Regisseur Marjolein Busstra over House of Hope: 'Palestijnen zijn meer dan de bezetting waaronder ze leven'

Interview met regisseur Marjolein Busstra

Foto van leerlingen van House of Hope in al-eizariya uit de documentaire House of Hope
  • Tara Lewis

In de documentaire House of Hope volgen we de veertigjarige Palestijnse Manar, die samen met haar man Milad een vrije school oprichtte op de bezette Westelijke Jordaanoever. Regisseur Marjolein Busstra (46) reisde in drie jaar tijd negen keer naar Palestina om de documentaire te maken. ‘Ze creëren een plek waar kinderen niet bang hoeven te zijn.’

Hoe kwam Manar op je pad?
Marjolein Busstra: ‘Achttien jaar geleden was ik met Nederlandse jongeren op de Westelijke Jordaanoever om een filmworkshop te geven. Manar was daar met Palestijnse jongeren en we hadden meteen een klik. We gingen samen op pad en ik heb haar gefotografeerd. Op dat moment studeerde ik nog en maakte ik achtergrondverhalen voor Elle Girl, toen heb ik spontaan ook een verhaal over haar gemaakt.’

Waar ging dat over?
‘Over haar leven in bezet gebied, ze liet de muur zien. Eigenlijk was alles precies hetzelfde als nu, alleen is het veel heftiger geworden. Manar en Milad hadden elkaar toen net ontmoet. Ze zei destijds dat ze later de pr van Palestina wilde gaan doen, omdat mensen er zo’n verkeerd beeld van hebben.’

Wat is dat beeld?
‘Altijd gerelateerd aan geweld. Of als dader, óf als slachtoffer. We zijn contact blijven houden, dus ik wist dat Manar een vrije school was begonnen, House of Hope. Op een dag zag ik iets van haar voorbijkomen en ik dacht: waarom ben ik niet eerder op het idee gekomen om haar te volgen? Een vrije school in bezet gebied, dat is op zichzelf al een verhaal. Dat wist ik zeker. En dit was nog voor 7 oktober.’

Maakte dat veel uit?
‘Ja, het was voor 7 oktober moeilijk om een omroep voor dit verhaal te vinden, maar gelukkig zag Omroep Zwart het wel zitten. Men vond dat er al veel verhalen waren over Palestina en Israël, maar dat moet ook! Er is nog steeds een vreselijke bezetting gaande, dus daar moeten we over blijven praten. En die vrije school leek me een unieke invalshoek.’

Foto van Manar en Milan uit de documentaire House of Hope
Manar en Milad
© Marjolein Busstra

Waarom hebben ze de vrije school opgericht?
‘In het vrije Westen realiseren we ons dat niet zo, maar in de grondbeginselen van de vrije school zit een aspect van genezing, healing. Het onderwijs is zo ingericht dat het emotionele verwerking mogelijk maakt met creatieve vakken, mythes en verhalen. Er is een sterk dag- en weekritme, wat de kinderen een veilig gevoel geeft. Je hebt heel lang dezelfde docent, er is veel warmte en er wordt gezongen. Ze creëren echt een warme bubbel. Een plek waar de kinderen niet bang hoeven te zijn.’

En toen kwam 7 oktober.
‘Daarvoor was ik er twee keer geweest voor research en gelukkig had ik toen ook al gefilmd. Feitelijk is het verhaal daarna niet echt veranderd, ik wilde nog steeds dezelfde dingen vertellen, maar het heeft het wel veel urgenter gemaakt. De druk werd enorm opgevoerd.’

Waar?
‘Bij Manar en Milad. Ik merkte dat zij zelf de hoop aan het verliezen waren. Dat had ik nooit eerder gezien. Nu gaat het trouwens ook helemaal niet goed. Ze zijn heel erg bang voor de kolonisten. Laatst zijn ze aangevallen op straat. Toen Milad met hun oudste zoon door de stad reed, werden ze geramd door een jeep met Israëlische soldaten. Auto total loss, paniek. Dat doen ze gewoon om te treiteren. De bezetting was er altijd al en het was altijd al vreselijk, maar dit is voor hen echt een nieuwe Nakba [de massale verdrijving van de Palestijnen tijdens de eerste Arabisch-Israëlische oorlog, red.].’

