Wordt Cadzand een Knokke 2.0 of valt het nog te redden van de 'verbelging'?

Knokke in Cadzand is te zien op NPO 2 en NPO Start

Het strand van Cadzand met op de achtergrond twee hijskranen
  • Daan Schneider

Vergeleken met het Belgische buurdorp Knokke is Cadzand is nog aardig pittoresk, maar het toerisme blijkt moeilijk te beteugelen. In de documentaire Knokke in Cadzand laat regisseur Ellis Smulders de strijd tussen het behouden van het dorpsgevoel en de hang naar toerisme zien.

Cadzand, een kustplaats tegen de grens met België, telt zo’n 600 vaste inwoners. Maar in de zomer zijn er wel 60.000 bedden bezet. De gemeente staat vol vakantiewoningen, van huisjesparken tot luxe appartementengebouwen, aangevuld met enkele grote hotels. 

Op een halfuur fietsen ligt het Vlaamse Knokke, dat als schrikbeeld geldt van hoe de Belgen hun Noordzeekust hebben verkwanseld aan vastgoedinvesteerders. Wie daar over de boulevard wandelt wordt ingesloten door een muur van inspiratieloze flatgebouwen en een kunstmatig opgespoten zandvlakte, met daarachter de zee. Vergeleken daarmee oogt Cadzand nog redelijk pittoresk, maar ook daar wordt het toerisme massaler en ligt ‘verbelging’ op de loer. 

In de NPO Doc Knokke in Cadzand laat regisseur Ellis Smulders zien hoe moeilijk het is om het toerisme te beteugelen. Een jaar lang filmde zij in het dorp, tijdens de bruisende zomer én in de doodstille winter. Enkele inwoners willen de koers van hun dorp bijsturen, maar hun visies lopen sterk uiteen. 

De zee en het strand van Cadzand
© BNNVARA

Brandweerman Maarten Molema ziet met lede ogen aan hoe zijn onderbezette ploeg verder uitdunt. Door stijgende huizenprijzen zijn er voor jonge aanwas geen betaalbare huurwoningen meer. De glimmende brandweerwagen staat paraat, maar regelmatig moet hij bij gebrek aan personeel een noodoproep doorschakelen. In zijn eigen straat kan Molema de permanent bewoonde panden op één hand tellen; de rest is vakantieverblijf. ‘Het begint op Knokke-Noord te lijken,’ zegt Molema. ‘Het dorpsgevoel is gewoon helemaal weg.’ 

Makelaar Wim van Akker profiteert juist van de hoge huizenprijzen. Sinds de jaren negentig droeg hij actief bij aan de ontwikkeling van Cadzand en is daar trots op. Met opmerkingen over de goede oude tijd kan hij weinig. ‘Mensen hebben het dorp van vroeger in hun hoofd, maar vergeten dat Cadzand dienstbaar moet zijn, anders doet de laatste het licht uit.’ Toch probeert Van Akker nu de gemeenteraad te overtuigen een ‘pas op de plaats’ te maken door te waarschuwen voor lelijke hoogbouw à la België. Niet uit esthetisch oogpunt, maar uit eigenbelang: als uitbater van een groot aantal vakantiewoningen wil hij ‘exclusiviteit’ behouden. Zijn grondopvatting is helder: ‘Op het toerisme na heeft Cadzand geen bestaansrecht.’