In thuisstad Wenzhou verandert de band tussen Pete Wu en zijn ouders
Interview met Pete Wu over zijn nieuwe docuserie De sleutel van Pete

Schrijver en journalist Pete Wu reisde samen met zijn ouders terug naar hun thuisstad in China. ‘De grote vraag is natuurlijk: hebben ze mij ook beter leren kennen?’
Tony en Lan Wu kwamen in de jaren tachtig vanuit China naar Nederland op zoek naar een beter leven. Ze werkten zich het schompes en runden tientallen jaren een snackbar in Tilburg. Allemaal om de volgende generatie een beter leven te geven, en dat lukte ook. Hun kinderen kwamen in materiële zin niets te kort en konden studeren. Hun zoon Pete (1985) deed maar liefst drie masters en werd schrijver en journalist. In zijn boek De bananengeneratie: Over het dubbelleven van Chinese Nederlanders van nu (2019) sprak hij met generatiegenoten over hun ervaringen als kind van Chinese migranten. Later volgde de VPRO-serie Pete en de bananen, over daten als Chinese Nederlander.
Sindsdien zijn Tony en Lan ook een beetje beroemd geworden. Pete schrijft regelmatig over hen. In Volkskrant Magazine stond in 2024 bijvoorbeeld een mooi verhaal over wat er gebeurde toen de snackbar sloot. Tot zijn verrassing vielen zijn ouders na hun pensioen niet in een zwart gat, maar bouwden ze een rijk sociaal leven op in de Chinees-Nederlandse gemeenschap in Rotterdam.

In de documentaire De sleutel van Pete leren we het gezin nog beter kennen. In dit drieluik reist Pete met zijn ouders naar hun thuisstad Wenzhou in China. Ze overnachten in een appartement dat hij erfde, al weet hij niet zo goed wat hij met het vastgoed aan moet. Ook Tony en Lan ogen af en toe een beetje verloren. In de jaren dat ze hun geluk beproefden in het Westen heeft China bepaald niet stilgestaan. Wenzhou is tegenwoordig een miljoenenstad vol moderne snufjes, van hun oude leven is bijna niets terug te vinden. Ook zijn de ouders en hun zoon niet gewend om zo veel tijd met elkaar door te brengen. Dat levert soms ongemakkelijke, maar vooral veel mooie scènes op.
Mijn vader en moeder hebben mijn eerste boek niet uitgelezen, omdat het woord homoseksualiteit op pagina 5 stond
Pete wist dat zijn ouders ‘documentairegoud’ waren, vertelt hij. ‘Je zet ze ergens neer en ze gaan meteen iets doen. Daarom wist ik dat het interessant zou zijn om ze te filmen, terwijl ze op zoek gaan naar hun wortels.’ Maar hij had niet verwacht dat de draaidagen ook een groot effect zouden hebben op hun relatie. Uiteindelijk is de toenadering tussen ouders en zoon juist het hart geworden van de ontroerende serie. We praten erover op zijn werkplek in het centrum van Amsterdam.
Kom je nog weleens in een snackbar?
Pete Wu: ‘Best regelmatig. Vroeger hielp ik mee in de zaak en toen ik ging studeren ben ik tien jaar niet in een snackbar geweest, ik was het helemaal zat. Nu kom ik er ongeveer eens per maand, vaak na het uitgaan. Dan neem ik meestal een nasibal, want die mochten wij vroeger nooit. We woonden namelijk boven de snackbar en mijn vader zei dan: “We hebben rijst in de keuken, waarom zou je een nasibal eten?”’