Was het moeilijk om daar te filmen?
‘Ja. Ik had een Palestijns-Nederlandse cameraman die via Jordanië moest reizen, want zelfs met een Nederlands paspoort mag hij Israël niet in. Dat is sowieso een moeilijke tocht en ik maakte me elke keer veel zorgen over hem, omdat hij langs kolonisten moest en ze hem lang lieten wachten bij checkpoints. Ik ben een witte, blonde Nederlandse vrouw, dus ik kon wel rechtstreeks naar Israël.’

Wat zei je dat je ging doen?
‘Het risico is dat ze vermoeden dat je iets gaat maken op de Westelijke Jordaanoever. Daar hebben ze niet zo’n trek in. Als ze besluiten dat je een activist bent, laten ze je er nooit meer in. Ik had daar heel veel stress over, zeker toen ik meer dan een jaar bezig was. Wat als ik het land niet meer in kom? Je wilt ook niet liegen tegen deze mensen, want als ze dat merken kunnen ze je óók weigeren. Dus ik zei: ik maak een film over vrije scholen in Israël. En ik gaf de beelden mee aan de Palestijnse producent en cameraman, zelf had ik altijd alleen maar analoge negatieven bij me die ze niet konden bekijken.’

Werd het lastiger na 7 oktober?
‘Absoluut. Uiteindelijk was er bijvoorbeeld maar één bedrijf ter wereld dat ons wilde verzekeren toen we die kant op gingen. Tegelijkertijd was het in de daaropvolgende periode zo’n urgent onderwerp dat iedereen – van stagiaires tot geluidsmensen – heel erg betrokken was.’

Ben je bang dat er repercussies zijn voor het gezin van Manar nu de documentaire uit is?
‘Daar maak ik me uiteraard zorgen over. Ik had afgesproken dat ze elk fragment uit de film mochten halen als dit een veiligheidsrisico met zich meebracht, maar ze hebben alles erin gelaten. Dat vond ik heel knap. Ze doen ook geen grote uitspraken in de documentaire, daar hield ik rekening mee tijdens het editen. De Palestijnse producent zei: ze lopen altijd al gevaar. Ook zonder film wordt er op ze ingereden met een jeep. Enkel omdat ze een Palestijns nummerbord hebben.’

Foto van Manar met enkele leerlingen op het schoolplein uit de documentaire House of Hope
Manar met enkele leerlingen op het schoolplein
© Marjolein Busstra

Welk verhaal wilde je met House of Hope vertellen?
‘Ik wilde laten zien dat Palestijnen meer zijn dan de bezetting waaronder ze leven. Natuurlijk is het belangrijk om die bezetting te laten zien in plaats van de werkelijkheid te ontkennen. Maar Palestijnen zijn ook gewoon mensen die zichzelf ontplooien, die nadenken over hun toekomst, hun dromen en over wat ze voor een ander kunnen betekenen. En Manar leende zich daar erg goed voor, ze heeft een zeer gelaagde persoonlijkheid.’

Wat maakt haar zo interessant?
‘Voor een regisseur is Manar een droom. Ze is een mooie vrouw, maar voor de camera durft ze ook lelijk te zijn en alle emoties te laten zien. Woede, verdriet, verslagenheid. Het zorgt ervoor dat mensen zich in haar kunnen verplaatsen. Ik houd van die psychologische gelaagdheid in een film en dat ging heel goed met haar. Het duurde wel even voor we op dat punt waren aanbeland. Tijdens een lange wandeling zei ze: wat jij van me vraagt is net zo eng als een bevalling. Omdat ze zo veel van zichzelf moest laten zien. Ik legde uit dat het belangrijk is om te laten zien wat het haar kost om die school te hebben.’

Er zit een moment in de film waarop Manar bijna instort.
‘Toen dacht ik: ze kan ons nu elk moment wegsturen of ze geeft de camera een klap. Maar ’s avonds zei ze: dit gaat over alle vrouwen en ik accepteer dat het niet over mij gaat. Dat was echt een doorbraak, daarna konden we veel meer dingen filmen.’

Wilde ze eigenlijk wel meteen meewerken?
‘Nou, Manar is heel grappig en chaotisch, dus ik had al veel moeite gedaan om daar twee keer te kunnen zijn. Toen ik achter in de auto zat bij haar vroeg ze of ik al genoeg materiaal had, of het al bijna af was en of het op de website van de school zou komen. Ze dacht dus echt dat ik alleen een kort filmpje over de school kwam maken, terwijl ik negen maanden bezig was en duidelijk had gezegd dat het een groot project was. Ik kreeg al bijna een hartverzakking, maar ze keek me aan in de achteruitkijkspiegel en zei: “It’s totally fine.”’