuke uitdaging.’

Wie tv-series bekijkt tot en met de aftiteling is de naam George Kay opvallend vaak tegengekomen dit jaar. Onlangs bijvoorbeeld nog bij Blodsoffer (Netflix), een Zweeds misdaaddrama over een rechercheur die op een seriemoordenaar jaagt die het voorzien heeft op zijn collega’s. En deze maand bij het Britse misdaaddrama Gone, dat uitgezonden wordt door KRO-NCRV. Hierin maken we kennis met Michael Polly (David Morrissey), gerespecteerd rector van een prestigieuze privéschool voor jongens die verdacht wordt van een misdrijf als zijn echtgenote verdwijnt, en met inspecteur Annie Cassidy (Eve Myles), die de zaak onderzoekt.

George Kay
George Kay
© Eamonn M. McCormack/Getty Images

Ook van Kays hand is War (SkyShowtime), een serie – later dit jaar in Nederland te zien – over twee rivaliserende advocatenkantoren die de scheiding van een prominent echtpaar behandelen. En begin 2027 verschijnt het door Kay gecreëerde The Wanted Man (Apple TV+), waarin Hugh Laurie een misdaadbaas speelt die denkt dat hij onaantastbaar is, tot hij plotseling in de gevangenis belandt.

Als je net begint sta je onderaan de heuvel. Nu ik er eindelijk bovenop sta, wil ik alles eruit halen

George Kay

Vier verschillende tv-series die dus één ding gemeen hebben: ze zijn allemaal gecreëerd en geschreven door scenarist George Kay, de Brit die de afgelopen jaren ook verantwoordelijk was voor hits als Hijack en Lupin. Van die laatste titel verschijnt deze maand overigens ook een nieuw seizoen, al heeft Kay het schrijven van de vierde reeks over de gentleman-inbreker overgelaten aan zijn Franse collega’s, vertelt hij tijdens een videogesprek vanuit zijn werkkamer in Londen.

Toch wil Kay wel toegeven dat hij hard werkt. ‘Amerikanen zijn altijd verbaasd wanneer ik zeg dat ik aan meer series tegelijk bezig ben.’ Aan de andere kant van de oceaan zijn ze volgens hem gewend dat de schrijver – of showrunner zoals ze het daar noemen – één productie per jaar maakt. Dit stamt uit de tijd dat seizoenen nog 24 afleveringen telden en er het hele jaar door gefilmd werd – een voortdenderende trein die de showrunner op de rails moest zien te houden. Kay: ‘Tegenwoordig bestaan seizoenen uit zes tot acht afleveringen. Als je daar in een jaar drie van maakt, heb je eigenlijk een ouderwets serieseizoen.’

David Morrissey als rector Michael Polly in serie Gone
David Morrissey als rector Michael Polly in Gone
© New Pictures/Observatory Pictures/A3MI

Een van die drie series is Gone. Hierin reageert de stugge rector van een jongensschool zo koeltjes op de verdwijning van zijn vrouw dat hij hoofdverdachte wordt. U liet zich voor dit personage inspireren door echte verdwijningszaken waarbij nabestaanden door de media als verdachten aangemerkt werden omdat ze niet emotioneel genoeg waren. Is het verbergen van gevoelens typisch Brits?
George Kay: ‘Ik denk eigenlijk dat je dat stoïcijnse in heel Noord-Europa tegenkomt. Maar ik heb op een vergelijkbare jongensschool gezeten als die in Gone en daar leer je je emoties te onderdrukken, anders ben je zwak. Die discipline en zelfbeheersing kunnen je helpen een sterke leider te worden, maar je bent wel zwak wat betreft emotionele intelligentie. Dat vond ik interessant om te onderzoeken met deze serie, want rector Michael Polly is een stoïcijnse, gedisciplineerde, onbewogen en vrij humorloze Engelsman. Gone heeft daarnaast een ongebruikelijke vorm omdat we net zo veel tijd doorbrengen met de politierechercheur als met de verdachte. In die laatste verhaallijn moet voor de kijker onduidelijk blijven of hij schuldig is of niet – wat eigenlijk vraagt om bewust misleidend schrijven. Dat was een erg leuke uitdaging.’

Voor Gone haalde u inspiratie uit uw eigen jeugd. Wat was uw ingang tot het Parijs van Lupin?
‘Voor Lupin ben ik naar Parijs verhuisd. Omdat ik de stad met verse ogen bekeek, zag ik schoonheid in dingen die voor de inwoners normaal zijn. Als ik aan het joggen was en langs een museum rende, vroeg ik me meteen af hoe Arsène Lupin dit zou kunnen overvallen. En toen ik op Place Vendôme ontdekte dat het monument een deurtje heeft, wilde ik weten wat erachter zit. Daar hebben we uiteindelijk de opening van het tweede seizoen omheen geschreven. Gelukkig had ik ook een fijn team van Parijzenaren die me terugfloten wanneer mijn ideeën iets te frivool waren. Die combinatie, dat ongebreidelde enthousiasme van een toerist en de kennis van locals, zorgt ervoor dat je de cultuur en de plek waar het verhaal speelt goed kunt vangen.’

Uw series hebben vaak een crime-element. Ziet u dit als het thema van uw werk?
‘Het is niet zozeer het misdaadaspect dat me aanspreekt, maar het feit dat alles in je leven plots wordt uitvergroot wanneer je als gewone burger in aanraking komt met de politie. Dit geldt ook voor de juridische of medische wereld, al heb ik nog nooit een ziekenhuisserie geschreven. De acteurs die de juristen in War spelen heb ik bijvoorbeeld op het hart gedrukt dat ze niet moeten vergeten dat er iets flink misgegaan is in iemands leven wanneer hij aanklopt bij een advocaat. Als je het slachtoffer wordt van een misdaad krijgt alles meer gewicht. En dat levert interessante emotionele situaties op.’

U creëerde uw eerste serie, Stag, pas in 2016. Sindsdien schreef en creëerde u negen reeksen. Hoe werd u zo snel succesvol?
‘Ik heb vóór 2016 een tijd als televisieproducent gewerkt en verschillende afleveringen geschreven voor series van anderen. En ondertussen was ik aan de lopende band zelf aan het schrijven en pitchen in de hoop ooit een kans te krijgen. Toen dit eenmaal gelukt was, heeft de bezieling me niet losgelaten. Als je net begint sta je onderaan de heuvel. Nu ik er eindelijk bovenop sta wil ik alles eruit halen. Ik vertelde laatst iemand dat ik tijdens het tandenpoetsen niet kan wachten tot de volgende dag aanbreekt, omdat ik dan weer aan het werk mag. Dat is een groot geluk.’