Jona Honer: 'Kan het kapitalisme het vacuüm opvullen dat religie achterlaat?'

Interview met regisseur Jona Honer over Club Heaven

Werknemers van megaclub Play House
  • Hans Van Wetering

In Club Heaven zien we hoe het personeel van een Chinese megaclub zich uitslooft voor jonge, exorbitant rijke bezoekers. Voor zijn documentaire liet filmmaker Jona Honer het idee van een vertelling met een dramatische structuur los. ‘De wereld is ook niet zo, dus waarom persen we onze verhalen daar dan in?’

Moeten we het hierover hebben of toch liever over de inhoud van de film?
‘Over beide, want die dingen hangen samen.’

Het interview met filmmaker Jona Honer (40) is een kwartier onderweg. Na de eerste vraag over de ruim tien jaar die er tussen Club Heaven en zijn vorige film zit, vertelt Honer uitgebreid over de moeizame totstandkoming van de documentaire.

‘Ik werk altijd vanuit een concept, maar dat is voor omroepen en subsidiefondsen lastig. Die lezen liever een synopsis in de trant van “Jantje gaat dit doen, en oh, oh, hij heeft het moeilijk, zo veel obstakels, daar moet hij overheen” dan een abstracte vraagstelling als: “Kan het kapitalisme het vacuüm opvullen dat religie achterlaat?” Dan is de reactie al snel: “Hè? Wat? En dat wil hij gaan onderzoeken in een Chinese club? Hoezo?”’

Foto van regisseur Jona Honer
© Tengbeh Kamara

Die vraag over kapitalisme en religie was de basis van de film, zegt Honer. ‘En dan bedoel ik kapitalisme niet in morele zin, als goed of fout, maar als een manier van denken. Ik ga altijd uit van een idee en zoek daar een vorm bij. Ik ga op zoek naar rituelen, die zijn interessant in die zin dat ze een manier van denken omzetten in een vorm, in handelingen en objecten.’

Toen ik op een avond deze club in liep, wist ik: dit is perfect, dit is alles waar ik het afgelopen jaar over nagedacht heb

Jona Honer

Hij zocht op verschillende plekken en sprak erover met een bevriende filmmaker die in China woonde. ‘Die zei: je moet hierheen komen. Toen ben ik gaan researchen en ik stuitte op de hashtag #RichKidsofChina, dat ging over een eerste generatie rijke erfgenamen. Die jongeren tonen hun rijkdom heel nadrukkelijk, het vormt als het ware hun identiteit. Toen dacht ik: oké, ik ga er gewoon naartoe en maak contact met deze kids. Die jongeren bleken samen te komen in danceclubs. En toen ik op een avond deze club in liep, wist ik onmiddellijk: dit is perfect, dit is alles waar ik over heb nagedacht het afgelopen jaar.’

Dat samenkomen had een sterk ritueel karakter, zag Honer. Met schaars geklede jonge vrouwen die flessen champagne boven het hoofd ronddragen, als religieuze relikwieën, in een soort processie. Of het afschieten van confettigeweren vanaf de balustrade. ‘Het zijn symbolische handelingen waarmee bepaalde waarden worden uitgedrukt.’

Droomwereld

In zijn eerste (bekroonde) films, Ik (2013) – over een man wiens persoonlijkheid verandert onder invloed van een hersentumor – en De alchemisten (2015) – waarin twee broers de markt denken te kunnen verslaan met een computerprogramma – was nog sprake van een vertelling met personages die een dramatische ontwikkeling doormaken, maar dit is losgelaten in Club Heaven, dat volledig gefilmd is in de megaclub Play House in het Chinese Chengdu. ‘Ik heb me daar altijd tegen verzet,’ zegt Honer. ‘Zo is de wereld gewoon niet. De wereld heeft niet zo’n dramatische structuur, dus waarom persen we onze verhalen daar dan in?’

In Club Heaven dus geen lineair verhaal met personages, geen verklarende voice-overs en er is ook geen muziek, wat opmerkelijk is voor een film over een club waar electronic dance music (EDM) gedraaid wordt. ‘Door de muziek, die zo dwingend aanwezig is op deze plek, weg te laten geef ik kijkers de mogelijkheid om tot een andere interpretatie te komen,’ verklaart Honer. ‘Waar kijk ik eigenlijk naar: is het een dansclub? Of is het iets heel anders?’

