Aan de uitzinnige energie van Marty Supreme valt niet te ontkomen
Bruisende mix van sportdrama, thriller en komedie van Josh Safdie
In de Oscarfavoriet Marty Supreme excelleert Timothée Chalamet als onuitstaanbare tafeltennisser. Regisseur Josh Safdie werkte nu eens zonder broer Benny, maar levert weer een hoogst enerverende filmervaring.
Wat hebben filmmakers Josh en Benny Safdie toch met opportunistische eikels die zichzelf haast dwangmatig in de nesten werken? Steeds opnieuw voeren de New Yorkse broers zulke types op: de onverantwoordelijke vader in Daddy Longlegs (2009), de roekeloze crimineel in Good Time (2017), de gokverslaafde juwelier in Uncut Gems (2019).
Voor hun vertolkers kunnen die destructieve personages een hele uitdaging zijn. Zo vertelde Adam Sandler, hoofdrolspeler in Uncut Gems, in een interview: ‘Josh en Benny waren gek op die gast. Dat begreep ik niet meteen, want op mij kwam hij erg egoïstisch over.’ Op den duur wist het duo Sandlers visie echter bij te stellen. ‘Het hielp me toen ze zeiden: “Hij gedraagt zich zo omdat hij een dromer is. Hij wordt omringd door mensen met succes en wil zelf ook graag een keer in de schijnwerpers staan.”’
Het lijkt erop dat al die antihelden terug te voeren zijn op de jeugdjaren van de broers. In de pers hebben ze vaak genoeg verteld over hun vader Alberto, een onaangepast figuur vol grootse plannen die steevast mislukten. Josh (1984) en Benny (1986) groeiden deels op bij Alberto, die gescheiden was van hun moeder, wat in hun eigen woorden zowel opwindend als ‘very fucked up’ was. Alberto stond model voor de vader in Daddy Longlegs, en zijn wilde verhalen over een voormalig baantje in de diamanthandel vormden de eerste inspiratie voor Uncut Gems.
Sinds kort zijn de broers als creatief duo uit elkaar – niet met ruzie, benadrukken ze, maar gewoon omdat ze zin hadden om verschillende projecten te ontwikkelen. Benny bracht vorig jaar het geslaagde sportdrama The Smashing Machine uit en van Josh verschijnt nu Marty Supreme, ook een soort sportfilm. Met in de hoofdrol, jawel, een opportunistische eikel die zichzelf haast dwangmatig in de nesten werkt. Of vooruit: een dromer.
Vlotte babbel
Marty Supreme is losjes gebaseerd op het leven van de Joods-Amerikaanse tafeltenniskampioen en hosselaar Marty Reisman. Josh Safdie (Good Time, Uncut Gems) las diens autobiografie The Money Player en liet daar vervolgens zijn fantasie flink op los. In de film heet de hoofdpersoon Marty Mauser, en als we hem ontmoeten, in New York anno 1952, werkt hij in een schoenenzaak. Met zijn vlotte babbel kan hij naar eigen zeggen nog schoenen verkopen aan een geamputeerde, maar het enige waar hij in het leven écht om geeft is tafeltennis. Een sport waar hij in Amerika nauwelijks erkenning voor krijgt, ook al behoort hij tot de wereldtop. Als Marty het op de British Open aflegt tegen een Japanse speler is hij vastbesloten zich te revancheren op het wereldkampioenschap in Mumbai. Om daar te komen heeft hij echter geld nodig – meer geld dan hij als schoenenverkoper kan verdienen. En hij hééft al zo veel sores: schulden, gedoe met de politie, een getrouwde vriendin die beweert dat ze zwanger van hem is.
Net als alle eerdere Safdiedromers heeft Marty een uitzonderlijk talent om problemen aan te trekken en mensen te irriteren. Tegelijkertijd kan hij zo goed bluffen dat hij opvallend veel gedaan weet te krijgen. Dat hij als vat vol tegenstrijdigheden nooit zijn geloofwaardigheid verliest, is deels te danken aan de perfecte casting van hoofdrolspeler Timothée Chalamet. Een acteur die als geen ander charismatische blaaskaken kan spelen – zie bijvoorbeeld ook Lady Bird, Dune en A Complete Unknown. Daar komt bij dat het script (van Safdie en vaste schrijfpartner Ronald Bronstein) Marty heerlijk spitsvondige, soms verbluffend lompe teksten in de mond legt.
Cocaïnekick
Dit betekent niet per se dat het publiek Marty van de weeromstuit sympathiek gaat vinden. De ene kijker zal hem zijn overwinning gunnen, de andere zal hem liever op zijn bek zien gaan. Het slot smeekt dan ook om discussie. Zoals Marty’s hele verhaal openstaat voor interpretatie. Wat wil Safdie nou precies kwijt – over succes, karakter, Joods-zijn, Amerikaans-zijn?
Maar wat je verder ook van de inhoud vindt, aan de uitzinnige energie van Marty Supreme valt intussen niet te ontkomen. Recensenten prezen Uncut Gems destijds met kwalificaties als ‘een cinematografische cocaïnekick’ en ‘een film als een langgerekte hartaanval’, en die kunnen zo weer van stal worden gehaald. Al vanaf de titelsequentie, waarin een menselijke eicel in een pingpongbal verandert terwijl er anachronistische synthpop klinkt, is het duidelijk dat de film zelf ook alle kanten op zal stuiteren.
Dat levert geregeld briljante scènes op. Om er een enkele uit te pikken: op zeker moment haalt een tegenstander van Marty een herinnering op aan Auschwitz. In een korte flashback zien we hem daar een bijenkorf ontdekken, waarop hij zich stiekem insmeert met honing, om die later van zich af te laten likken door zijn uitgehongerde medegevangenen. Echt gebeurd, volgens Safdie, en in de film een onvergetelijk intermezzo.
Knap is dat: hoe een filmmaker zo kan verrassen, terwijl hij stilistisch en thematisch toch enigszins in herhaling valt. De negen Oscarnominaties voor Marty Supreme komen niet uit de lucht vallen.