De communicatie tussen Pete en zijn ouders wordt bemoeilijkt door de taalbarrière. De moedertaal van zijn ouders is het Wenzhouhua, een taal die totaal niet lijkt op Mandarijn en alleen in die stad wordt gesproken. Tony en Lan spraken in simpele bewoordingen tegen hun kinderen, waardoor Pete de taal maar beperkt beheerst. Als ze bij elkaar zijn, spreken ze een mengeling van Nederlands en Wenzhouhua. Bij de opnames was een tolk aanwezig, die Pete af en toe raadpleegt als hij de gesprekken met zijn familie niet meer kan volgen. ‘Zij vertaalde het Nederlands en Wenzhouhua via een zendertje voor de regisseur en de cameraman. Niet voor mij, want dat zou onnatuurlijk zijn. Soms begreep ik daarom pas in de montage wat iemand tegen me had gezegd. Ik vind het natuurlijk heel jammer dat ik hun taal niet beter spreek, maar ik kan er niets aan doen. Mijn ouders hebben het mij nooit goed geleerd. Ze werkten tachtig uur per week, elke dag van twaalf tot twaalf, dus ze hadden weinig tijd voor hun kinderen. In de serie heeft mijn moeder voor het eerst gezegd dat ze het jammer vindt dat ze zo weinig tijd met haar kinderen heeft doorgebracht. Ze heeft dus haar oude leven in China opgeofferd, maar ook de tijd die ze met haar kinderen door had kunnen brengen. En het vervelendste is dat ze dan naar China gaan en zien dat de rest niet tachtig uur per week werkt. Mijn oom en mijn tante hebben hun kinderen wél zien opgroeien. Ik heb ze gevraagd of ze achteraf toch spijt hebben van hun migratie, maar ze zeggen van niet. Ze waren jong, er kwam een kans en ze zagen het als een avontuur.’
Sowieso is er een afstand tussen jullie. Je homoseksualiteit was bijvoorbeeld lange tijd een onderwerp waarover niet gesproken werd.
‘Ik ben tien jaar geleden bij mijn ouders uit de kast gekomen en dat was echt verschrikkelijk. Mijn moeder lag een heel weekend huilend in bed. Ze stelde alle clichévragen: “Je had toch een vriendin? Heb je nu hiv?” En mijn vader zei: “Dit kan niet, dit accepteer ik niet. Je hebt nu een jaar om hetero te worden.” Ik was al blij dat ze me niet onterfden, maar stiekem dacht ik toch: ze draaien wel bij. Dat gebeurde alleen niet. De reden dat we toch goed met elkaar omgingen, was dat ik in mijn gezin de sfeermaker ben. We gaan puur op vibes. Zij vinden het gezellig als ik thuiskom. Ik maak veel grapjes met mijn vader, waar mijn moeder dan om lacht, maar we spraken niet over mijn dateleven en eigenlijk ook weinig over mijn werk. Toen ik mijn eerste boekcontract tekende, vroeg mijn moeder of het een soort Harry Potter was. Toen ik nee zei, zei ze: “Dan gaat het niet verkopen.” Mijn ouders hebben mijn eerste boek niet uitgelezen, omdat het woord homoseksualiteit op pagina 5 stond.’
Mijn ouders staan niet voor alle Oost-Aziatische Nederlanders. Ook niet voor alle migranten uit Wenzhou. Dit gaat over deze twee mensen
Je broers en zus komen niet in de serie voor.
‘Klopt. Ik heb een adoptiebroer, Sunny, die ruim tien jaar ouder is. Hij is de zoon van mijn oom en tante, maar mijn ouders hebben hem geadopteerd. Hij is echt mijn vader achternagegaan, hij heeft een snackbar en rijdt in een Mercedes. Daarnaast heb ik nog een andere broer, Tim, en een zusje, Dewi. Eigenlijk zou ik mijn herinneringen aan bijvoorbeeld ons oude huis met die van hen willen vergelijken, maar dat is er nog niet van gekomen. Ze verschijnen liever niet in mijn werk en willen niet in de media. Op zich gaan we wel goed met elkaar om. Mijn broer heeft tweeënhalf jaar geleden een dochtertje gekregen, wat de familie een stuk dichter bij elkaar heeft gebracht. We vieren nu bijvoorbeeld gezamenlijk kerst. Dat deden we vroeger nooit, want dat was een van de drukste dagen van het jaar in de snackbar. Mijn broers en zus hebben een andere relatie met onze ouders dan ik. Mijn broer ziet ze elke week, omdat ze op hun kleinkind passen. En mijn zus kijkt samen met mijn vader naar de Champions League, maar zij heeft helemaal niets met China. Ik vind het moeilijk om voor hen in te vullen hoe zij erin staan.’