Club Heaven
© Human

Dat effect wordt nog versterkt door zijn keuze om de rijke, jonge klanten in de club louter met een thermische camera te filmen. De kijker ziet ze dansen en champagne drinken, spookachtige wezens met wit haar en zwarte huid, als een bewegend negatief. Honer: ‘Daardoor is het net of je naar iets kijkt wat buiten de realiteit staat, een droomwereld, het is bijna letterlijk een ideaalbeeld.’

De werknemers achter de schermen worden ondertussen wel met een gewone camera gefilmd en pratend opgevoerd.

Status

Dat hij toestemming kreeg om te filmen, had te maken met de internationale reputatie van Nederland als dj-land, zegt Honer. ‘Ik legde uit dat ik als Nederlander geïnteresseerd was in de dj-wereld als exportproduct, dat ik wilde onderzoeken hoe dit daar tot uiting kwam en dat ik een gedetailleerd portret van de club wilde maken: van de vip-gast tot aan de schoonmaker en alles daartussenin, om te laten zien hoe de EDM-cultuur in China haar weerklank vindt. Dat vonden ze wel cool. Status is belangrijk in die wereld en deze club staat hoog in de DJ Mag Top 100, een prestigieuze lijst met de beste clubs ter wereld. Kom maar, zeiden ze. Ik werd ook gebruikt voor pr-doeleinden, zo van: kijk, wij krijgen aandacht van een westerse filmploeg. Ze waren zelfs teleurgesteld dat ik met een Chinese crew werkte.’

Die werknemers en die klanten zitten eigenlijk in hetzelfde denken, ze hebben dezelfde waarden

Hij kreeg veel vrijheid om te filmen, zegt Honer, al heeft de club heeft zeker ook dingen van hem weggehouden. Zo mocht hij bijvoorbeeld niet aanwezig zijn bij teambesprekingen over de verkoop van tafels (vaak aan de hoogste bieder), waar salesmedewerkers werden bestraft omdat ze onvoldoende omzet genereerden.

Sociale kritiek

De film is te interpreteren als sociale kritiek, als een portret van twee gescheiden werelden: de decadente wereld van de feestende, champagne drinkende (in een enkele scène ook brakende) klanten versus de wereld van de zwoegende werknemers, die praten over hun (geld)sores, terwijl ze in de kleedruimte op dozen zitten of in slaap vallen boven bakjes fastfood.

‘Dat klassenverschil bestaat natuurlijk,’ zegt Honer. ‘Je kunt die plek decadent noemen – of ze dat zelf zo zien is overigens de vraag –, maar het is niet de belangrijkste focus van de film. En als je naar de ideeën kijkt die daar vorm krijgen, dan zie je dat die werknemers en die klanten eigenlijk in hetzelfde denken zitten en dezelfde waarden hebben. Ze hebben het op een gegeven moment ook over hoe ze klanten zo veel mogelijk papiergeld kunnen verkopen – geld dat die klanten vervolgens in de club uitstrooien. Dan zie je dat die klant voor hen ook gewoon een object is waar ze zo veel mogelijk aan willen verdienen. Ze zitten op hetzelfde “schip”, alleen op een andere verdieping.’

Club Heaven beleefde onlangs zijn première op het Zwitserse festival Visions du Réel, maar Honer is alweer druk met een nieuw project. Hij kan er wel iets over vertellen, zegt hij, maar tegelijkertijd vindt hij het ook lastig omdat het ‘zo abstract’ is. Opnieuw geen gemakkelijk verhaal dus voor de fondsen en de omroepen. Honer zoekt naar woorden, neemt een lange pauze, zegt dan: ‘De film onderzoekt wat het is om een humanoïde te zijn. Het is eigenlijk een fenomenologische kijk op embodied AI.’ Lachend: ‘Dat is het, in één zin. Opnieuw een hele filosofische film, opnieuw louter observerend. Ik ben nu in de researchfase. Ik weet wat ik wil. Nu moet ik alleen de plek nog zoeken, ik moet die plek binnen zien te komen en als dat allemaal is gelukt, moet ik “het” daar gaan vinden.’