Zoe Kazans verfilming van East of Eden is een ambitieus passieproject

Miniserie East of Eden is te zien op Netflix

  • Anke Meijer

Actrice en scenarist Zoe Kazan treedt met haar meeslepende en prachtig gemaakte bewerking van John Steinbecks roman East of Eden in de voetsporen van grootvader Elia Kazan, maar Zoe heeft zich voor de door haar ontwikkelde Netflixserie vooral laten inspireren door het boek.

Netflixserie East of Eden begint met de komst van het kwaad. Op een avond in 1899 kruipt het in de vorm van een hevig bloedende jonge vrouw de houten veranda op van de boerderij van Charles Trask (Mike Faist) en zijn halfbroer Adam (Christopher Abbott) in Connecticut. De vrouw heet Cathy (Florence Pugh) en zegt zich niet te herinneren wie haar zo heeft toegetakeld. Adam ontfermt zich direct over haar. Charles daarentegen kijkt dwars door haar engelachtige voorkomen heen. Hij ziet het monsterlijke in Cathy. En zij herkent het in hem.

Cathys komst zet de toch al fragiele verhouding tussen de halfbroers, in hun jeugd tegen elkaar opgezet door hun veeleisende, leugenachtige vader (Tracy Letts), op scherp. En wanneer Adam besluit met Cathy te trouwen en haar mee te nemen naar California, wuift hij zijn broers zorgen weg. Pas als Cathy hem vlak na de geboorte van hun tweeling Cal en Aron neerschiet en voor dood achterlaat, ziet ook hij het monster. Al blijft het schoorvoetend.

East of Eden, naar het boek van John Steinbeck (1952), werd naar het kleine scherm vertaald door actrice en scenarist Zoe Kazan (Ruby Sparks). Het is wat je noemt een passieproject voor Kazan die al als tiener als een blok viel voor het werk van Steinbeck. Daarbij verfilmde haar grootvader, regisseur Elia Kazan, het boek ook al in 1955. Zijn film betekende de doorbraak van acteur James Dean.

Charles Trask (Mike Faist), zijn halfbroer Adam (Christopher Abbott) en Cathy (Florence Pugh)

Dat Kazan nu in haar grootvaders voetstappen treedt, rijmt mooi met het feit dat in Steinbecks verhaal zowel Adam als zijn zoons niet weten of ze hun familietrekken nou moeten afwijzen of omarmen. Al liet de jongere Kazan zich, zo blijkt uit de serie, uiteindelijk vooral inspireren door het boek, en niet door haar grootvader. Haar East of Eden vertelt Steinbecks volledige, decennia beslaande verhaal, terwijl opa Elia zich vooral richtte op het gedeelte over de miskende zoon Cal. Zoe Kazan daarentegen besloot dat Cathy en de Chinees-Amerikaanse huishouder Lee (Hoon Lee) de interessantste personages zijn.

Vooral die laatste keuze pakt heel goed uit. Cathy (uitmuntend gespeeld door Pugh) is angstaanjagend in haar kille bruutheid. Dat haar handelingen tegelijkertijd een reactie zijn op een samenleving die haar als vrouw amper zeggenschap geeft, zorgt ervoor dat je haar gedrag, hoe wreed ook, soms bijna begrijpt. Aan de andere kant heeft Lee (evenzo sterk neergezet door Lee) in het Amerika van de vroege twintigste eeuw als niet-witte man nog minder invloed op zijn leven dan Cathy. Dat dit hem er niet van weerhoudt om een goed mens te zijn, vormt een prettig contrast.

Pas tegen het einde van de serie, wanneer het verhaal aankomt bij de adolescente Cal (Joseph Zada) en Aron (Joe Anders), voelt het soms wat gehaast. Met name Aron blijft hierdoor vlak en niet alle keuzes die de personages dan maken zijn onderbouwd. Maar dat is een klein smetje op een verder meeslepende en prachtig gemaakte serie.