Wat voor beeld wil je van je ouders geven?
‘Oost-Aziatische Nederlanders zijn ondergerepresenteerd in de media. Ik wil zelf graag werken aan eerlijke representatie. Op mijn artikelen over mijn ouders in Volkskrant Magazine kreeg ik vaak de reactie: “Wat een lieve mensen.” Maar mijn ouders zijn niet perfect, ze hebben goede en slechte kanten en die wil ik allebei laten zien. Als je stereotyperingen wilt ontmantelen, moet je mensen in 3D neerzetten. Niet als eendimensionale personages die alleen maar hardwerkend, stil en lievig zijn. Ik krijg daar uit de gemeenschap ook weleens commentaar en kritiek op. Er bestaat bijvoorbeeld veel racisme binnen de Oost-Aziatische gemeenschap. En gokverslaving is een enorm probleem onder Chinese migranten van de eerste generatie, maar daar wordt niet over gesproken, want dat past niet in het plaatje van de perfecte migrant. Als ik het over mijn ouders heb, zeg ik erbij: zij staan niet voor alle Oost-Aziatische Nederlanders. Je kunt ook niet zeggen: zo zijn alle migranten uit Wenzhou. Dit gaat over deze twee mensen. Ik denk dat dit is hoe representatie zich zou moeten ontwikkelen: door veel verschillende verhalen naast elkaar te zetten.’
De serie heeft mij laten zien dat er meer ruimte is voor gesprekken dan ik dacht
Door de reis te maken heb je meer geleerd over de achtergrond en de motivatie van je ouders. Wilde je graag meer van hen weten of wil je ook dat zij meer van jou weten?
‘Dat is denk ik de grote vraag van de serie. Ik weet nu beter hoe het leven van mijn ouders in China was en wat hun motieven waren om weg te gaan. Door twee weken met ze op pad te gaan heb ik ze op een heel andere manier leren kennen. Mijn moeder is bijvoorbeeld iemands zus. Dat wist ik rationeel natuurlijk wel, maar als ik ze zie schaterlachen met elkaar krijg ik een veel completer beeld van hun band. En dan is natuurlijk de vraag: hebben ze mij ook beter leren kennen? De camera en de vragen van de regisseur zorgden ervoor dat we andere gesprekken voerden dan de praatjes over ditjes en datjes die we normaal hebben. Hoewel het soms ongemakkelijk was, denk ik dat ze het eigenlijk wel prettig vonden. Het heeft mij laten zien dat er meer ruimte is voor gesprekken dan ik dacht.’
Wat zou je nog wensen in de relatie met je ouders?
‘Een andere band zou wel fijn zijn. Ik hoef niet steeds die waardering voor mijn werk, maar meer acceptatie van mij als persoon zou heel fijn zijn, inclusief mijn seksualiteit. Maar ik ben ook realistisch. Deze mensen zijn zeventig. Ze zijn opgegroeid met het idee dat het kerngezin het allerbelangrijkst is. Hun wereldbeeld gaat geen 180 graden draaien, dat is ook niet mijn doel. Maar deze serie heeft wel iets in gang gezet, dus laten we kijken wat er nog te halen valt.’

Documentairetips in je mailbox?
Wij gidsen je elke week naar documentaires die verder graven; urgent, ontregelend of gewoon steengoed gemaakt.
Je bent er bijna...
Om de nieuwsbrief te ontvangen doe je het volgende:
- Open je e-mail en zoek naar een bericht van ons
- Bevestig je e-mailadres
- Je ontvangt nu regelmatig onze nieuwsbrief 🥳