Whispers in The Woods: een zintuigelijke ervaring van het woud met drie generaties Munier
Interview met documentairemaker Vincent Munier
Samen met zijn vader en twaalfjarige zoon trekt natuurfotograaf Vincent Munier de bosrijke Vogezen in op zoek naar de zeldzame auerhoen. We spraken de filmmaker over het onverwachte succes van zijn documentaire Whispers in The Woods in Frankrijk, urenlang wachten op een schuchtere vogel en het belang van wilde natuur.
In zijn documentaire The Velvet Queen (La pantère des neiges, 2021) ging de Franse filmer en fotograaf Vincent Munier op zoek naar de sneeuwluipaard in de Himalaya, dit keer richt hij zijn camera op de natuur waarin hij opgroeide, de Vogezen. In Whispers in The Woods (originele titel Le chant des forêts). filmt hij ook zijn vader Michel en zijn twaalfjarige zoon Simon. We zijn de hele film lang in het woud, waarbij adembenemende scènes in de natuur worden afgewisseld met gesprekken bij kaarslicht in de berghut van de Muniers. Daarbij vertelt Michel over zijn passie voor de natuur, die hij op zijn kleinzoon hoopt over te dragen – maar zonder dwang, want Simon lijkt die nieuwsgierigheid al van zichzelf te hebben. De film is een kassucces in Frankrijk en won twee Césars waaronder die voor beste documentaire. We spraken Munier in Amsterdam, voorafgaand aan de bioscooprelease van Whispers in the Woods.
We wilden dat het publiek voelt wat wij voelen als we zoeken naar zeldzame dieren in de bergen
Hebt u de film bedoeld voor de bioscoop?
‘Ja, het is bijna een zintuiglijke ervaring, dat was het idee. We wilden de mensen meenemen in onze zoektocht naar zeldzame dieren in bergen, alsof ze vlak naast ons zitten, onder de sparren. We wilden dat het publiek voelt wat wij voelen als we daar zijn. Dat is de magie van cinema, als dat lukt. We hebben ook ontzettend veel geluiden van het woud apart opgenomen, zonder beeld, en later gebruikt.’
In Whispers in The Woods filmde u al zichzelf. U vertelde dat het maken van een natuurfilm een soort vlucht voor u was en dat u na afloop moeite had terug te keren naar de bewoonde wereld. Dit keer filmt u ook uw familie. Vanwaar die keuze?
‘De film is een hommage aan mijn vader, ik zou bijna zeggen een liefdesverklaring. Want ik heb alles aan hem te danken. Hij heeft me de ogen geopend voor de schoonheid van de wereld. Wij woonden aan de rand van het bos. En hadden toen al de hut in het bos.’
De vogel die uw vader fascineert is de auerhoen. En in de film vertelt dat ook voor u het zien van de auerhoen een bepalende ervaring was. Voortaan ging u met uw vader hele nachten in het bos waken, in de hoop weer een glimp van de auerhoen op te vangen. Wat is daar zo mooi aan?
‘Het is het hele woud, de sfeer, het gaat niet alleen om de zoektocht naar een enkel dier. Om de auerhoen te zien moet je wachten van vijf uur ’s middags tot tien uur ’s ochtends. En dan zit je daar verscholen onder een dennenboom. En dan luister je. Je hoort zoveel schitterende geluiden. Het is een zintuiglijke ervaring, soms visueel maar vooral auditief. Je hoort allerlei dieren. En dan, áls de auerhoen verschijnt, dat is fabelachtig. Hij zingt, hij danst, het is een hele ceremonie, om drie uur ’s nachts. Die vogel stamt nog uit de ijstijd, hij doet dat al tienduizenden jaren. En omdat-ie zo schuchter is moet je echt twaalf, dertien uur onbeweeglijk onder een boom zitten. Daardoor ontdek je ook zo veel andere dieren, dat is fantastisch.’
Dat de film zo’n succes heeft betekent misschien wel dat we een beetje ziek zijn, vervreemd van de natuur
Uw film begint met minutenlange natuurbeelden en -geluiden. Pas in de twaalfde minuut begint er iemand te praten. Dat is wel een gok, in deze tijd?
‘Absoluut. Ik heb totaal niet geprobeerd een film te maken die goed zou scoren. We zijn verbaasd dat de film zo’n succes is. We zitten nu op 1,3 miljoen bioscoopbezoekers in Frankrijk, wat zeldzaam is voor een documentaire. De setting met drie generaties is iets dat mensen mooi vinden, denk ik. Ik was een beetje bang voor het cliché van de kleinzoon die de hand van zijn grootvader vasthoudt en zo, dat kan een beetje te zoet zijn. Maar ik wilde toch ook mijn zoon Simon erin hebben want het verhaal van kennisoverdracht van generatie op generatie was belangrijk voor mij. En Simon helpt om kinderen de film in te trekken. Ik zie veel kinderen tussen zes en tien jaar die echt opgaan in de film. Soms denk ik ook: dat de film zo’n succes heeft betekent misschien wel dat we een beetje ziek zijn, vervreemd van de natuur, en dat de film een soort medicijn is.’
Helpt het nauwe contact dat uw vader en u met de natuur hebben ook om ouder worden en sterfelijkheid te accepteren?
‘Dat denk ik wel. In de film zie je een dode, omgevallen boom en kleine sparren die erom heen groeien. Als je in de natuur bent zie je hoe de dood het leven voedt. De cyclus van het leven.’
De auerhoen is in Frankrijk nu bijna uitgestorven omdat het te warm is geworden. Wilt u ook bijdragen aan klimaatbewustzijn?
‘Natuurlijk. We werken samen met natuurorganisaties. We kopen bossen die eigenlijk bomenvelden zijn, zonder biodiversiteit. We brengen dan dierensoorten terug, wat rewilding genoemd wordt. Dat betalen we deels uit de opbrengsten van de film. En wat heel belangrijk is: dode bomen. Die moet je niet weghalen. Die heeft het bos nodig voor de aarde, voor mos, voor insecten, vleermuizen, vogels. Mensen willen een bos vaak clean maken, maar dat moet je juist niet doen. En zoals Nick Cave zong in mijn vorige film: “We’re not alone.” Ik wil mensen laten inzien dat we niet alleen zijn. We bewonen de wereld met alle levende wezens en zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Hoe meer diversiteit er is, hoe minder kwetsbaar je bent voor een virus, een storm, een overstroming. Alles is verbonden en geen diersoort is belangrijker dan de andere. Zelfs de dode bomen spelen een rol. Het zou geweldig zijn als mensen dat zouden begrijpen.’