Het spannende 'De oligarch en de kunstdealer' geeft een kijkje in de wereld van de allerrijksten

De oligarch en de kunstdealer is te zien op NPO 2 en NPO Start

Een foto van Yves Bouvier
  • Anke Meijer

De juridische strijd tussen de Russische oligarch Dmitry Rybolovlev en de Zwitserse kunsthandelaar Yves Bouvier toont hoe de wereld van de allerrijksten eruitziet.

Moest hij echt vijf jaar van zijn leven besteden aan een verhaal over ruziënde mannen met te veel geld? Regisseur Andreas Dalsgaard vroeg het zich met enige regelmaat af tijdens het maken van De oligarch en de kunstdealer, zijn driedelige documentaireserie over de jarenlange juridische strijd tussen de Russische oligarch Dmitry Rybolovlev en de Zwitserse kunsthandelaar Yves Bouvier. ‘Zeker in het begin twijfelde ik: twee oude, witte mannen met te veel geld die vechten. Who cares?’ zegt Dalsgaard. We spreken hem in Kopenhagen, waar de documentaireserie op het CPH:DOX festival afgelopen maart in première ging. ‘Maar er zijn niet veel documentaires over de ultrarijken, vooral omdat zij zich zelden blootgeven. We hebben al veel fictieve verhalen gezien die zich in dit universum afspelen, denk aan Billions, Succession en James Bond. Maar dit is echt. En het is bijna vreemder dan fictie.’

De oligarch en de kunstdealer vertelt namelijk een verhaal dat volgens Dalsgaard zo uit het oeuvre van Shakespeare zou kunnen komen: ‘Shakespeare schreef vaak over koningen of hertogen, waarbij kleine, menselijke zwaktes uiteindelijk tot hun ondergang leidden. Hier zie je ook twee mannen wiens talenten ze enorme rijkdom hebben gebracht. Maar ze verloren bijna alles, omdat trots, ego, heb- en wraakzucht het overnamen.’

Paar nulletjes

Het verhaal in het kort: Rybolovlev, steenrijk dankzij de privatisering van de Russische staatseigendommen na de val van de Muur, wist met behulp van Bouvier in twaalf jaar tijd een indrukwekkende kunstcollectie te vergaren. Bouvier kocht meesterwerken voor Rybolovlev van grootheden als Klimt, Da Vinci en Van Gogh. Al die tijd dacht Rybolovlev dat Bouvier zijn agent was, en dus voor hem werkte. Maar Bouvier zag zichzelf als handelaar. Dus verkocht de Zwitser de kunststukken voor aanzienlijk meer aan de Rus dan de verkopers voor het werk vroegen. Tientallen miljoen per werk meer. Bouvier wist op die manier een miljard dollar te verdienen. Goed zakendoen noemt de Zwitser het zelf (wat zijn nou een paar nulletjes meer, vraagt een vriendin van Bouvier zich in de docuserie af). Rybolovlev noemt het oplichting.

De oligarch en de kunstdealer zet minutieus uiteen hoe Bouvier te werk ging, en hoe Rybolovlev reageerde toen hij erachter kwam. Het laat ook zien hoe de ‘oorlog’ tussen de twee mannen de internationale kunstwereld op zijn grondvesten deed schudden. Niet zozeer vanwege de bedragen die ermee gemoeid waren, maar dankzij het feit dat de rechtszaken een inkijk gaven in de wereld van de allerrijksten – Rybolovlev behoort tot de 0,0001 procent. ‘Het laat ons achter de sluier gluren,’ zegt Dalsgaard. ‘Of liever: achter het vernis.’

Dmitry Rybolovlev voor het kunstwerk van Marc Chagall, Le Grand Cirque, 1956
Dmitry Rybolovlev voor het kunstwerk van Marc Chagall, Le Grand Cirque, 1956

Want iemand als Rybolovlev bevindt zich in ‘Moneyland’. Een plek die schrijver Oliver Bullough, die aan het woord komt in de docuserie, bedacht om inzichtelijk te maken hoe de allerrijksten hun geld ontraceerbaar door de wereld heen sluizen. Zo ontkomen ze aan verantwoordelijkheden die de rest van de wereld wél heeft. De belangrijkste: belasting betalen. Een beproefde methode om je vermogen te verbergen is om heel veel te besteden aan kunst en de werken vervolgens te stallen in een freeport. Dat is een pakhuis bij een haven waar goederen opgeslagen kunnen worden, voordat ze door de douane gaan en er dus invoerbelasting over betaald moet worden. Yves Bouvier ontwikkelde meerdere van dit soort freeports, waaronder een in Genève, waar naar schatting voor honderd miljard dollar aan kunst ligt opgeslagen.

Elitekringen

Deze methode betekent dat een meesterwerk als Salvator Mundi, Da Vinci’s afbeelding van Christus, in een doos in een pakhuis staat en niet aan de muur van een museum hangt. Dat ziet Dalsgaard als typerend voor de richting waarin de wereld momenteel beweegt: ‘Kunst behoorde ooit enkel toe aan koninklijke of adellijke families. In de twintigste eeuw hebben we bedacht dat het publiek er ook recht op heeft en zijn er openbare musea ontwikkeld. En nu verdwijnt deze kunst weer steeds meer in privécollecties. Hierdoor is het straks iets waar alleen de allerrijksten, de oligarchen, nog toegang toe hebben.’

Inmiddels twijfelt Dalsgaard niet meer of de geschiedenis van de twee ultrarijke, vechtende mannen wel de moeite van het jarenlang uitdiepen waard was. Het is nu zelfs van groot belang dat de documentaire door zoveel mogelijk mensen wordt gezien, meent de regisseur. Omdat Moneyland maar blijft groeien, moeten we er volgens de regisseur ook zoveel mogelijk over leren. ‘Dit verhaal helpt ons beter te begrijpen hoe er wordt gehandeld in de elitekringen van geld en macht.’ Iets vergelijkbaars doen de onthullingen over het Epsteinschandaal, aldus Dalsgaard. ‘En wat we te zien krijgen zodra de sluier van die kringen wat wordt opgelicht, verdient geen schoonheidsprijs.’

Al wil de regisseur er wel aan toevoegen dat Rybolovlev en Bouvier, voor zover hij weet, waarschijnlijk niet de kwaadste mensen uit die club zijn. ‘Ik weet niet eens of ze in de kern echt slechte mensen zijn,’ zegt hij. ‘Maar hun verhaal is wel exemplarisch voor die wereld.’

Bekijk hieronder het volledige interview met regisseur Andreas Dalgaard

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'vimeo'-embed.

cookie-instellingen aanpassen