In Bubbel bubbel moeten creatieve tegenpolen samen kunst maken

Het uur van de wolf: Bubbel bubbel is te zien op NPO 2 en NPO Start

Foto Uur van de wolf: Bubbel Bubbel
  • Merel van Ommen

Wat gebeurt er als je mensen uit verschillende ‘bubbels’ niet laat discussiëren, maar laat samen­werken? In het spannende Bubbel bubbel mondt die vraag uit in kunst.

Een performancekunstenaar met een fascinatie voor struikelen tegenover een danseres die verhalen vertelt met haar lichaam. Een schilder die zijn werk verkoopt via Instagram tegenover een kunstenaar voor wie kunstenaarschap begint bij de eindeloze zoektocht naar haar eigen stijl. Een dj en improvisatieharpist uit Crooswijk tegenover een componist die twee keer zo oud is en zegt: ‘Ik werk altijd heel langzaam.’ In documentaire Bubbel bubbel (2026) worden deze volstrekte vreemden opgesloten in een lege witte ruimte. Hun opdracht: maak in twee uur, 22 minuten en 22 seconden samen een nieuw kunstwerk.

De eerste minuten hebben iets weg van een ongemakkelijke blind date. ‘Moeten we van tevoren bedenken wat we gaan maken?’ vraagt Daan Koens terwijl hij naar een groot wit vel papier op de grond staart. ‘Ja, dat weet ik dus ook niet,’ zucht Mar­jolijn van den Assem, die ondertussen een noodvoorraad aan kunstenaarsgereedschap uitstalt. Regisseurs Vincent Boy Kars en Rutger Nijkamp richten hun camera op een fase die kunstenaars meestal voor zichzelf houden. Het publiek ziet doorgaans alleen het eindresultaat: het schilderij aan de muur, de voorstelling op het podium. Hier kijken we mee naar de twijfels, omwegen en ingevingen waaruit een kunstwerk langzaam ontstaat.

De opzet doet denken aan de inmiddels beroemde Heinekencampagne ‘Worlds Apart’ (2017). Daarin werden onbekenden met verschillende opvattingen over klimaat, gender en vluchtelingen aan elkaar gekoppeld. Voordat ze ontdekten hoe groot hun verschillen waren, moesten ze samen een houten bouwpakket in elkaar zetten. Het idee was even eenvoudig als slim: geef mensen een schroevendraaier, en er ontstaat meer wederzijds begrip dan met een politiek debat.

Bubbel bubbel begint waar dat sociale experiment ophoudt. De vraag is niet of de kunstenaars elkaar zullen begrijpen, maar of ze samen iets kunnen maken wat geen van hen alleen had kunnen bedenken – zonder handleiding of duidelijk einddoel. Hoe bouw je iets op met iemand die anders denkt, anders werkt en uit een andere wereld komt? En wanneer is een idee niet langer meer van jou of van mij, maar van allebei?

De meest geslaagde momenten in Bubbel bubbel laten zien dat vernieuwing niet ontstaat ondanks verschillen, maar juist dankzij die verschillen. Dat wordt mooi zichtbaar in het eindwerk van ‘struikelkunstenaar’ Salomé Mooij en danser Cicely Wijnaldum. Ze dansen, vechten, strui­kelen en zwieren door de witte ruimte, voortdurend balancerend tussen verzet en overgave. Uiteindelijk belanden ze uitgeput op de grond. Dan volgt een klein gebaar. Ze bestuderen aandachtig de binnenkant van elkaars handen. Even later schudden ze elkaar de hand. Alsof ze zojuist samen tot een conclusie zijn gekomen: de creatiefste ideeën ontstaan niet in één hoofd, maar in de ruimte tussen mensen.